De ware christen - ware ¢  Dierbare Christenen! Zo zien wij verscheiden redenen, waarom

  • View
    0

  • Download
    0

Embed Size (px)

Text of De ware christen - ware ¢  Dierbare Christenen! Zo zien wij verscheiden redenen, waarom

  • 1

    DE WARE CHRISTEN

    of

    OPRECHT GELOVIGE

    hebbend deel aan God in Christus, in tegenstelling van een geveinsde en

    huichelaar,

    of een natuurlijk onbekeerd mens.

    Beide voorgesteld in hun karakters en merktekenen

    zoals zij zich opdoen in haar begin, voortgang en einde.

    Begrepen in tien uitgelezen leerredenen

    van de Godvruchtige, geleerde en nu zalige

    Toegevoegd:

    1 Oefening

    2 preken

    WILHELMUS á BRAKEL

    In zijn leven vermaard leraar in de gemeente te Rotterdam

    STICHTING DE GIHONBRON

    MIDDELBURG

    2017

  • 2

    Bij de eerste uitgave:

    VOLGENS KERKORDE DEZER LANDEN

    Zie hier 't groot onderscheid van een gelovig mens;

    En die geveinsd'lijk niet kreeg, 't geen hij verwachtte.

    Maar die de Heere vreest en steeds Zijn Woord betrachtte,

    Heeft God Zelf tot zijn Deel en alles naar zijn wens.

    Zodat hem nevens God, op aarde niets kan lusten;

    De hemel is 't daar hij altoos in God kan rusten.

    INHOUD

    Voorrede en toe-eigening aan de bloeiende gemeente van Rotterdam

    Eerste predikatie over de Evangelische profeet Jesaja, hoofdstuk 28:16

    Tweede predikatie over Psalm 45:8

    Derde predikatie (gedaan na ‘t houden van het heilig avondmaal) uit Efeze 4:30

    Vierde predikatie, over Job 8:13

    Vijfde predikatie, over Job 35:10

    Zesde predikatie, over 1 Korinthe 8:1

    Zevende predikatie over Efeze 2:4, 5

    Achtste predikatie, over Hebreeën 2:1

    Negende predikatie, over 1 Korinthe 15:2

    Tiende predikatie; de parabel of gelijkenis van de tien maagden, uit Mattheüs 25:1-14

    Stichtelijke oefening door de zalige auteur,

    gedaan in ’s Gravenhage onder bijzondere vrienden.

    Toegevoegd:

    Verberging van Gods Aangezicht voor den Huize Jacobs

  • 3

    "Daarom zal ik de Heere verbeiden, Die Zijn aangezicht verbergt voor den huize

    Jacobs, en ik zal Hem verwachten." Jesaja 8: 17

    Voorrede en toe-eigening aan de bloeiende gemeente van Rotterdam

    Genade en vrede zij over u vermenigvuldigd!

    Waarde en lieve vrienden,

    Het zijn nadrukkelijke woorden, die wij vinden, Zach. 1:5: Uw vaderen, waar zijn die?

    En de profeten, zullen zij in eeuwigheid leven? Deze woorden Gods, gericht tot de

    Joden door de profeet, zijn ook toepasselijk op ons, en dienen van allen wel opgemerkt

    te worden, dat onze vaders, die wij gezien en gehoord hebben, niet meer zijn op aarde,

    maar zijn dood en weg, volgens Job 14:10: Maar een man sterft, als hij verzwakt is, en

    de mens geeft de geest, waar is hij dan?

    Uw profeten zullen die altoos leven? Nee; deze vraag sluit in een ontkenning, alzo de

    profeten van te sterven niet uitgesloten zijn. Hoewel zij van veel gebruik zijn,

    nochtans wordt hun leven van de dood niet verschoond; zij dienen hun geslacht, door

    de wil van God, en dan ontslapen zij, en worden vergaderd bij hun vaderen en zien de

    verderfenis. (Hand. 13:36)

    Door profeten verstaan wij niet alleen die toekomende dingen voorzegd hebben, maar

    zijn ook geautoriseerde leraren van het volk. Dus worden de dienaars van het

    evangelie geacht en aangezien als profeten, waarvan wij zien en lezen kunnen:1 Sam.

    9:9. Jes. 1:19; Jer. 1:3, Hand. 13:12; 1 Kor. 12:28. Toch, God zet hun palen, die ze niet

    kunnen overtreden. Zelfs zij die anderen leren, en bekeren de rechtvaardigen, moeten

    sterven, en spreken niet meer. Hoewel zij dood zijnde, in enig opzicht nog spreken

    nadat ze gestorven zijn, zoals er staat van Abel (Hebr. 11.)

    Maar zo u vraagt: waarom moeten de profeten sterven, daar hun verblijf hier zo

    wenselijk en begeerlijk is, en hun leven zo nuttig en profijtelijk kan zijn? Ik zal in 't

    kort antwoorden:

    1. Profeten moeten sterven, volgens de Goddelijke instelling, Hebr. 9:27: het is de mens eens gezet te sterven. En dit besluit raakt alle mensen, uitgenomen Henoch,

    die van de gewone massa door God werd weggenomen; en Elia, die naar de hemel

    voer in een wervelwind met een vurige wagen. Ook zal het laatste geslacht,

    hetwelk levend gevonden wordt wanneer onze gezegende en verheerlijkte Heere

    Jezus ten oordeel komt, niet sterven, maar veranderd worden. Anderen moeten, zo

    ook de profeten, sterven en in het stof des doods gelegd worden; en zij zien de

    verderfenis, omdat de Schrift niet kan vernietigd worden, maar zowel als de Raad

    des Heeren moet bestaan.

