75
Innovatieve prefabwoningen als woontypologie: inpassing en meerwaarde in de Vlaamse wooncultuur. Buysschaert Birger Bachelorproef voorgedragen tot het behalen van de graad van Bachelor in de vastgoed. Afstudeerrichting: Makelaardij Promotor : Dhr. David Goedgebeur Tweede beoordelaar: Dhr. Bart D’herde Deze bachelorproef/scriptie is gemaakt door Birger Buysschaert, student aan de Hogeschool Gent, ter voltooiing van de bacheloropleiding, Bachelor in de vastgoed. De standpunten die in deze bachelorproef zijn verwoord, zijn louter het persoonlijke standpunt van de individuele auteur en reflecteren niet noodzakelijkerwijs de mening, het officiële standpunt of het beleid van de Hogeschool Gent. Instelling: HoGent Academiejaar 2017-2018 1 ste Examenkans – 2 de Examenperiode

Innovatieve prefabwoningen als woontypologie: inpassing en ......Innovatieve prefabwoningen als woontypologie: inpassing en meerwaarde in de Vlaamse wooncultuur. Buysschaert Birger

  • Upload
    others

  • View
    11

  • Download
    0

Embed Size (px)

Citation preview

Page 1: Innovatieve prefabwoningen als woontypologie: inpassing en ......Innovatieve prefabwoningen als woontypologie: inpassing en meerwaarde in de Vlaamse wooncultuur. Buysschaert Birger

Innovatieve prefabwoningen als woontypologie: inpassing en meerwaarde in de Vlaamse

wooncultuur.

Buysschaert Birger

Bachelorproef voorgedragen tot het behalen van de graad van Bachelor in de vastgoed.

Afstudeerrichting: Makelaardij

Promotor : Dhr. David Goedgebeur Tweede beoordelaar: Dhr. Bart D’herde

Deze bachelorproef/scriptie is gemaakt door Birger Buysschaert, student aan de Hogeschool Gent, ter voltooiing van de bacheloropleiding, Bachelor in de vastgoed. De standpunten die in deze bachelorproef zijn verwoord, zijn louter het persoonlijke standpunt van de individuele auteur en reflecteren niet noodzakelijkerwijs de mening, het officiële standpunt of het beleid van de Hogeschool Gent.

Instelling: HoGent

Academiejaar 2017-2018

1ste Examenkans – 2de Examenperiode

Page 2: Innovatieve prefabwoningen als woontypologie: inpassing en ......Innovatieve prefabwoningen als woontypologie: inpassing en meerwaarde in de Vlaamse wooncultuur. Buysschaert Birger

Innovatieve prefabwoningen als woontypologie:

Inpassing en meerwaarde in de Vlaamse wooncultuur.

Birger Buysschaert Bachelorproef Vastgoed – Makelaardij 2017-2018

Page 3: Innovatieve prefabwoningen als woontypologie: inpassing en ......Innovatieve prefabwoningen als woontypologie: inpassing en meerwaarde in de Vlaamse wooncultuur. Buysschaert Birger

Deze bachelorproef voert een onderzoek naar de meerwaarden die een innovatief prefab woningtype

kunnen betekenen voor de Vlaamse wooncultuur. Meer specifiek gaat het om een Italiaans woonconcept genaamd M.A.DI. Home. Voluit staat dit voor ‘modulo abitativo dispiegabile’, dat vertaald kan worden naar het Nederlandstalige ‘ontvouwbare behuizingsmodule’. Deze woningen zijn compact, duurzaam, zeer goedkoop, eenvoudig en snel op te bouwen, af te breken en te verplaatsbaar. Maar het belangrijkste: Kunnen deze woningen in Vlaanderen worden ingepast en een merwaarde bieden voor het toekomstbeleid?

Dit eindwerk is opebouwd uit zowel een beschrijvend als verkennend onderzoek. De Vlaamse

wooncultuur en het modulaire woonconcept worden aanvankelijk apart geanalyseerd volgens een beschrijvend onderzoek. De resultaten van de huidige woonsituatie in deel A worden voornamelijk gehaald uit grote woononderzoeken, zoals het Grote Woononderzoek 2013 gevoerd bij 10.000 Vlaamse huishoudens. Hierbij komen problematieken rond betaalbaarheid, kwaliteit en woonzekerheid als probleemstelling naar voor die in het toekomstbeleid oplossingsgericht opgenomen zijn. Het onderzoek naar het M.A.DI. concept kwam tot stand door de informatie van het bedrijf, zowel online als tijdens een interview met het bedrijf op een Italiaanse beurs. Als resultaten worden hier de grote voor- en nadelen van het woncept uitgewerkt en afgewogen. De belangrijkste voordelen zijn de hoge duurzaamheid en kwaliteit, het eenvoudige en snelle prefab bouwproces, de betaalbaarheid en verplaatsbaarheid van de woningen. Aan de keerzijde van de medaille bevindt zich de beperkte mogelijkheden door de vorm en grootte en de nadelen van het bouwproces. Na de uitvoering van deze beschrijvende onderzoeken kan een verkennend onderzoek plaatsvinden naar de meerwaarden van het concept en de mogelijke inpassing in Vlaanderen. Hier wordt ook een korte vergelijkende studie van soortgelijke woonconcepten gedaan om de mogelijkheden te schetsen. In dit laatste deel van het onderzoek worden de eerdere onderzoeken samengelegd om zo tot een mogelijke oplossing of op zijn minst hulpinstrument voor de probleemstelling te komen.

De conclusie is dat er voldoende meerwaarden aan deze woontypologie verbonden zijn voor zowel

mens, overheid als milieu. Al moet er de mogelijkheid komen vanuit die overheid om dit volledig te implementeren in het beleid. Door de juiste toepassing van de woningen kan het zeer duurzame en betaalbare karakter tot zijn recht komen en zo toekomstgericht oplossingen bieden voor de betaalbaarheidsproblemen, het ruimtegebrek en de klimaatopwarming.

A BS T RA C T

Page 4: Innovatieve prefabwoningen als woontypologie: inpassing en ......Innovatieve prefabwoningen als woontypologie: inpassing en meerwaarde in de Vlaamse wooncultuur. Buysschaert Birger

Mijn naam is Birger Buysschaert, 21 jaar en wonende te Oostduinkerke. Drie jaar geleden begon ik

mijn opleiding Vastgoed in de afstudeerrichting Makelaardij aan de Hogeschool Gent. Na drie jaren van interessante theorielessen, praktijkgerichte opdrachten en projectwerken, maar uiteraard ook een fantastisch studentenleven buiten de schoolpoorten, loopt mijn studie ten einde. Een laatste belangrijk werk waarmee ik deze opleiding afsluit, is mijn bachelorproef. Dit is een uitstekende methode om alle kennis die ik in de afgelopen drie jaar heb verworven, te vertalen naar een eigen uit te voeren onderzoek.

Al enige tijd gaat mijn interesse grotendeels uit naar het aspect ‘wonen’. Een thema dat zeer breed is

en dat ook iedereen aangaat, maar momenteel is het begrip wonen en vooral de manier van wonen voor velen hetzelfde. Maar het huidige Woonbeleid en Ruimtelijk beleid in Vlaanderen is belangrijke wijzigingen aan het ondergaan. Dit is de voorbije jaren reeds merkbaar en er is steeds meer nood aan een frisse, innovatieve kijk op alternatieve woonvormen en woningtypes. Een voorbeeld daarvan is modulair wonen, en daar schrijf ik dus mijn eindwerk over. Een zeer relevant en vernieuwend onderwerp en wie weet ook een belangrijke manier van wonen in Vlaanderen toekomstgericht. Lees meer over mijn keuze in de inleiding.

Het is vanzelfsprekend dat een bachelorproef niet vanzelf uit je pen vloeit. Om dit proces tot een

succesvol einde te brengen en om er zelfs nog maar aan te kunnen beginnen, heb je ook de hulp en steun nodig van een aantal mensen of instanties:

Allereerst bedankt aan alle betrokken personen binnen HoGent. Mijn promotor dhr. Goedgebeur voor

de feedback en tips gedurende de volledige termijn van het schrijven aan de bachelorproef. Dhr. Koen Van Damme en de overige mensen van het team die de administratieve en organisatorische lijnen van deze opdracht uittekenen. Daarnaast wil ik graag het team Area Legno bedanken voor de nodige informatie die ik kreeg. Voor de rest bedank ik ook graag iedereen die op de één of andere manier enige steun heeft gegeven. Hierbij denk ik aan familie, vrienden, het bedrijf waar ik stage liep, enz.

W O O R D V OO RA F

Page 5: Innovatieve prefabwoningen als woontypologie: inpassing en ......Innovatieve prefabwoningen als woontypologie: inpassing en meerwaarde in de Vlaamse wooncultuur. Buysschaert Birger

Inhoud Abstract ............................................................................................................................................... 3

Woord vooraf ...................................................................................................................................... 4

Inhoudsopgave ................................................................................................................................... 5

Lijst van illustraties .............................................................................................................................. 8

1. Inleiding .................................................................................................................................... 9

1.1. Aanleiding ............................................................................................................................ 9

1.2. Onderwerp ........................................................................................................................... 9

1.3. Onderzoek............................................................................................................................ 9

DEEL A - ANALYSE VAN DE VLAAMSE WOONCULTUUR

Inleiding ........................................................................................................................................ 11

2. Geschiedenis van de Vlaamse wooncultuur........................................................................... 12

2.1. De lange negentiende eeuw ............................................................................................... 12

2.2. het interbellum .................................................................................................................... 13

2.3. Wonen in welvaart na wo II ................................................................................................ 14

2.4. de laatste decennia ............................................................................................................ 16

2.5. Conclusie ........................................................................................................................... 16

3. De huidige woonsituatie ......................................................................................................... 17

3.1. Het grote woononderzoek 2013 ......................................................................................... 17

Hoe en waar woont de Vlaming?.............................................................................................. 17

Betaalbaarheid en woonzekerheid ........................................................................................... 18

Kwaliteit .................................................................................................................................... 20

Overlapping tussen de woonproblematieken ........................................................................... 21

Andere elementen uit de woningmarkt ..................................................................................... 22

Beleid en aanbevelingen .......................................................................................................... 23

3.2. Innovatieve woonvormen in Vlaanderen ............................................................................ 24

4. Woonbeleid voor De toekomst ............................................................................................... 25

4.1. Het woonbeleidsplan in grote lijnen .................................................................................... 25

In 2050 zijn alle woningen kwaliteitsvol .................................................................................... 25

In 2050 is menswaardig wonen voor iedereen betaalbaar ....................................................... 25

In 2050 heeft iedereen de zekerheid te kunnen blijven wonen in een geschikte woning .......... 26

In 2050 zijn vraag en aanbod op mekaar afgestemd ................................................................ 26

IN HO UD S OPG A VE

Page 6: Innovatieve prefabwoningen als woontypologie: inpassing en ......Innovatieve prefabwoningen als woontypologie: inpassing en meerwaarde in de Vlaamse wooncultuur. Buysschaert Birger

In 2050 heeft iedereen toegang tot een woning ....................................................................... 26

4.2. energiebeleid ...................................................................................................................... 27

Het BEN-beleid 2021 ................................................................................................................ 27

4.3. Beleidsplan Ruimte Vlaanderen (BRV) .............................................................................. 28

DEEL B - TOELICHTING VAN HET M.A.DI. CONCEPT

Inleiding ........................................................................................................................................ 29

5. De term M.A.DI. en het concept ............................................................................................. 30

5.1. Modulo abitativo dispiegabile ............................................................................................. 30

5.2. Het idee achter het ontwerp ............................................................................................... 30

5.3. De verschillende designs ................................................................................................... 31

Single Module – Tiny /27 m² ..................................................................................................... 31

Double Module – Young /56 m² ................................................................................................ 32

Double Module – Luxury /46 m² ............................................................................................... 32

Triple Module – Family /84 m² .................................................................................................. 33

Triple Module – Cottage /70 m² ................................................................................................ 33

5.4. Area Legno......................................................................................................................... 34

6. De praktische kant ................................................................................................................. 35

6.1. M.A.DI. In de praktijk .......................................................................................................... 35

6.2. van fabriek tot bouwplaats: het proces ............................................................................... 36

Samenstelling van de prefab modules. .................................................................................... 36

De installatie op de bouwplaats. ............................................................................................... 36

6.3. technische kant van de woning .......................................................................................... 37

Fundering en betonbasis .......................................................................................................... 37

Materialen en kwaliteiten .......................................................................................................... 38

6.4. Keuzevrijheid in design en afwerking ................................................................................. 38

6.5. Kostenplaatje ..................................................................................................................... 39