    2. Profeten moeten sterven, omdat zij niet zonder zonden zijn. Deze schijnende lichten hebben ook hun vlekken, en de beste van hen, hoewel vrij van grote

    overtredingen, moeten belijden dat het willen van goed te doen wel bij hen is, maar

    dat het kwade hun nabij is, Rom. 7. En hoewel Christus de kracht en prikkel van

    hun zonden heeft weggenomen, en die vergeven door zijn bloed, nochtans doet Hij

  • 4

    niet geheel de overblijfselen der zonden van hen weg, terwijl zij in de wereld zijn,

    noch verschoont hen van hun bed voor een tijd in het stof te maken.

    3. Profeten moeten sterven, opdat ze Christus, hun Hoofd, mogen gelijkvormig zijn. De Opperste Herder stierf, de Heere des levens en der heerlijkheid is gestorven,

    maar zag geen verderfenis. Maar zijn dienaren moeten hier hun Meester gelijk zijn,

    dat ze ook keren tot stof.

    4. Profeten moeten sterven, opdat zij mogen bevrijd worden van de zonden. Zij prediken en bidden tegen de zonden, en doden die in zichzelf, en vermanen

    anderen die ten onder te brengen, opdat ze daarvan geheel mogen bevrijd zijn. Zij

    moeten sterven; hun aarden vat moet door breken gereinigd worden.

    5. Profeten moeten sterven, opdat hun lijden een einde mag nemen, en zij ontheven worden van die hen haten en smalen, dat geen vervolgershand hen aangrijpt, en zij

    niet meer horen de stem hunner verdrukkers. Zij vinden, terwijl zij leven, zulke

    slechte ontmoetingen als hun grote Heere, die genaamd werd bedrieger, duivel en

    Beëlzebub. Maar de dood komt, en zij horen niet meer die scherpe woorden van

    hun lasteraarstongen, die als zwaarden door vel en vlees snijden, waarvan de dood

    hen bevrijdt.

    6. Profeten moeten sterven, opdat ze mogen rusten van hun arbeid. Hun leven is arbeidzaam, terwijl zij studeren als de Prediker, die zocht uit te vinden aangename

    woorden, hfdst. 12:10. Zij arbeiden in 't prediken, in gebeden met en voor hun

    volk, en in 't bezoeken van hun kudde. En als 't een werk over is, 't andere begint

    weer. Maar God wil hen eens door de bode des doods uit zijn werkhuis roepen in

    zijn zalige rust, om bij Hem te zijn.

    7. Profeten moeten sterven, opdat zij bekomen het loon van hun arbeid. Niet naar verdiensten, maar door de rijkdom van Gods vrije genade in Christus Jezus. Zij

    hebben de belofte van een groot en heerlijk loon, dat ze zullen blinken als de

    sterren voor eeuwig; en als de grote Herder verschijnen zal, zij dan ontvangen

    zullen de kroon des levens. Dus moeten zij sterven, opdat deze kroon op hun hoofd

    mag gezet worden, die, om hier gezien te worden, veel te heerlijk is.

    Dierbare Christenen! Zo zien wij verscheiden redenen, waarom onze vaders

    vertrekken, zodat onze profeten niet meer op aarde zijn. Ik denk dat u, die dit leest,

    van deze waarheid gevoelig geraakt en overtuigd bent, door het smartelijk verlies van

    uw dierbare en beminde vader, Wilhelmus à Brakel. Uw profeet is dood en weg. Tot

    uw groot verlies niet alleen, maar ook tot schade en nadeel van ons land, de algemene

    kerk, uw stad en gemeente. De dood van iemand die God vreesde, ofschoon 't maar

    een gebroken riet of glimmende vlaswiek was, is een algemeen verlies; veel meer dan

    moet de dood zijn van een uitstekend profeet, die door Gods bestelling uw gezelschap

    werd onttrokken, verdwenen uit uw gezicht, zodat u, noch enig inwoner der wereld,

    hem hier niet meer komt te aanschouwen. Hij is niet tot een andere kandelaar, of

    vergadering overgegaan; maar van de aarde naar de hemel; alleen zijn vlees blijft nog

    onder u.

    Hoewel uw gewenste herder was een heilig man, waarvan u met mij bent overtuigd, ja

    zijn getuige weet ik, is in de hoogte; nochtans hij was niet zonder zonden en gebreken,

  • 5

    en daarom heeft de dood op hem gepast, en is hij gestorven, opdat hij zijn Heere en

    Meester, die hij getrouw diende, mocht gelijk zijn, en vrijgemaakt van zonden, tegen

    welke hij met ernst predikte, en ijverig gebeden en gestreden heeft, tot hij die te boven

    kwam.

    Uw vader Brakel is ook gestorven, opdat hij mocht bevrijd worden van lijden, en geen

    hoon of smaad meer mocht zien en horen. Zijn ziel is boven beschuldigingen en

    hatelijke woorden bij God; daar alleen is de nauwste overeenkomst van liefde. Uw

    profeet is dood, en rust van zijn arbeidzame studie, prediken, catechiseren, schrijven,

    bidden en u te bezoeken, nu hij al is ingegaan in de vreugde zijns Heeren.

    Hij heeft zijn levensdagen doorgebracht met veel arbeid in 't werk des Heeren. Gij

    moet getuigen dat hij geen slap, maar ernstig leraar was in zijn bediening, die zichzelf

    niet spaarde noch verschoonde om voor