7. Voor- en nadelen in de weegschaal ....................................................................................... 40

7.1. low budget huisvesting ....................................................................................................... 40

7.2. voordelen prefab bouwproces ............................................................................................ 42

7.3. Het milieubewuste aspect .................................................................................................. 43

Gebruik van duurzame materialen ........................................................................................... 43

Respectvolle verbinding met de omgeving ............................................................................... 43

Compact wonen ....................................................................................................................... 43

Algemene energieprestatie ...................................................................................................... 43

7.4. Verplaatsbaarheid en aanpasbaarheid .............................................................................. 44

7.4. verbonden aan vorm en beperkte ruimte............................................................................ 43

7.5. Nadelen prefab bouwproces .............................................................................................. 43

Page 7: Innovatieve prefabwoningen als woontypologie: inpassing en ......Innovatieve prefabwoningen als woontypologie: inpassing en meerwaarde in de Vlaamse wooncultuur. Buysschaert Birger

DEEL C - MODULAIR EN COMPACT BOUWEN EN WONEN Inleiding ........................................................................................................................................ 51

8. Soortgelijke innovatieve woontypes ....................................................................................... 52

8.1. Tiny Houses in NL, België en de VS .................................................................................. 52

Tiny House Movement ............................................................................................................. 52

Tiny Houses Techum ............................................................................................................... 53

Doorbraak naar België? ........................................................................................................... 54

8.2. The ne[s]t living .................................................................................................................. 55

8.3. Pop-up woningen ............................................................................................................... 55

DEEL D - MEERWAARDE IN WOONTOEKOMST VL EN MOGELIJKE INPASSING

Inleiding ........................................................................................................................................ 57

9. Meerwaarde en Mogelijkheden binnen regelgeving en beleid................................................ 58

9.1. Toetsing aan het de huidige regelgevingen ........................................................................ 58

9.2. Toetsing aan het toekomstbeleid in VL .............................................................................. 59

Meerwaarden voor het Woonbeleidsplan 2050 ........................................................................ 59

Meerwaarden binnen het Energiebeleid ................................................................................... 60

Meerwaarden binnen het Ruimtelijk beleid ............................................................................... 61

9.3. Aansluiting bij het Vlaamse woonidee ................................................................................ 61

10. Concrete inpassingsideeën .................................................................................................... 62

10.1. Ruimtelijke inpassing in Vlaanderen .............................................................................. 62

Tiny House inbreidingsprojecten in de stadsomgeving ............................................................ 62

Groene en duurzame M.A.DI.-wijken of straten........................................................................ 62

10.2. Nieuwe woonmogelijkheden? ......................................................................................... 63

Co-wonen met gedeelde tuin ................................................................................................... 63

Sociale low-budgetwijken en samenlevingen voor jonge senioren ........................................... 64

11. Conclusie ............................................................................................................................... 65

Literatuurlijst...................................................................................................................................... 66

Digitale bronnen ........................................................................................................................... 66

Niet-digitale bronnen .................................................................................................................... 67

Persoonlijke communicatie ........................................................................................................... 67

Verklarende Woordenlijst .................................................................................................................. 68

Lijst van afkortingen .......................................................................................................................... 69

Bijlagen ............................................................................................................................................. 70

11.1. Verslag bezoek Inhabits design village milaan – interview madi vertegenwoordiger. ..... 70

Page 8: Innovatieve prefabwoningen als woontypologie: inpassing en ......Innovatieve prefabwoningen als woontypologie: inpassing en meerwaarde in de Vlaamse wooncultuur. Buysschaert Birger

Figuur 1: Beluik in Gent …………………………………………………………………………………….. 12 Figuur 2: Arbeiderswoningen Benedictijnenstraat Gent ................................................................... 12 Figuur 3: Tuinwijk Le Logis in Watermaal-Bosvoorde ...................................................................... 14 Figuur 4: wonen in welvaart in de jaren '60 ...................................................................................... 15 Figuur 5: Relatieve omvang van de deelmarkten in % in VL, 1981- 2013 ……………………………. 17 Figuur 6: Evolutie van de woonvoorraad in VL, 2005-2013 ............................................................... 17 Figuur 7: Evolutie besteedbaar inkomen en de brutowoonuitgaven voor eigenaars met hypotheek en huurders, 1976-2013 ......................................................................................................................... 19 Figuur 8: % VL huishoudens met WQ > 40%, 2005 en 2013 …………………………………………. 20 Figuur 9: % Vlaamse huishoudens onder de norm RI, 2005 en 2013 ............................................... 20 Figuur 10: Tabellen bezettingnorm volgens de Vlaamse Wooncode ................................................ 21 Figuur 11: Overlap tussen de problematiek van betaalbaarheid, kwaliteit en woonzekerheid .......... 22 Figuur 12: Verstrenging van het E-peil voor nieuwbouwwoningen in VL........................................... 27 Figuur 13: Energielabel voor woningen op het nieuwe EPC+ .......................................................... 28 Figuur 14: Plannen Single Module Tiny 27 m² .................................................................................. 31 Figuur 15: Plannen Double Module Young 56 m² ............................................................................. 32

Figuur 16: Plannen Double Module Luxury 46 m² ............................................................................ 32 Figuur 17: Plannen Triple Module Family 84 m² ............................................................................... 33 Figuur 18: Plannen Triple Module Cottage 70 m² ............................................................................. 33 Figuur 19: Voorbeeld M.A.DI. Triple woningen ................................................................................. 34

Figuur 20: ontvouwingstechniek van de modules: van flatpack tot woning ...................................... 36

Figuur 21: Voorbereidingen in de fabriekshal ……………………………………………………………. 37 Figuur 22: vervoer naar de bouwplaats ............................................................................................. 37 Figuur 23: Plaatsing flatpacks op basis …………………………………………………………………... 37 Figuur 24: ontvouwing module met laadkraan …………………………………………………………... 37 Figuur 25: Afwerking wanden en gevels ........................................................................................... 37

Figuur 26: Schroeffundering ankersysteem ...................................................................................... 37 Figuur 27: Mogelijk interieurlook ....................................................................................................... 38 Figuur 28: Foto's van mogelijke gevelafwerkingen ........................................................................... 39

Figuur 29: woningprijzen in België uit verkopen, 1992-2017 …………………………………………... 41 Figuur 30: grondprijzen in België, 1992 – 2014 ................................................................................. 41 Figuur 31: CO2-verbruik bij bouwmaterialen ..................................................................................... 43

Figuur 32: Lambda-waarden bouwmaterialen hout en stenen .......................................................... 43 Figuur 33: Lambda-waarde massief houten panelen (vuren) ............................................................ 44 Figuur 34: Lambda-waarden isolatiematerialen ................................................................................ 44 Figuur 35: tabel duurzaamheidsaspecten funderingssystemen ....................................................... 43

Figuur 36: Energieprestatie woningen Italië voor en na 2015 .......................................................... 44 Figuur 37: Planinrichting Tiny Houses Techum ................................................................................ 53 Figuur 38: Woningontwerpen Tiny Houses Techum ......................................................................... 53 Figuur 39: Voorbeeld van een tiny house op trailer in een tuin ......................................................... 54 Figuur 40: PopUp House Frankrijk ...……………………………………………………………………… 56 Figuur 41: MicroHouse ..................................................................................................................... 56 Figuur 42: Plug-In House exterieur en interieur China ..................................................................... 56 Figuur 43: Vergelijking energielabels Vlaanderen en Italië ............................................................... 61

Figuur 44: Voorbeeld van een duurzame wijk en tiny house inbreidingsproject ................................ 63 Figuur 45: Voorbeeld van co-wonen met gedeelde tuin: 'Pocket Neighboorhoods' .......................... 64

L IJ ST VA N IL L US T RA T IE S

Page 9: Innovatieve prefabwoningen als woontypologie: inpassing en ......Innovatieve prefabwoningen als woontypologie: inpassing en meerwaarde in de Vlaamse wooncultuur. Buysschaert Birger

9

1.1. AANLEIDING

“De Belgen zijn geboren met een baksteen in de maag”. Iedereen kent het eeuwenoude gezegde wel, maar wat er is hedendaags nog van waar? Of beter gezegd, op welke manier is er de mogelijkheid om deze baksteen nog uit de maag te halen? De typisch Vlaamse woondroom van een ruime, alleenstaande villa op het platteland met grote tuin speelde tot op heden nog in een groot deel van de Belgen hun hoofd. Terwijl dit in Wallonië nog niet tot grote problemen heeft geleid, staat de Vlaamse klok al enige tijd op vijf voor twaalf. Al een kleine eeuw lang speelt deze woonmentaliteit bij Vlamingen waardoor het volledige Vlaamse landschap versnippert is en dus volgebouwd raakte. Op deze ruimtelijke problematiek wordt hier niet uitgebreid ingegaan, maar wel op één van de vele zaken die ermee gepaard gaan, namelijk het facet wonen. Er is grondschaarste, de negatieve impact op het milieu zorgt voor strengere wooneisen, de overheid neemt maatregelen zoals de betonstop, maar vooral de betaalbaarheid van woningen wordt steeds meer en meer een problematiek waardoor velen zich nog moeilijk een eigen huis kunnen aanschaffen dat voldoet aan hun behoeften. Op welke manier kan het wonen in de toekomst aangepast worden om deze zaken op te lossen?

1.2. ONDERWERP

Zoals reeds in het voorwoord beschreven, situeert dit werk zich binnen het thema modulair wonen, wat één van de mogelijke alternatieve woontypologieën kan zijn voor in de nabije toekomst. Geprefabriceerde woningen die bij wijze van spreken kant-en-klaar worden geleverd en zo hoge bouwtijd en -kosten doen verdwijnen, winnen steeds meer aan populariteit. Vaak wordt ook het begrip ‘tiny houses’ gebruikt. Dit wijst op de compacte manier van wonen die vaak met prefabconstructies gepaard gaan. Het draait vooral om de filosofie dat men het perfect kan doen met minder om zo meer aandacht te besteden aan wat de mens echt gelukkig maakt, bijvoorbeeld het milieuvriendelijk en gezond wonen in een hechtere relatie met de natuur. Meer bepaald zal dit werkstuk gaan over een recent bedacht concept “Modulo Abitativo Dispiegabile” (M.A.DI.) ontworpen door de Italiaanse architect Renato Vidal en uitgewerkt door het bedrijf Area Legno. Naast het modulaire gegeven biedt dit concept nog een ander zeer interessant voordeel, namelijk het deel van de term dispiegabile, dat wijst op het ontvouwbare en verplaatsbare karakter van de behuizingsmodules.

1.3. ONDERZOEK

Voortgaand op de probleemstelling in de eerste alinea wordt hieronder besproken wat het onderzoek inhoudt en hoe de structuur van het rapport zal zijn. Dit werkstuk wordt een beschrijvend en verkennend onderzoek waarin de inhoud van dit woonconcept grondig wordt uitgelegd, de wooncultuur in het verleden net als het hedendaags beleid wordt geanalyseerd om zo toekomstgericht te kijken hoe deze manier van wonen een meerwaarde kan bieden in Vlaanderen.

1 . IN LE ID IN G

Page 10: Innovatieve prefabwoningen als woontypologie: inpassing en ......Innovatieve prefabwoningen als woontypologie: inpassing en meerwaarde in de Vlaamse wooncultuur. Buysschaert Birger

10

Vandaar onderstaande onderzoeksvraag:

“ Welke meerwaarde kunnen modulaire M.A.DI.-woningen als innovatieve woontypologie betekenen voor de toekomstige Vlaamse wooncultuur? “

Het onderzoek begint met een uitgebreide analyse over de Vlaamse wooncultuur om een

probleemstelling te construeren. Allereerst wordt de geschiedenis van het wonen bestudeerd, gevolgd door een analyse van de huidige woonsituatie, regelgeving en bestaande woonvormen. Tenslotte wordt nog bekeken wat toekomstgericht de concrete overheidsdoelstellingen zijn voor zowel het woonbeleid, Ruimtelijke beleid als energiebeleid.

Het tweede deel van het onderzoek bestaat uit een algemene descriptie van het concept, de modulaire

M.A.DI. woningen. In dit hoofdstuk is zowel een theoretische uiteenzetting van het idee als een praktijkgerichte voorstelling van de constructies te vinden. Dit deel wordt afgesloten met een opsomming en uitwerking van de grote voor- en nadelen die verbonden zijn aan deze woontypologie..

Vervolgens wordt verder ingegaan op modulair bouwen en wonen in het algemeen. Welke andere

(modulaire) woonconcepten zijn er onlangs op de markt gebracht en waar liggen de voornaamste gelijkenissen en verschillen? Vertellen deze concepten iets over de toekomstmogelijkheden van M.A.DI.-woningen?

In het vierde en laatste deel worden alle voorgaande onderzoeken samengelegd en vindt een

concluderende analye plaats over de effectieve meerwaarde die M.A.DI.-woningen kunnen bieden voor de Vlaamse wooncultuur. Op welke manier dit concreet ingebracht kan worden in Vlaanderen en waarom men zou overwegen om op deze manier te gaan wonen in de toekomst? Dat zijn de finale vragen waarop dit onderzoek een antwoord biedt.

Een onderzoek loopt niet altijd volgens de vooropgestelde planning en tijdens het onderzoek kunnen

er beperkingen of problemen optreden. Een grote meerwaarde voor dit eindwerk zou een bezoek aan het bedrijf Area Legno geweest zijn om een goed zicht te krijgen op het bouwproces en zoveel mogelijk informatie te verwerven. Wegens hun te drukke agenda en de moeilijke correspondentie is dit er niet van gekomen en bleef tal van concrete informatie op zich wachten om het onderzoek verder te kunnen zetten. Er is eind april wel een bezoek geweest aan een beurs in Milaan waar alsnog een groot deel van de informatie is verkregen, maar de verwachtingen werden niet volledig ingevuld. De specifieke details van het concept zijn bijgevolg niet altijd even nadrukkelijk uitgewerkt, maar de beschikbare info biedt voldoende stof voor het onderzoek naar de meerwaarde in de Vlaamse wooncultuur.

Page 11: Innovatieve prefabwoningen als woontypologie: inpassing en ......Innovatieve prefabwoningen als woontypologie: inpassing en meerwaarde in de Vlaamse wooncultuur. Buysschaert Birger

11

A

DEEL ANALYSE VAN DE VLAAMSE WOONCULTUUR.

INLEIDING

Om een duidelijke en juiste context te scheppen waarbinnen dit onderzoek valt, is het belangrijk om een voorafgaande analyse te voeren om zo de lijnen af te bakenen en de probleemstelling te construeren. Het eerste grote deel van dit onderzoek start dan ook met een analyse van de wooncultuur in Vlaanderen en welke impact dit tot dusver heeft gehad op ons land. Er wordt gekeken naar zowel de geschiedenis van het wonen in Vlaanderen als de huidige situatie en normen én er wordt een blik gericht op het toekomstbeleid.

Page 12: Innovatieve prefabwoningen als woontypologie: inpassing en ......Innovatieve prefabwoningen als woontypologie: inpassing en meerwaarde in de Vlaamse wooncultuur. Buysschaert Birger

12

2.1. DE LANGE NEGENTIENDE EEUW

De negentiende eeuw wordt door vele historici gezien als een relatief lange periode dat duidt op één aaneensluitende tijdruimte tussen de Franse Revolutie (1789) en het begin van de eerste wereldoorlog (1914). Het is een periode met een opeenvolging van vele interessante historische gebeurtenissen op vlak van politiek en economie met alle gevolgen vandien voor het wonen. Het huidige huisvestingsbeleid in Vlaanderen heeft vele gronden in deze periode. Hier bevindt zich ook het begin van de geschiedenis van de Vlaamse wooncultuur waar we nog steeds de gevolgen van kunnen waarnemen. Hieronder volgt een beknopte voorstelling van het tijdsverloop van de eeuw met de belangrijkste momenten op vlak van huisvesting.

Door deze ontwikkeling van de industriële revolutie in België in het begin van de negentiende eeuw, ontstonden grotere industriële centra zoals Gent, verviers, Luik, Bergen en Charleroi. Deze bestaan voornamelijk uit textielnijverheid en ijzer-, steenkool-, en glasfabrieken en hiervoor waren werkkrachten nodig. Dit zorgde voor een grote toeloop van de Belgische bevolking naar steden en zo werd de kiem aan de verstedelijking in de negentiende eeuw gelegd. Deze arbeiders moesten dicht bij hun werk wonen aangezien er nog geen sprake was van openbaar vervoer om zich te verplaatsen. Doordat er in het begin van de eeuw nauwelijks huisvestingsbeleid was en er een enorme toestroom van mensen in de stad aan de gang was, was de stad al snel volgebouwd. Daardoor ontstonden er ook rondom de vuile en ongezonde stadskern dichtbebouwde en overbevolkte gordels en wijken van kleine en arme woningen voor het proletariaat. Deze ongelijkheid en slechte leefcondities woog voor de elite niet op tegen het enorme succes en de industriële macht dankzij de fabrieken. In de daarop volgende decennia was de industrialisatie ook in kleinere steden aan een opmars bezig. Dit werd mede mogelijk gemaakt door de toepassing van de stoomlocomotief, met als gevolg de eerste Belgische spoorlijn tussen Mechelen en Brussel in 1835.

Figuur 1: Beluik in Gent (Bron: CUG) Figuur 2: Arbeiderswoningen Benedictijnenstraat Gent (Bron: CUG)

Na verloop van tijd staan bepaalde betrokken burgers uit de betere klassen toch op om zich te

ontfermen over de leef- en woonomstandigheden van de arbeidersbevolking. Deze burgers werden ook wel de verlichte industriëlen genaamd, zij met sociale en filantropische motieven. Zij zorgden voor de bouw van complexen van arbeiderswoningen in de stadskern en stadsrand en voor een verbetering van de beluiken ontstaan in de eerste helft van de negentiende eeuw.

2 . G E SC HIEDEN IS VA N D E V L AA MS E W O O N C UL TUUR

Page 13: Innovatieve prefabwoningen als woontypologie: inpassing en ......Innovatieve prefabwoningen als woontypologie: inpassing en meerwaarde in de Vlaamse wooncultuur. Buysschaert Birger

13

Al was het maar uit vrees voor de uitbraak van ziektes of als unieke kans op extra werkkracht. Deze privé-initiatieven, waarbij het meer om het comfort en de hygiëne ging van het proletariaat, startten rond 1850 maar bleven beperkt. De wet van 2 juli 1867 zorgde ervoor dat ook de overheid privé-woningbouwverenigingen kon oprichten en zo arbeiderswoningen of -complexen kon neerzetten. Maar ook dit leverde de eerste twintig jaar weinig op. Een gekend voorbeeld van een privé-initiatief tot de bouw van arbeidershuisvesting is de Werkmanssteeg in Tienen. Dit werd gebouwd in opdracht van Eugène Vanden Bossche, directeur van een nabijgelegen suikerfabriek. Nadat diverse verlichte industriëlen al bezig waren met de verbetering van de woningen voor het proletariaat, groeide de druk ook bij de overheid om de toestand van deze bevolkingsgroep te verbeteren. Dit leidde tot een eerste vorm van sociaal huisvestingsbeleid, namelijk de volkswoningbouwwet. Aan de hand van kredietverstrekkingen, onder meer door het iets eerder opgerichte Algemene Spaar- en Lijfrentekas (A.S.L.K.), moesten gemeenten de arbeiders de mogelijkheid bieden hun eigen woning te kopen. Veel effect had dit niet meteen, waardoor er aan de hand van grootschalige bouwprojecten door woningbouwmaatschappijen sociale huisvesting moest ontstaan. Dit was tot aan de Eerste Wereldoorlog (WO I) voornamelijk in de vorm van grote appartementsgebouwen.

Ondertussen is er een enorme uitbreiding gebeurt van de transportmogelijkheden dankzij de aanleg van spoorwegen over grote delen van België. Het spoor diende aanvankelijk als economisch middel diende voor de verbetering binnen de industrie en handel. Daar werd in 1874 door de minister van Spoorwegen een volledig andere wending aan gegeven. Door de invoer van spotgoedkope treinabonnementen kon de arbeidersbevolking nu net de omgekeerde beweging maken naar het platteland. Dit werd zeer populair en werd overgenomen door het later opgerichte Nationale Maatschappij Voor Buurtspoorwegen (NMVB), het streekvervoer-bedrijf voor tramwegen. Dit zorgde voor een transportpolitiek met als doel de verspreiding van de arbeidersbevolking. Alle arbeiders konden zich nu vestigen rondom de talrijke haltes van de langgerekte spoorwegen en vlot en goedkoop pendelen naar hun werk in de stad. De eerste lijn werd in 1885 geopend tussen Oostende en Nieuwpoort. Is dit één van de oorzaken van de volgebouwde Vlaamse kustlijn die momenteel wordt vergeleken met de natuurkust van Nederland? Ook het huisvestingsbeleid met zijn allereerste wet in 1889 bevordert dit proces. De ‘Loi sur les habitations ouvrières’, die exclusief op de arbeidersbevolking gericht is, steunt en versterkt deze vestigingsbeweging door zijn bepalingen. Onder meer door de lage grondprijzen en financiële hulp kregen de arbeiders de kans zich een individuele nieuwbouwwoning aan te wenden in zogenaamde dorpen. Daarnaast was de overheid zeer vrijgevig. De nodige fiscale attesten voor het neerzetten van arbeiderswoningen of het aangaan van een krediet konden zo goed als voor niets verkregen worden bij de propagandaorganismen. Rijwoningen werden toen ook als het woningmodel gepromoot en hierdoor ontstond een stedelijk patroon van rijwoningen in een landelijke omgeving. Deze woning en de grond werden de rijkdom van de familie en bij gebrek aan regelgeving door iedereen op een eigen manier gebruikt. Zo ontstonden nog tal van bijbouwingen. Vanwege de afgenomen migratie naar de stad had België geen grote stedelijke problemen en werd er nooit een stedelijk beleid ingevoerd. Daarentegen was er wel een vorm van uitgestrekte kleinschalige verstedelijking in dorpen in het platteland aan de gang.

2.2. HET INTERBELLUM

De woon- en bouwcultuur van de negentiende eeuw liep nog een vijftien jaar door in de twintigste eeuw. Tot aan de Eerste Wereldoorlog om precies te zijn. De periode tussen WOI tot WOII, ook wel het interbellum genaamd, werd een periode van het ‘bouwen aan een nieuwe thuis’. Bij het verdrag van Versailles in 1918 kreeg België herstelbetalingen van Duitsland om het landschap en de vernielde gebouwen te heropbouwen. Via de Nationale Maatschappij voor Goedkope Woningen en Woonvertrekken (NMGWW) en de Nationale Maatschappij voor Kleine Landeigendommen (NMKL) bood de overheid een goede volkshuisvesting aan. Daarnaast startten sociale organisaties zoals de Bond der

Page 14: Innovatieve prefabwoningen als woontypologie: inpassing en ......Innovatieve prefabwoningen als woontypologie: inpassing en meerwaarde in de Vlaamse wooncultuur. Buysschaert Birger

14

Kroostrijke Gezinnen met de uitgave van woningfondsen en zorgen ook de Belgische Boerenbond en Belgische Boerinnenbond voor de ontwikkeling van een nieuwe landelijke wooncultuur. Hierbij is het behoud van de eigenheid van het platteland zeer belangrijk. Ook waren sociale middenveldorganisaties belangrijk als vorm van opvoeders op gebied van het correcte volkswonen. Met behulp van deze actoren kon het Belgische landschap worden hersteld.

De NMGWW werd in 1919 opgericht en hierdoor nam de sociale huisvesting in België een vliegende

start. In de eerste daaropvolgende jaren kwamen er honderden bouwmaatschappijen waardoor een recordaantal sociale woningen tot stand kwamen. Deze woningen werden bijna allemaal gebouwd volgens een vaste stedenbouwkundige vorm, namelijk de tuinwijkgedachte. Dit is gebaseerd op de negentiende eeuwse Engelse tuinsteden, ontworpen door Ebenezer Howard, maar vervormd naar de toepassing van tuindorpen of -wijken. Dit zijn wijken in een stad met een dorps, groen karakter, veelal gebouwd als vernieuwde tegenhanger van de verloederde arbeiderswoningen van grote steden. Hier staan hygiëne, comfort en esthetiek centraal. Als oplossing voor de grote woningnood na WOI werd de wederopbouw door de bouwmaatschappijen gebaseerd op het tuinwijk concept. Dit concept werd op het wederopbouwcongres, georganiseerd door Union des Villes van de voorzitter van de NMGWW, in 1920 naar voor geschoven. Deze tuinwijken die werden gebouwd aan de rand van steden of gemeenten, werden voornamelijk tot 1925 gerealiseerd. Het model bleek financieel nog moeilijk haalbaar nadat de subsidies werden teruggeschroefd en opnieuw richting de privé-woningbouw gingen.

2.3. WONEN IN WELVAART NA WO II

Na de tweede wereldoorlog moest België opnieuw worden opgebouwd, zowel letterlijk op vlak van woningen, als op maatschappelijk en economisch vlak. 67% van de woningen dateerden van voor 1918 en verkeerden in zeer slechte staat. Er bleek dus een enorme woningnood. In de zomer van 1945 werden zowel de Christelijke Volkspartij (CVP) als zijn tegenhanger, de Belgische Socialistische partij (BSP), opgericht. Die eerste werd in 2001 omgevormd tot de nu welbekende partij genaamd CD&V. De andere kan nu voor vlaanderen gezien worden als sp.a. Deze twee partijen waren in de jaren na de oorlog de belangrijkste politieke spilfiguren voor de wederopbouw van België. De CVP was bij de eerste verkiezingen van 1946 meteen duidelijk de grootste partij. De ideologie van deze partij voor het oplossen van de grote woningnood was het financieren van de bouw van individuele, comfortabele woningen op het platteland. Het doel hiervan is de gelijkmatige spreiding en ontwikkeling over het volledige land en dit zou zorgen voor sociale vrede en geluk. Al sinds de 19e eeuw zorgde deze partij hiervoor door de promotie van het spoor als woon-werkverkeer, waardoor arbeiders de stad konden ontvluchten. De BSP was voorstander van het wederopbouwen in en rond de stad onder andere aan de hand van hoogbouw, gebouwd door de overheid.

Ondanks totaal verschillende visies werd drie jaar later, in 1948, toch door een coalitieregering de Wet

De Taeye opgericht met als slogan ‘individuele woning als bouwsteen van de welvaart’, Dit moest zorgen voor de oprichting van goedkope woningen. Er werden interessante bouwpremies uitgekeerd en gunstige 100%-leningen toegestaan. Hierbij stond de staat borg voor de extra 30 à 40% bovenop de maximum lening tegenover de bouwondernemingen. Er was geen minimumgrens op vlak van inkomen, en zo was dit een financiële hulp voor iedereen voor het verwezenlijken van een eigen woning. Tot aan de oliecrisis

Figuur 3: Tuinwijk Le Logis in Watermaal-Bosvoorde (Bron: Wikipedia)

Page 15: Innovatieve prefabwoningen als woontypologie: inpassing en ......Innovatieve prefabwoningen als woontypologie: inpassing en meerwaarde in de Vlaamse wooncultuur. Buysschaert Birger

15

in 1973 werden er maar liefst 411.000 premiewoningen neergezet. Het wonen in welvaart werd in Vlaanderen gezien als beschikken over een goedkope, hygiënische en functionele woning. Maar daarnaast ook als een huis met ruime tuin en later ook garage, in een groene omgeving, weg van de drukte van de stad. De Wet De Taeye is zo één van de grote oorzaken van het ‘wilde wonen’ en antistedelijke karakter nu in Vlaanderen. Tot 50% van de volkswoningen die voortkomen uit de Wet Taeye zijn gerealiseerd dankzij de staat, en deze zijn uitgegroeid tot een economisch product. Na de wereldtentoonstelling in 1958 ontstonden verbeterende technologieën en ging de levensstandaard en de koopkracht omhoog. Er was een groeiende economie met goede lonen en van werkloosheid was nog weinig sprake. De auto en het toerisme werden ook steeds populairder en de grootte en kwaliteit van de woningen steeg. Dit alles zorgde voor nog meer stadsvlucht en het woon-werkverkeer werd alleen maar groter. Bij gebrek aan ruimtelijke regelgeving ontstond op die manier overal wildgroei en lintbebouwing op het platteland.

Samen met de Wet Brunfaut (1949), zijn sociale tegenhanger, en de krotopruiming sinds 1953 is de Wet De Taeye één van de drie grote pijlers die de basis vormden van de woningpolitiek na de tweede wereldoorlog. Deze drie pijlers streefden drie grote doelen na: de stimulering van de particuliere bouw, de bouw van huurwoningen en het opruimen van kroten. In België was er bijna enkel sprake van particuliere bouw, in tegenstelling tot bijvoorbeeld Nederland. Al was er door de Wet Brunfaut de mogelijkheid voor sociale woningbouwmaatschappijen om collectieve woonblokken of projecten neer te zetten. Dit kon doordat de wet naast de reeds bestaande bouwpremies ook nog aankooppremies aanbood. Deze werden beschikbaar gesteld voor de mensen uit een lage inkomenscategorie. Dit was slechts een tiende in vergelijking met alle particuliere woningen, maar zo waren er ook hier en daar goed georganiseerde wijken te zien. Dit door de overgebleven tuinwijkgedachte van de sociale maatschappijen van tijdens het interbellum.

Dit was het resultaat van de NMGWW en de NMKL. Deze eerste huisvestingsmaatschappij zette

voornamelijk in op het stedelijk karakter van de woning, terwijl de NMKL zich richtte op het landelijk karakter. Beiden werden evenwel neergezet in landelijke gebieden en dorpen. Vanuit de ASLK werden in het kader van de Wet Brunfaut grote huisvestingskredieten verstrekt voor de bouw van wijken en gebouwen. De modelplannen die vaak werden gepubliceerd in tijdschriften of propagandaboekjes toonden de grondplannen en geveltekeningen van de woningen. Daarop stonden ook de minimumeisen

qua grootte en plaats. De oppervlakte voor een huis voor 4 personen lag bijvoorbeeld tussen de 75 en 82 vierkante meter. De belangrijkste factoren waren hygiëne en comfort. De woningen zijn goed verlucht en verlicht, en hebben bij voorkeur een tuin. Verder bevatten ze dankzij een beter rioleringsnetwerk ook over een toilet binnenshuis en de badkamer doet ook stilaan zijn intrede. Voordien hechtte men minder belang aan hygiëne en privacy en wastte men zich in de (achter)keuken of buiten. Na de opkomst van de auto in de jaren ’60 werd ook een garage al snel onderdeel van het huis met een duidelijke dagzone (woonruimte en keuken) en nachtzone (slaapkamers en badkamer).

Figuur 4: wonen in welvaart in de jaren '60 (Bron: vai)

De aankoop van een individuele woning en de verwerving van een klein landeigendom werd niet enkel gepromoot en gefinanceerd door de overheid. Ook arbeidersbewegingen ‘Kristelijke Arbeidersvrouwen’ (KAV) en ‘Kristelijke Werknemersbeweging’ (KWB) promootten een soortgelijk woonidee aan de hand van woonvoorlichting. Dat idee van de vrijstaande eengezinswoning met grote tuin als ideale woonst sluit naadloos aan bij de toenmalige ambitie van de CVP. Door onder andere tentoonstellingen brengen ze deze ideeën en advies voor een goede thuis aan de man. Naast deze arbeidersbewegingen was er ook

Page 16: Innovatieve prefabwoningen als woontypologie: inpassing en ......Innovatieve prefabwoningen als woontypologie: inpassing en meerwaarde in de Vlaamse wooncultuur. Buysschaert Birger

16

nog de Belgische Boerinnenbond die vorming gaf aan plattelandsvrouwen in Vlaanderen. Het ‘Huis onzer Dromen’ van deze organisatie was een rechthoekige, vrijstaande eengezinswoning van 114 m² met twee verdiepingen en tuin. Op het gelijkvloers bevindt zich de hal en ontvangstruimte, woonkamer, keuken, waskamer, wc en een slaapkamer. De andere slaapkamers situeren zich op het eerste verdiep en dan is er nog een zolder en kelder.

De jaren ’60 was de periode van grote krotopruimingsacties in de binnensteden. Hier werden grote

bouwprojecten, woonblokken en appartementen gerealiseerd. Die dure appartementen werden gekocht door kleine zelfstandigen, die ook in het groen gingen wonen. Bijgevolg werden deze verhuurd aan de minder welgestelde medemens. De eerste wet op de stedenbouw kwam er pas in 1962 en in 1970 was er de eerste huisvestingscode. Dit is de start van de overgang naar een meer planmatige en geordende ruimtelijke ordening, maar dit neemt jaren in beslag. De eerste gewestplannen werden pas goedgekeurd vanaf 1976. De periode daarvoor ging de naoorlogse bouwpolitiek nog een tijdje langzaaam door, aangepast met de opkomende technologieën.

2.4. DE LAATSTE DECENNIA

In de laatste decennia van de twintigste eeuw groeit de welvaart nog meer, er is steeds meer technologie voorhanden en de auto wordt ook steeds populairder. De suburbanisatie gaat langzaam verder, maar er komen ook steeds meer regelgevingen. De wet op de Ruimtelijke Ordening en Stedenbouw met zijn gewestplannen zorgt voor een beter georganiseerd bouwen en wonen, al is het wilde wonen over het volledige landschap hier al een feit. Door het nieuwe decreet in de eeuwovergang en de ruimtelijke structuurplannen wordt de overheid strenger op de vergunning voor het bouwen van een woning. Naast regels op ruimtelijk vlak wordt er ook in de eenentwintigste eeuw geleidelijk aan meer aandacht besteed aan de regelgeving op vlak van woonkwaliteit en milieu.

2.5. CONCLUSIE

Wanneer men naar het huidige wonen en de woontoekomst in Vlaanderen kijkt, is het handig om te onderzoeken van waaruit deze cultuur is gegroeid. De oorsprong van de verspreide verstedelijking ligt reeds in de 19e eeuw en werd alleen maar versterkt door het welvaartsidee van de bouwpolitiek na WOII. Door de beperkte regelgeving voor de jaren ’70 woonden Vlamingen op verschillende eigen wijzen over het landschap en was er van orde weinig sprake. De ontstane en geëvolueerde woonculturen in het verleden zijn dikwijls de wortels van hoe de bevolking nu woont en leeft. Dit is nog steeds op bepaalde manieren te zien.

Sporen van arbeidersbuurten werden in de twintigste eeuw meer en meer weggewerkt door nieuwe

woningen, maar toch zijn arbeiderswoningen tot op heden nog steeds een deel van ons straatbeeld. Vooral in de binnensteden zijn deze woningen te zien. Ze hebben een commerciële functie of worden gebruikt als woonst en geven de stad samen met de herenhuizen karakter. Er zijn nog steeds tal van wijken in Vlaanderen die tijdens het interbellum gebaseerd zijn op de tuinwijkgedachte. Dit wijktype is nog steeds populair voor het groene wonen vlakbij of aan de rand van de stad. Buiten de stad wordt er nog steeds door velen geleefd volgens het idee dat ontstond in de welvaartsperiode na de tweede wereldoorlog. Het woonidee van de vrijstaande woning met eigen tuin als ideaal huis dat voor vrede en geluk moet zorgen, is nog steeds zeer populair. De sociale huisvesting vindt ook zijn oorsprong al in de tweede helft van de negentiende eeuw met de volkswoningbouwwet om arbeiders een betere woning te kunnen bieden.

Page 17: Innovatieve prefabwoningen als woontypologie: inpassing en ......Innovatieve prefabwoningen als woontypologie: inpassing en meerwaarde in de Vlaamse wooncultuur. Buysschaert Birger

17

3.1. HET GROTE WOONONDERZOEK 2013

Na een kijk op de Vlaamse wooncultuur in het verleden kan worden onderzocht wat de woonsituatie nu is, met zijn ontwikkelingen en verwachte trends. Met deze gegevens kan vervolgens een goed woonbeleid opgebouwd worden voor de toekomst. In 2013 werd een grootschalig onderzoek gevoerd op 10.000 huishoudens waarbij gepolst werd naar hoe en waar de Vlaming woont. Daarnaast werden de belangrijke thema’s van de woningmarkt onderzocht en werden zowel de woningprijzen als de betaalbaarheid en woonzekerheid in kaart gebracht. Bij 5.000 van deze huishoudens werd ook de woonkwaliteit geëvalueerd. Dit zijn, voor dit eindwerk, de relevantste onderwerpen uit het boek ‘Wonen in Vlaanderen anno 2013’ van enkele academische auteurs in samenwerking met het Steunpunt Wonen. Ze vormen een basis om verder de inpassing van M.A.DI.-woningen in Vlaanderen te kunnen onderzoeken. De resultaten dateren dus van vijf jaar geleden, maar de woningmarkt is vrij statisch en evolueert gestaag. Het is het laatste uitgevoerde woononderzoek van die omvang. Dit verslag is dus zeker een relevant instrument om de meeste aspecten van huidige woonsituatie, ook in 2018, in kaart te brengen. (Alle figuren komen uit het voorgenoemde boek met cijfers van het GWO 2013)

Hoe en waar woont de Vlaming?

70,5% van de vlamingen is eigenaar van zijn woning. Het overige gedeelte wordt verdeeld onder de

huurmarkt, met respectievelijk 20,4% voor de private huurmarkt en 6,7% voor de sociale huurmarkt. De evolutie hiervan in de laatste dedennia is te zien op figuur 5. Het aandeel huurders is gestegen terwijl er sinds 2005 zo’n 4% minder eigenaars zijn. Dit komt grotendeels door de crisis (2005) in de woningmarkt en de strengere eisen van banken voor een lening. Van de eigenaars woont maar liefst 85% in een eengezinswoning tegenover 74% in de private en 56% in de sociale huur. Deze meergezinswoning kan een appartement, studio, kamer of serviceflat zijn. De woningvoorraad op figuur 6 toont de verdeling in woningtypes met de percentages in Vlaanderen. In het algemeen is de voorraad met 8% gestegen na 2005, vooral door de toename aan appartementsgebouwen. Het aandeel van deze meergezinswoningen steeg van 20% naar 24% en is zichtbaar in elke deelmarkt. In de private huurmarkt is deze stijging duidelijk het grootst, met een positief verschil van 16%. De eengezinswoningen tonen de laatste decennia een veel minder sterke groei met 30% sinds 1980 en slechts 8% na 2000. Bijgevolg dateert meer dan de helft van deze woningen al van voor 1970. De eengezinswoningen kunnen per bebouwingstype nog verder onderverdeeld worden. Terwijl zo’n 30% huizen in open bebouwingen zijn, hebben die in een gesloten bebouwing een aandeel van ruim 20%. Het aantal huizen in halfopen bebouwing ligt nog een paar percent lager. Uit het onderzoek blijken duidelijk de restanten van de naoorloogse bouwpolitiek. Al blijft er de laatste jaren een toename van appartementen door de bouw van nieuwbouwcomplexen.

Figuur 5: Relatieve omvang van de deelmarkten in % in VL, 1981- 2013 Figuur 6: Evolutie van de woonvoorraad in VL, 2005-2013

3 . D E HUID IGE W O O N S IT UA T IE

Page 18: Innovatieve prefabwoningen als woontypologie: inpassing en ......Innovatieve prefabwoningen als woontypologie: inpassing en meerwaarde in de Vlaamse wooncultuur. Buysschaert Birger

18

De gemiddelde grootte van de woningen in 2013 is 90 m². Afzonderlijk geanalyseerd is dit voor de eengezinswoningen 99 m² en voor de meergezinswoningen 64 m². Dat hoge gemiddelde is verklaarbaar door het overgrote aandeel aan eengezinswoningen in Vlaanderen. Sinds 2001 is het aantal (zeer) kleine woningen onder de 55 m² duidelijk afgenomen (van 27% tot 13%), maar daartegenover staat de ongeveer evenredige toename van de middelgrote woningen die dichter tegen het gemiddelde liggen. Het aandeel huizen van meer dan 85 m² bleef nagenoeg constant. Verder tonen de statistieken van ADS een dalende trend in de oppervlakte bij nieuwbouw sinds 2001. De gemiddelde bewoonbare oppervlakte evolueerde van 123 m² naar 103 m². Een derde van de bestaande woningen bevat drie slaapkamers en dit aantal is constant gebleven. Wel is er een duidelijke afname van woningen met 4 of meer slaapkamers en een duidelijke toename van woningen met één of twee slaapkamers. Het perceel waarop de eengezinswoning staat, heeft een gemiddelde grootte van 1.237 m² met als mediaan 600 m². Dit gemiddelde ligt iets lager dan in 2005 maar de mediaan is dezelfde gebleven. Ook bij nieuwbouw is er een licht dalende gemiddelde kavelgrootte waarneembaar. De gemiddelde totale oppervlakte van de woning wordt door de respondenten geschat op 105 m², wat amper verschilt met die van in 2005.

Wanneer gepeild werd naar de tevredenheid over de woning, bleek de Vlaming net als in de

Woonsurvey van 2005 erg tevreden. De tevreden (46%) en erg tevreden (45%) eigenaars vormen samen 91% van het totaal aantal eigenaars. Bij de huurders ligt dit aandeel lager. Op vlak van voorzieningen in de buurt bljikt iedereen ook behoorlijk tevreden, en slechts een klein deel ondervindt invloed van problemen als lawaaihinder of vervuiling. De relatie met de buren kan gemiddeld gezien wel iets beter, want slechts 54% blijkt af en toe een praatje te slaan. Daarvan krijgt 20% de buren soms langs op bezoek.

Een ander interessant punt in de huidige woonsituatie is de omgeving waar de woningen gelegen zijn.

Vlaanderen wordt opgedeeld in vijf gebiedstypen. 1/5e van de huishoudens situeren zich in grootstedelijke gebieden en 29% van de woningen bevinden zich in een regionale of kleine stad. In overgangsgebied situeren zich 39% van de woningen en de overige 13% van de huishoudens bevindt zich op het platteland. Minder dan de helft van de bevolking woont dus verstedelijkt. De verstedelijkingsgraad kan ook nog op een andere manier uitgedrukt worden. Vlaanderen telt 13 centrumsteden en hierin woont 28% van de respondenten. Deze verspreide verstedelijking brengt ook woon-werk verkeer met zich mee. Door de opkomende welvaart werd de auto destijds meer en meer een belangrijk element, maar ook een statussymbool. Nu is de auto nog steeds het belangrijkste vervoersmiddel ondanks een vrij uitgebreid transportnetwerk. Maar liefst 69% neemt de auto naar het werk, tegenover 11% voor het openbaar vervoer en 20% voor de fiets of te voet. De gemiddelde tijdsinname van de woon-werk verplaatsing is 29 minuten. Dit is hetzelfde als in 2005, maar de afstand is in die tijd wel ingekort met een paar km. Dit wil dus zeggen dat men er nu langer over doet om naar het werk te rijden en er dus meer vertragingen of files zijn.

Betaalbaarheid en woonzekerheid De gemiddelde prijzen voor de aankoop van woningen in Vlaanderen zijn de afgelopen decennia

enorm gestegen. Bij de kostprijs van villa’s zijn kleinere verschillen te merken, maar de prijs van een gewoon woonhuis of appartement is sinds 1995 ongeveer verdrievoudigd. De grote redenen hiervan zijn een stijgend inkomen, lagere interesten en de woonbonus in 2005. In 2013 bedroeg de gemiddelde kostprijs van een bestaande woning € 232.073 en van een nieuwbouw in totaal € 344.412. Meer en gedetailleerdere info over de woningprijzen en evolutie is te lezen onder hoofdstuk 7 (Voor en nadelen MADI in de weegschaal). Ook de huurprijzen zijn in die tijd gestegen, maar veel minder sterk als de woningprijzen. Na 2005 was een aangroei van 8% merkbaar, dit is een stijging van 1% per jaar. De gemiddelde huurprijs voor een private woning bedroeg € 562. Wel opvallend is de grootste stijging binnen de kleinste huurwoningtypes zoals een kamer of studio, met maar liefst 28%.

Page 19: Innovatieve prefabwoningen als woontypologie: inpassing en ......Innovatieve prefabwoningen als woontypologie: inpassing en meerwaarde in de Vlaamse wooncultuur. Buysschaert Birger

19

Tussen eigenaars en huurder is een duidelijk sociaal-economisch verschil merkbaar. Deze eerste groep heeft gemiddeld gezien een hoger inkomen en kan gemakkelijker de aankoop van een woning financieren. In 80% van de aankopen wordt gebruik gemaakt van een lening, voor gemiddeld 58% van de kostprijs van de woning. Daarnaast wordt nog in de meeste gevallen gebruik gemaakt van eigen spaargelden en soms komen ook ouders of grootouders voor een klein deel tussen. In de eerste alineas werd over het aandeel eigenaars gesproken. Dit aantal bij de mensen uit het laagste inkomensquintel stijgt niet door deze strenge leenvoorwaarden bij banken. In het hoogste inkomensquintel ligt het aandeel eigenaars dan ook 30% hoger dan in de laagste inkomensquintelen. Zo zijn er ook duidelijk minder eigenaars te zien bij alleenstaanden en eenoudergezinnen, gezinnen met maar één werkende en werklozen of arbeidsongeschikten. Figuur 7 toont het equivalent besteedbaar inkomen van eigenaars (met een hypotheek) en huurders en de naakte woonuitgaven. Dit is voor de eigenaar de afbetalingslast van de hypotheek en voor de huurder de huur van de woning. De huur voor de private markt ligt iets hoger, maar samen met de sociale huurmarkt vormt dit het gemiddelde van € 513 per maand. De afbetalingslast van de hypotheek komt neer op gemiddeld € 714 per maand. Deze is met 6% gestegen tegenover de last in 2005, maar is enkel waarneembaar bij min 45-jarigen. Daarbij komen dan nog de bijkomende woonuitgaven van verwarming, elektriciteit, water of eventueel het beheer en onderhoud bij appartementen. Deze bijkomende kosten zijn maandelijks gemiddeld € 220 voor eigenaars, € 150 voor private huurders en € 138 voor sociale huurders. De totale woonuitgaven zijn gemiddeld gezien voor eigenaars € 932 per maand en voor private en sociale huurders respectievelijk € 711 en € 497 per maand.

Figuur 7: Evolutie besteedbaar inkomen en de brutowoonuitgaven voor eigenaars met hypotheek en huurders, 1976-2013

Al deze woonuitgaven en loonsinkomsten kunnen samengevoegd worden om de woonquote (WQ) te

berekenen. Dit is het aandeel van het inkomen dat effectief wordt besteed aan woonuitgaven en daarvoor is een norm die de betaalbaarheid van een woning aangeeft. Voor de naakte woonuitgaven is dit 30% en wanneer de bijkomende kosten worden meegerekend, neemt men de grens van 40%. Gemiddeld gezien ligt deze woonquote onder de norm, maar dit is niet voor alle deelmarkten zo. De woonquote wordt namelijk ook sterk gedrukt door de eigenaars waarvan de hypotheeklening al is afbetaald. In figuur 8 is te zien dat over het algemeen 19% van de huishoudens een woonquote heeft van meer dan 40% en dus een probleem heeft met betaalbaarheid! Bij de private huurder is dit probleem duidelijk het grootst door de hoge huurprijs in vergelijking met het vaak niet zo hoge inkomen. Dit is ook te zien bij de onderverdeling in inkomensquintelen. In de laagste inkomenscategorie heeft maar liefst 78% van de private huurders en 58% van de eigenaars met een afbetalingslast een betaalbaarheidsprobleem. Op vlak van leeftijd situeert het probleem zich vooral bij de jongste groep van eigenaars en de ouderen in de private huurmarkt. Ook vooral alleenstaanden en eenoudergezinnen hebben het logischerwijze moeilijker om de huurprijs of afbetaling te financieren. Een andere manier om de betaalbaarheid te onderzoeken is op basis van het

Page 20: Innovatieve prefabwoningen als woontypologie: inpassing en ......Innovatieve prefabwoningen als woontypologie: inpassing en meerwaarde in de Vlaamse wooncultuur. Buysschaert Birger

20

resterende inkomen (RI) na de betaling van de woonuitgaven. Dit is concreter en houdt meer rekening met de variërende gezinstypes en inkomens, aangezien de levenskost niet voor iedereen even zwaar doorweegt. Zo is er een minimumgrens van het resterende inkomen om nog menswaardig aan de samenleving te kunnen deelnemen. Figuur 9 toont vervolgens dat de quotes hier anders en over het algemeen lager liggen dan bij de vorige grafiek. Maar wel is de conclusie uit deze budgetmethode dat de problemen nog veel groter zijn bij de huurders en eigenaars uit het laagste inkomensquintel. Logisch aangezien deze methode meer met het inkomensverschil rekening houdt en er bij de vorige methode meer een gemiddeld beeld werd geschept.

Figuur 8: % VL huishoudens met WQ > 40%, 2005 en 2013 Figuur 9: % Vlaamse huishoudens onder de norm RI, 2005 en 2013

Kwaliteit Een volgend interessant punt dat werd onderzocht, is de algemene kwaliteit van 5.000 huishoudens

in Vlaanderen. Enkele cijfers: 4% van de woningen heeft ernstige stabiliteitsproblemen, 9% heeft niet-structurele problemen en 4% heeft problemen met de verwarming. Bovendien heeft 15% van de huizen met centrale verwarming een potentieel risico op CO2-vergiftiging. Problemen met de elektriciteit komen komen nog het meeste voor. Bij 1/5e van de woningen vormt dit een mogelijk veiligheidsrisico voor de inwoners. Het comfort is in het algemeen wel gestegen sinds 1981, maar nog steeds 17% van de huishoudens beschikt slechts over klein comfort. Dit wil zeggen dat er wel elementaire sanitaire voorzieningen zijn maar geen centrale verwarming aanwezig is. Bovendien blijkt uit een screening van het GWO 2013 dat 1% van de woningen verwaarloosd kan worden genoemd op basis van toegekende strafpunten. Aan de hand van dergelijke strafpunten wordt de ‘indicator van technische woningkwaliteit’ gevormd voor het beoordelen van woningen. Dit sluit aan bij de methode voor het conformiteitsonderzoek volgens de normen van de Vlaamse Wooncode. Uit deze screening blijkt dat 37% de maximumgrens van 15 strafpunten overshrijdt. Dit wil zeggen dat de kwaliteit ontoereikend is en dat er werken nodig zijn om het conformiteitsattest te behalen. Hier zijn opnieuw de hoogste percentages waarneembaar bij private huur en voornamelijk bij alleenstaanden en eenoudergezinnen of huishoudens met een laag inkomen.

Op vlak van energiezuinigheid is er een sterke verbetering waarneembaar bij recentere woningen. De

percentages van goed geïsoleerde huizen is echter vrij laag, maar dit komt door de oude huizen waar vroeger amper muur- en vloerisolatie aanwezig was. Na 2005 is dit aanwezig bij ongeveer 90% van de woningen. 67% van de woningen heeft een verwarmingsinstallatie op aardgas terwijl nog steeds 23% op stookolie verwarmt, maar dit ondervindt wel een daling. Ook hier ligt dit aan de oude woningen die stilaan verdwijnen. Vernieuwbare energie is in Vlaanderen in 2013 nog niet zeer populair. Bij 8% van de woningen zijn zonnepanelen terug te vinden. Deze systemen, waaronder ook zonnecollectoren en een warmtepomp, komen wel meer en meer opzetten in de jaren na 2013.

Page 21: Innovatieve prefabwoningen als woontypologie: inpassing en ......Innovatieve prefabwoningen als woontypologie: inpassing en meerwaarde in de Vlaamse wooncultuur. Buysschaert Birger

21

Een laatste onderdeel binnen de woningkwaliteit dat hier besproken wordt, is de woningbezetting. De onderbeztting speelt een belangrijke rol bij het efficiënte gebruik van de woningvoorraad en in de toekomst evenzeer de ruimte-inname. Maar dit wordt niet als een probleem ervaren en hierover is geen regelgeving in de Wooncode. De overbezetting vormt wel een probleem voor de bewoners en daarom zijn er door de overheid normen ontwikkeld die de minimale vereisten van woningen weergeven in functie van het aantal bewoners. Er worden eisen gesteld aan de woonoppervlakte en het aantal woonlokalen. Figuur 10 geeft deze eisen dan ook weer in twee overzichtelijke tabellen, één voor de totale nettovloeroppervlakte en één voor het aantal woonlokalen. De minimum oppervlakte van de woning is 18 m², voor twee personen is dit 27 m² en vanaf 50 m² zijn er al 4 bewoners toegelaten. De oppervlaktes die worden meegerekend zijn die van de ruimtes die een duidelijke woonfunctie hebben. Een kelder, garage of wc worden hier niet bijgenomen. Bij drie bewoners moeten er naast de minimum oppervlakte van 40 m² ook 3 woonlokalen zijn. Woonlokalen kunnen gezien worden als de leefkamer, keuken, slaapkamers en badkamer.

Figuur 10: Tabellen bezettingnorm volgens de Vlaamse Wooncode

Voor dit onderzoek is ook de subjectieve kant interessant. 7% van de eigenaars vindt zijn woning te klein, waaronder voornamelijk de bewoners van meergezinswoningen tussen de 18 en 34 jaar. 15% vindt dan weer dat zijn woning te groot is, waaronder 1/4e uit de leeftijdscategorie 45+. Uit een recentere analyse van de Vlaamse Confederatie Bouw (VCB) en Livios blijkt echter dat de Vlaming niet wil inboeten aan woonoppervlakte. Via een online tool voor de inschatting van de betaalbaarheid van hun nieuwbouwproject, werden 19.000 gebruikers geanalyseerd. Hieruit blijkt dat Vlamingen niet kleiner willen wonen, maar langer zouden sparen om voor een groter huis een lening te kunnen aangaan. De gemiddelde grootte van nieuwbouwwoningen afhankelijk van het type ligt tussen de 97 m² en 140 m², maar de gemiddelde woonwens zou 170 m² bedragen. Al is dit voor de meesten financieel onmogelijk, de meerderheid woont nog steeds graag ruim.

Overlapping tussen de woonproblematieken Een ander punt dat bij de bevolking werd ondervraagd, is de woonzekerheid. Dit is afhankelijk van de

betaalbaarheid en kwaliteit van de woning en geeft weer of men zeker is om in de huidige woning te kunnen verblijven zolang men wil. 7% geeft te kennen onzeker te zijn hierover, waarvan 3% zeer onzeker. Voor de betaalbaarheid werd de budgetmethode gehanteerd, waarbij 13% van de huishoudens problemen ondervindt (zie figuur 9). Bij de kwaliteitsmeting van de Vlaamse woningen werd tenslotte gekeken naar de ‘indicator van technische woningkwaliteit’. Hieruit bleek dat de kwaliteit bij 37% van de woningen ontoereikend is. Het woonbeleid dat door de overheid moet worden ontwikkeld steunt op een onderzoek van de woningmarkt en de daaruit volgende resultaten. Belangrijk is om de verschillende problematieken die nu aanwezig zijn, bij elkaar te leggen. Enkel zo kan de grootste zorg naar de juiste groep gaan en kan een concreet probleemoplossend beleid tot stand komen. Voor dit onderzoek is dit eveneens zeer interessant om te zien op welk vlak de M.A.DI.-woning een meerwaarde kan betekenen

Page 22: Innovatieve prefabwoningen als woontypologie: inpassing en ......Innovatieve prefabwoningen als woontypologie: inpassing en meerwaarde in de Vlaamse wooncultuur. Buysschaert Birger

22

in Vlaanderen en zo één of meerdere van deze problematieken te verbeteren. Op figuur 11 is te zien dat bij de meerderheid de problemen bij de verschillende aspecten niet samenkomen. Er dient vooral een goed beleid te komen voor de huishoudens die zowel met betaalbaarheids- als kwaliteitsproblemen te maken hebben. Deze huishoudens kunnen meestal de kwaliteit van hun woning niet eigenhandig verbeteren. Algemeen gezien heeft een kleine 10% van de huishoudens te maken met minstens twee van deze problematieken. Hierbij is verder onderzoek naar het profiel van deze groep van groot belang.

Figuur 11: Overlap tussen de problematiek van betaalbaarheid, kwaliteit en woonzekerheid

Andere elementen uit de woningmarkt De activiteit op de woningmarkt is ook interessant voor dit onderzoek om te bekijken. De verkopen

van woningen stijgen al sinds lange tijd en vanaf 2010 wisselden jaarlijks een kleine 80.000 woningen van eigenaar. In de nieuwbouw is dan weer amper stijging te zien tot 2013. De verkoop van bouwgronden toonde een dalend verloop en in 2013 was het aantal verkopen in vergelijking met 1990 drie keer zo klein. Na 2009 bedroeg de verwerving van een woning in drie vierde van de gevallen de aankoop van een woning en voor een kwart nieuwbouw. Nu en de komende jaren zal deze evolutie ook enkel versterken, door een veranderend woonbeleid met onder andere de betonstop. Al zullen er nu vaker renovaties of heropbouw van bestaande woningen plaatsvinden. Vroeger werd er ook veel meer zelf gebouwd zonder aannemer of met eigen aannemer of architect. Dit is in 2013 veel minder het geval. De uitbreiding van de woonvoorraad past zich aan aan de groei van het aantal huishoudens. Tussen 2001 en 2013 steeg dit met 23.000 huishoudens. Over dezelfde periode kwamen er gemiddeld 25.800 woningen bij, goed voor een aangroei van minder dan 1% per jaar. Deze kleine stijging heeft niet enkel te maken met de oprichting van nieuwbouw, maar volgt ook de hierboven vernoemde renovaties, heropbouw of functiewijzigingen van gebouwen. Om even dieper op de renovatie in te gaan, worden cijfers gegeven van het aantal werken of verbouwingen de laatste tien jaar voor 2013. Bij iets meer dan de helft van de aankopen waren nog grote werken nodig. Dit gaat van afbraak- en opbouwwerken tot het installeren van de keuken of de verwarming of elektriciteit. In totaal heeft 67% van de eigenaars in die termijn werken uitgevoerd. Bij huurders is dit minder dan de helft. Een groot aandeel hiervan betreft het aanbrengen van isolatie of vernieuwen van installaties of ramen. De gemiddelde prijs van renovatiewerken bij eigenaars bedroeg 36.000 euro. Deze kosten zijn sinds 2005 met meer dan de helft gestegen.

Een ander kenmerk van de woningmarkt is de dynamiek, of eenvoudig gezegd de verhuisbewegingen.

In Vlaanderen is er een vrij statische markt, maar de dynamiek neemt geleidelijk aan wel toe, vooral bij de leeftijdscategorie 45-65 jaar. De grote redenen voor een verhuis zijn een veranderend gezin, huurders die eigenaar willen worden of mensen die hun woning te klein vinden. Een te grote woning is daarentegen amper een reden voor de Vlaming om te verhuizen. Uit de bevraging blijkt dat 15% zeker zou willen verhuizen, waaronder een grote meerderheid als huurder. 48% van deze huurders zou dan ook eigenaar willen worden, maar hier speelt de betaalbaarheid een grote rol. De laatste vijf jaar was dit zelfs meer dan de helft. De omgekeerde beweging is veel minder sterk en is vooral zichtbaar bij ouderen. Een andere

Page 23: Innovatieve prefabwoningen als woontypologie: inpassing en ......Innovatieve prefabwoningen als woontypologie: inpassing en meerwaarde in de Vlaamse wooncultuur. Buysschaert Birger

23

grote reden voor de verandering van eigenaar naar huurder is de echtscheiding. Tenslotte laat 28% van de eigenaars optekenen dat de huidige woning wellicht niet de laatste zal zijn, maar dit afhankelijk zal zijn van de levensfase.

Beleid en aanbevelingen Het woonbeleid met alle normen en doelstellingen voor de toekomst wordt in hoofdstuk 4 behandeld.

Wel wordt er al eens naar de algemene aanbevelingen voor het woonbeleid gekeken die door de auteurs van dit boek werden aangegeven. Dit is interessant omdat deze geformuleerd zijn vlak na het Grote Woononderzoek en hierop duidelijk gebaseerd zijn. Het woonbeleid nu en in de komende jaren zal hier ook vrij nauw op aansluiten en als vorm van conclusie kunnen de M.A.DI.-woningen ook hieraan worden getoetst. Maar dit is voor het laatste deel van het onderzoek. De meest relevante aanbevelingen worden hieronder opgesomd:

- Verbeteren van de betaalbaarheid door financiële steun en reglementering (met prioriteit voor

de huurmarkt). Zaken als de Woonbonus moeten juist gebruikt worden en niet zorgen dat de woningprijs enkel duurder wordt.

- Verbeteren van de kwaliteit van de woningen, zowel m.b.v. communicatieve (sensibilisering en begeleiding van eigenaars/verhuurders), financiële (nieuwe renovatiepremie / woonbonus heroriënteren / premies voor hernieuwbare energie,…) als juridische (normering voor nieuwbouw) instrumenten.

- Eigen woningbezit bevorderen. Voordelen van eigenaarsschap zijn volgens de auteurs o.a.: Lagere uitgaven op oudere leeftijd (woning als pensioen) zorgt voor betere

welvaartsstaat bij de ouderen. Meer woonzekerheid dan een huurwoning. Vanuit financieel belang is een eigenaar meer geneigd om zijn woning goed te

onderhouden dan een huurder. Eigenaars voelen zich meer betrokken in hun buurt en versterken de sociale

cohesie. Nadelen kunnen dan weer zijn dat eigenaars minder snel verhuizen wanneer de woning, door bijvoorbeeld de ouderdom om gezinswijziging, niet meer is aangepast aan hun behoeften. Dit zorgt voor een inefficiënt gebruik van de woonvoorraad. Ook verhuizen zij minder snel voor het aanvaarden van een nieuwe job. Volgens onderzoek zou dit een kleine nadelige invloed hebben op de tewerkstelling. Tenslotte zullen sommigen ook grotere woningen realiseren dan nodig voor hun woonbehoeften.

- Stimuleren van de bouwactiviteit zodat de woningvoorraad voldoende groot blijft in verhouding tot het aantal huishoudens. Dit is belangrijk voor de woonzekerheid en betaalbaarheid.

Page 24: Innovatieve prefabwoningen als woontypologie: inpassing en ......Innovatieve prefabwoningen als woontypologie: inpassing en meerwaarde in de Vlaamse wooncultuur. Buysschaert Birger

24

3.2. INNOVATIEVE WOONVORMEN IN VLAANDEREN

Vlaams minister bevoegd voor Wonen Liesbeth Homans startte een proefomgeving voor een innovatie

van het Vlaamse woonbeleid. Bijna vijftig projecten waren in 2017 kandidaat en dienden een ontwerp in waaruit nu 28 woonprojecten van start gaan. Er is een termijn van zes jaar opgelegd waarbinnen deze projecten gerealiseerd moeten worden en deze worden tussentijds geëvalueerd. Bestaande en soms zeer rigide regelgevingen worden hierbij ietwat aan de kant geschoven om te kunnen experimenteren met nieuwe woonvormen.

Dit toont aan dat Homans en bij uitbreiding de Vlaamse Regering openstaat voor innovatieve ideeën

omtrent nieuwe woontypes of –vormen. Indien nodig kunnen bepaalde regels aangepast worden in de toekomst om deze alternatieve woonvormen een kans te geven en zo gemakkelijker gerealiseerd kunnen worden. Dit is nodig door de veranderende woonbehoeften van de bevolking. Jongere gezinnen zoeken een budgetvriendelijker alternatief om te wonen, terwijl ouderen dan weer zo lang mogelijk zelfstandig willen blijven wonen. Veel van deze projecten richten zich op het sociale en het welzijn en meer specifiek op ouderen of personen met een beperking. Enkele voorbeelden van zo’n alternatieve woonvormen zijn cohousing, kangoeroewonen, Abbeyfieldhuizen en tiny houses. Deze eerste drie gaan voornamelijk over het samenwonen van meerdere gezinnen of alleenstaanden, al dan niet gecombineerd met het karakter van zorgwonen. De laatste gaat dan weer voornamelijk over het kleiner, betaalbaarder en duurzamer wonen met de mogelijkheid niet altijd gebonden te zijn aan een vaste locatie. Dergelijke woonvorm wordt verder op ingegaan in deel C van dit onderzoek.

Waarom dit experiment met innovatieve woonvormen wordt aangekaart in dit onderzoek, is om aan te

tonen dat er ook in Vlaanderen veel belang gehecht wordt aan alternatieve manieren van wonen. Zeker als deze passen binnen het beleidsplan van zowel Wonen als Ruimte Vlaanderen, en op die manier ook iets bijdragen in de toekomst. De M.A.DI.-woningen die in deel B worden onderzocht, kunnen deels als Tiny Houses worden gezien en het verplaatsbare karakter ervan maakt het ook een bepaalde nieuwe woonvorm. Wanneer de mogelijke inpassing van dit woningtype in Vlaanderen wordt bestudeerd, dient de regelgeving ook niet té strikt genomen te worden op sommige vlakken. Dit is zoals eerder vermeld mogelijk aanpasbaar om alternatieve woonvormen die het woonbeleid bevorderen, een kans te geven.

Page 25: Innovatieve prefabwoningen als woontypologie: inpassing en ......Innovatieve prefabwoningen als woontypologie: inpassing en meerwaarde in de Vlaamse wooncultuur. Buysschaert Birger

25 De huidige situatie van de Vlaamse wooncultuur is in beeld gebracht door onder andere de resultaten

uit het GWO 2013. Daaruit bleek waar de problematieken zich situeren en hoe ze zich gedragen. Het is aan de overheid om daar zo goed mogelijk op in te spelen en deze negatieve resultaten om te zetten aan de hand van een goed beleid.

4.1. HET WOONBELEIDSPLAN IN GROTE LIJNEN

Op 23 maart 2018 werd het Woonbeleidsplan Vaanderen goedgekeurd door de Vlaamse Regering. Het plan bestaat uit vier delen en bevat naast de strategische doelstellingen voor 2050, ook een informatief gedeelte en geeft de operationalisering en monitoring weer. Bij het begin van elke regeerperiode wordt een actieprogramma opgemaakt, wordt er gerapporteerd over de monitoring en ook het informatief gedeelte wordt bijgewerkt. Elke 15 jaar zal het woonbeleidsplan worden herzien. In het informatief gedeelte zijn de voornaamste analyses en cijfers uit de laatste grote onderzoeken in de woningmarkt te zien, zoals het GWO 2013. Het algemeen toekomstbeeld voor 2050 is betaalbaar wonen en woonzekerheid voor iedereen in een aangepaste en kwaliteitsvolle woonomgeving. Er is gelijke toegang tot de woningmarkt en er is een voldoende en flexibel aanbod (Agentschap Wonen-Vlaanderen, 2018). Dit sluit duidelijk aan bij de problematieken uit de analyses van het GWO 2013 dat in het vorige hoofdstuk behandeld zijn. De doelstellingen op vlak van duurzaamheid sluiten aan bij de startnota van Slim Wonen en Leven (2017), één van de zeven transitiepriorititen van ‘Visie 2050’. Deze transitie zet in op de leefbaarheid van de buurt en biedt aandacht aan het klimaat, de benutting van de overblijvende ruimte, verbetering van de mobiliteit en dergelijke. De vier pijlers hier zijn duurzame woning en omgeving, slimme locatie, aanbod op maat van woonbehoefte en duurzame woonwensen.

In 2050 zijn alle woningen kwaliteitsvol Het woonbeleid gaat voor de realisatie van kwaliteitsvolle en duurzame woningen en omgeving voor

een tweesporenbeleid. Ten eerste wordt verder ingegaan op de minimumnormen voor de woningkwaliteit sinds de invoering van de Vlaamse Wooncode. Dit voor de garantie op een menswaardig wonen in een goed uitgeruste woning. Deze normen zijn flexibel en variëren door ontwikkelingen in de maatschappij, in bouwen en wonen. Deze kunnen dus in tussenstappen geleidelijk aan evolueren en ervoor zorgen dat binnen een goede 30 jaar alle woningen aan de minimale kwaliteitsnormen voldoen. Een tweede systeem is dat van streefdoelen om zoveel mogelijk woningen aan de normen te laten voldoen. Deze zijn ook niet statisch en kunnen dus evolueren. Op die manier moeten alle woningen anno 2050 van een hoog duurzaamheidsniveau zijn en moet daarnaast ook de duurzaamheid van de omgeving verbeteren. De grootste aandacht zal gaan naar de bestaande woningen, waarvoor een goed actieplan noodzakelijk is. Nieuwbouwwoningen voldoen nu eenmaal vlot aan de normen en doelen. Daarnaast moet de woonomgeving door de verschillende beleidsdomeinen en -niveaus bijzondere aandacht krijgen.

In 2050 is menswaardig wonen voor iedereen betaalbaar In het woononderzoek was te zien dat 13% een te laag resterend inkomen heeft om op een

menswaardige manier deel te nemen aan de maatschappij. Een deel van de huishoudens vindt ook geen betaalbare woning met de eigen financiële middelen. Een beleid dat die huishoudens ondersteunt is zeer belangrijk. De betaalbaarheid moet eerst worden gemeten en genormeerd en volgens die indicator dient een beleid te worden ontwikkeld. Voor bepaalde gezinnen is ondersteuning nodig vanuit de overheid,

4 . W O O N BEL E ID V O O R DE T O E KOM S T

Page 26: Innovatieve prefabwoningen als woontypologie: inpassing en ......Innovatieve prefabwoningen als woontypologie: inpassing en meerwaarde in de Vlaamse wooncultuur. Buysschaert Birger

26

maar een zeer laag inkomen kan niet enkel via het woonbeleid worden opgelost. Ook hier is er de verantwoordelijkheid van meerdere beleidsdomeinen.

In 2050 heeft iedereen de zekerheid te kunnen blijven wonen in een geschikte woning Binnen het voldoen aan betaalbaarheid en kwaliteit is de woonzekerheid dat een huishouden de

mogelijkheid heeft om in een woning te blijven wonen zolang men het wenst. Hierbij worden de huishoudens ondersteund in situaties waar de woonzekerheid het minst is, dit is voornamelijk in de private huurmarkt. De overheid heeft hierin een informatieve en begeleidende rol, dat zeker noodzakelijk is voor de kwetsbare groepen. Ook kan de overheid hulp bieden bij situaties waarbij bewoners plots in een onzekere positie terechtkomen, zoals bij onteigening of onbewoonbaarverklaring. Woonzekerheid gaat echter niet over één bepaalde woning, maar een geschikte woning in het algemeen.

In 2050 zijn vraag en aanbod op mekaar afgestemd In lijn met de bovenstaande doelstellingen is het van belang een woningmarkt te creëren waar vraag

en aanbod goed op mekaar zijn afgestemd. Dit is niet enkel op kwantitatief vlak, maar vooral ook een kwalitatieve afstemming is belangrijk. In het onderzoek werd namelijk aangetoond dat de woningvoorraad het aantal huishoudens volgt, maar het gaat dus om de mogelijk gezinnen een menswaardige woonst te bieden volgens hun woonbehoefte. Door tal van trends binnen de bevolking als vergrijzing, migratie, gezinsverdunning of nieuwe samenlevingsvormen, is er vraag naar een breed aanbod aan woontypes en -vormen. De wooonbehoefte van veel personen is eveneens dynamisch doorheen de levenscyclus en ook de economische situatie speelt een grote rol op de woningvraag. Een proactief beleid moet zorgen voor een flexibel en divers woonanbod waardoor iedereen recht kan hebben op een aangepaste woning. Een betere woonmobiliteit is ook deel van de toekomstvisie van Slim Wonen en Leven en er dient een evenwicht te zijn tussen de verschillende deelmarkten. Tenslotte is ook de locatie van het wonen van groot belang. Deze regels en doelen worden verder uitgewerkt in het Beleidsplan Ruimte Vlaanderen, dat instaat voor de Ruimtelijke Ordening in Vlaanderen.

In 2050 heeft iedereen toegang tot een woning

Een laatste aandachtspunt voor de toekomst is de ongelijke toegang tot de woningmarkt die los van

bovenstaande garanties kan ontstaan. Dit kan door factoren als discriminatie of het beschikken over onvolledige informatie. Samen met de andere beleidsvelden dient de overheid de gelijke kansen op wonen te verhogen.

Deze doelstellingen worden aan de hand van monitoring van de huidige situatie en streefdoelen in

cijfers gerealiseerd. Dit is een tabel waarin per doelstelling de cijfers van een bepaalde analyse te zien zijn en vervolgens tussendoelen genoteerd zijn waaraan deze moeten voldoen. Deze beleidsdoelen zijn recent tot stand gekomen en zijn natuurlijk nog zeer vaag. Hoe deze concreet worden aangepakt en welke instrumenten daarbij worden gehanteerd, wordt in de komende tijd duidelijk. Deze aanpak zal van het Agentschap Wonen Vlaanderen komen in samenwerking met de andere beleidsdomeinen binnen de Vlaamse regering. Op de verschillende niveaus moet hier ook aan worden meegewerkt. Deze algemene doelstellingen zijn wel interessant voor een globale kijk of een nieuw woontype als M.A.DI. Home al dan niet enige hulp kan bieden in het behalen van deze doelen tegen 2050. Daarnaast is het belangrijk om te kijken naar iets concretere regelgevingen en doelen voor de toekomst op vlak van energie en duurzaamheid. Ook nieuwe bepalingen uit het Beleidsplan Ruimte Vlaanderen die nauw verbonden zijn met het wonen worden kort bekeken.

Page 27: Innovatieve prefabwoningen als woontypologie: inpassing en ......Innovatieve prefabwoningen als woontypologie: inpassing en meerwaarde in de Vlaamse wooncultuur. Buysschaert Birger

27

4.2. ENERGIEBELEID

Niet enkel het woonbeleid is van belang voor dit onderzoek, maar ook het bijhorende energiebeleid. Sinds 2006 bestaat er een regelgeving voor het energieprestatie- en binnenklimaat (EPB) bij gebouwen. Door de opwarming van het klimaat en de milieubelasting evolueert en verstrengt deze regelgeving in de loop van de tijd. Volgens het energierenovatieprogramma 2020 moeten alle bestaande woningen in Vlaanderen voldoen aan de minimale eisen uit deze regelgeving van 2006, maar voor nieuwe woningen zijn er veel strengere eisen. Het energiepact 2050 bepaalt o.a. dat woningen vanaf 2018 een woningpas krijgen met daarop de energieklasse waartoe ze behoren zoals bij elektrische toestellen. Het relevantste beleid om te bekijken is echter het ‘Bijna-energieneutrale’ (BEN) beleid.

Het BEN-beleid 2021 Door de Europese richtlijn ‘Energieprestatie van gebouwen’ worden de Europese lidstaten opgelegd

tegen 2021 enkel nog BEN-woningen op te richten. Voor nieuwbouwwoningen worden in Vlaanderen de eisen op vlak van energieprestatie verstrengd en voor renovaties zal dit vooral door stimulerende maatregelen tot stand moeten komen. Het actieplan bevat voorstellen vanuit vijf domeinen: innovatie, integraal kwaliteitskader, communicatie, financiering en energiebeleid. Dit voor zowel de nieuwbouw- als renovatiemarkt en residentiële als niet-residentiële gebouwen. De definitie die aan een BEN-woning wordt gegeven is de volgende: ‘Woning met een zeer hoge energieprestatie die een lage hoeveelheid energie vereist en die energie vooral uit hernieuwbare bronnen haalt die zoveel mogelijk ter plaatse of dichtbij worden geproduceerd. Die lage hoeveelheid energie is uit te drukken in cijfers om een beter beeld te geven. De gehanteerde algemene norm hiervoor is het E-peil van de woning. Hoe lager dit peil, hoe energiezuiniger de woning. Figuur 12 toont dat deze norm uit de EPB-regelgeving de voorbije jaren al sterk verstrengd is en tegen 2021 zouden alle nieuwbouwwoningen over een maximum E-peil moeten beschikken van E30. In 2014 was dit nog E60. De voornaamste hernieuwbare energiebronnen zijn: warmtepomp, zonnepanelen, zonneboiler en een verwarmingssysteem op biomassa.

Figuur 12: Verstrenging van het E-peil voor nieuwbouwwoningen in VL (Bron: Vlaams Energieagentschap)

Naast het voldoen aan een maximum energieverbruik is er ook de verplichting sinds 2014 om een minimumaandeel van de nodige energie uit hernieuwbare bronnen te halen. De grootte van dat aandeel en de kwaliteitseisen hiervan zijn afhankelijk van enkele factoren. Indien door bepaalde redenen hernieuwbare energie geen mogelijkheid is, wordt het maximale E-peil met 10% verstrengd. Algemeen gezien moet België volgens Europese richtlijn in 2020, 13% van zijn totale energieverbruik uit hernieuwbare bronnen halen. In 2014 bedroeg dit 8% en daarmee is het op schema. Europa heeft als doel 20% hernieuwbare energie tegen 2020. In 2013 was dit al 14,9%.

Page 28: Innovatieve prefabwoningen als woontypologie: inpassing en ......Innovatieve prefabwoningen als woontypologie: inpassing en meerwaarde in de Vlaamse wooncultuur. Buysschaert Birger

28

Zoals eerder vemeld wordt door het energieapact 2050, en voornamelijk het renovatiepact, het energieprestatiecertificaat (EPC) in 2018 uitgebreid naar een woningpas. Dit is zowel voor de renovaties als voor de bouw een goede zaak. De score tussen 0 en 700 dat de energiezuinigheid van een woning weergeeft, wordt vanaf 2019 vervangen door energieklassen. De klassen gaan van zeer energiezuinig A (in sommige landen wordt de onderverdeling A+ of A++ gebruikt) tot zeer energie-inefficiënt F. Aan deze klassen zijn grenswaarden verbonden van het energieverbruik uitgedrukt in Kilowattuur (KWh) per m² per jaar, zoals het oorspronkelijke cijfer. Figuur 13 toont de Vlaamse doelstelling voor 2050: het behalen van klasse A voor alle woningen, dit is een verbruik van minder dan 100 KWh / m² jaar. De gemiddelde halfopen woning heeft nu een verbruik van 506 KWh / m² jaar. Deze waarden staan volledig apart van het E-peil en kunnen niet met mekaar worden vergeleken.

Figuur 13: Energielabel voor woningen op het nieuwe EPC+ (Bron: Bart Tommelein)

4.3. BELEIDSPLAN RUIMTE VLAANDEREN (BRV)

Tenslotte wordt ook het beleid in verband met de Ruimtelijke Ordening in dit onderzoek betrokken,

althans a.d.h.v. de krachtlijnen van de belangrijkste doelen. De Vlaamse regering keurde op 30 november 2016 het ‘witboek Beleidsplan Ruimte Vlaanderen’ goed. Hierin staan alle ontwikkelingsprincipes en doelstellingen om de ruimte in Vlaanderen te transformeren. Dit staat dan ook nauw in verband met het bouwen en wonen. In de analyse van de Vlaamse woongeschiedenis werd aangetoond op welke manier de ruimte-inname in Vlaanderen tot stand is gekomen. Door het besef van de gevolgen op het klimaat is er nu dus een vernieuwend ruimtebeleid nodig.

Enerzijds moet het bestaande ruimtebeslag volgens de Vlaamse Regering beter en intensiever worden

gebuikt en anderzijds moet de inname van nieuwe ruimte geleidelijk aan worden beperkt. Deze twee doelen zijn uiteraard met elkaar verbonden en door het eerste toe te passen volgt het tweede vanzelf. Het doel voor de maximum nieuwe ruimte-inname tegen 2025 is 3 hectare (ha) per dag en tegen 2040 zou deze naar 0 moeten gaan. Momenteel is het bijkomend ruimtebeslag in Vlaanderen 6 ha per dag. Daaruit volgt dat de bouw van nieuwe woningen moet gebeuren op goede locaties in de steden en dorpen. Er moet sterk worden ingezet op inbreiding, het bouwen binnen de bestaande bebouwing. Dit kan door het opsplitsen van grote kavels of woningen, kleiner bouwen en wonen en op sommige plaatsen inzetten op hoogbouw om een sterke verdichting tot stand te brengen.

Page 29: Innovatieve prefabwoningen als woontypologie: inpassing en ......Innovatieve prefabwoningen als woontypologie: inpassing en meerwaarde in de Vlaamse wooncultuur. Buysschaert Birger

29

B

DEEL TOELICHTING VAN HET M.A.DI.-CONCEPT.

INLEIDING

Na een grondige, maar bondige analyse van de Vlaamse wooncultuur doorheen de geschiedenis, werd de huidige situatie geanalyseerd. Dit was een goede basis hoe het wonen en bouwen er in de toekomst zal (moeten) uitzien. Zowel op vlak van wonen zelf als op vlak van duurzaamheid, energie en ruimtelijke ordening algemeen, kan een idee geschept worden van welke innovatieve woonvormen of -types interessant kunnen zijn voor de toekomstige wooncultuur in Vlaanderen.

Het concept dat in deze bachelorproef wordt behandeld is een Italiaans modulair woningtype genaamd

M.A.DI.-huizen. Alvorens te bekijken op welke manier dit een meerwaarde kan betekenen of hoe dit zijn inpassing kan vinden binnen onze wooncultuur, volgt een uitgebreide uitleg over het concept. Zowel de theoretische als praktisch kanten worden aangehaald en ook de voor- en nadelen van deze manier van wonen worden in de weegschaal gelegd.

Page 30: Innovatieve prefabwoningen als woontypologie: inpassing en ......Innovatieve prefabwoningen als woontypologie: inpassing en meerwaarde in de Vlaamse wooncultuur. Buysschaert Birger

30

5.1. MODULO ABITATIVO DISPIEGABILE

Dit hoofdstuk vangt aan met een bondige uitleg van de term M.A.DI., een afkorting van de Italiaanse beschrijving van wat het concept precies inhoudt. Deze drie woorden, respectievelijk beginnend met de letters M, A en DI, omvatten de hoofdzakelijke eigenschappen van de woningen en worden hieronder vertaald en kort geëxpliceerd.

Modulo

Het eerste woord van de term is meteen de meest voor de hand liggende en kan gelinkt worden aan het modulaire aspect van woningen. Volgens de encyclopedie kan de term module het best omschreven worden als “een afgerond onderdeel van een groter systeem, waarmee met afgerond wordt bedoeld dat het onderdeel zelfstandig een bepaalde deeltaak kan uitvoeren.” In de bouwwereld zijn modulaire woningen dus woningen opgebouwd uit verschillende modules, die kunnen gezien worden als grote, individuele, geprefabriceerde bouwonderdelen. Deze zijn op hun beurt dan weer een samenvoeging van verschillende aaneengehechte bouwmaterialen. Op het modulair aspect wordt nog uitgebreid ingegaan.

Abitativo

Daar de vertaling van wonen in het Italiaans abitare is en abitazione huis of woning betekent, is het woord abitativo hiervan een afleiding. In deze context mag het worden vertaald als ‘woon-‘ of ‘behuizings-‘.

Dispiegabile Het laatste Italiaanse woord geeft tenslotte aan dat het gaat om ontvouwbare structuren en zo vertelt het woord over de vlotte opbouw en verplaatsbaarheid van deze woningen.

Samengevat betekent M.A.DI. ontvouwbaar behuizingsmodule of unfoldable modular living unit, wat voor velen nog duidelijker klinkt. De term houdt dus in dat het gaat om modulaire woningen die tot stand komen door als het ware de modules te ontvouwen en zo ook weer afgebroken kunnen worden om op een andere locatie opnieuw recht te zetten. In het volgende hoofdstuk wordt meer aandacht besteed over dit proces van plaatsing en opbouw en alles wat erbij komt kijken.

5.2. HET IDEE ACHTER HET ONTWERP

Het ontwerp van deze woningen komt van de Italiaanse architect Renato Vidal. Hij ontwierp deze typisch A-vormige prefabhuizen met het oog op het milieu, comfort, innovatie, veiligheid en zoveel meer. De architect wou een gezellige, gezonde en veilige plaats creëren, omgeven door warm en milieuvriendelijk hout, zonder impact op het milieu en dat volledig aangepast kan worden aan de behoeften van de bewoner. Met behulp van een uitvouwtechniek kunnen de modules vlot vervoerd worden en eenvoudig worden opgebouwd op korte tijd, met weinig werkkrachten en aan een lage prijs.

5 . D E TE RM M .A .D I . EN HET C ON CE P T

Page 31: Innovatieve prefabwoningen als woontypologie: inpassing en ......Innovatieve prefabwoningen als woontypologie: inpassing en meerwaarde in de Vlaamse wooncultuur. Buysschaert Birger

31

Tevens geeft deze tecniek de mogelijkheid om aarbevingbestendige gebouwen te realiseren en ook is er geen impact op de bodem door funderingen. (Vidal, 2017) Door meerdere modules aaneen te schakelen, kan gespeeld worden met de grootte en ruimtes van de woningen. Deze eigenschappen zijn een korte intro op de verdere uiteenzetting in de hoofdstukken 6 en 7.

5.3. DE VERSCHILLENDE DESIGNS

Momenteel zijn er 5 verschillende designs naargelang de grootte, inrichting en afwerking. Hieronder volgt een uitgewerkt overzicht van de keuzemogelijkheden met bijhorende naam, uitleg en plannen. Deze standaardontwerpen bestaan uit twee niveaus en beschikken minstens over een keuken, eetruimte, badkamer en slaapkamer(s). De plannen volgen deze standaardinrichting, waarbij de module voor bepaalde ruimtes over twee verdiepingen zorgt. Op vlak van verdere inrichting en materialen zijn er wel nog keuzemogelijkheden afhankelijk van de behoeften van de bewoner. Er is ook altijd een voorterras over de volledige breedte van de woningen.

Alvorens over te gaan naar een korte uitleg over de verschillende standaardtypes, volgt hier een

verduidelijking voor het volledig begrijpen van de grondplannen:

PIANO TERRA = het gelijkvoers PIANO PRIMO = de eerste verdieping

De driehoekspijl in het midden onderaan wijst de ingang (deur) van de woning aan. De andere niet-gearceerde delen in de buitenwand zijn ramen.

De gestreepte arcering onderaan het plan wijst op het terras. De blokarceringen links en rechts van de woning op de piano primo plannen is de dakstructuur.

Single Module – Tiny /27 m² Dit is het basismodel, de kleinste mogelijkheid, bestaande uit 1 module. Dit ‘tiny huisje’ heeft een

bewoonbare vloeroppervlakte van 27 m² en bevat een keuken met eethoek, badkamer en berguimte op het gelijkvloers en een ruime slaapkamer op de eerste verdieping.

Figuur 14: Plannen Single Module Tiny 27 m² (bron: madihome)

Page 32: Innovatieve prefabwoningen als woontypologie: inpassing en ......Innovatieve prefabwoningen als woontypologie: inpassing en meerwaarde in de Vlaamse wooncultuur. Buysschaert Birger

32

Double Module – Young /56 m² Dit ontwerp bestaat uit 2 achtereen geplaatste modules en zorgt zo voor ongeveer dubbel zoveel

bewoonbare ruimte, namelijk 56 m². Dit model bevat naast een extra woonruimte op het gelijkvloers ook een tweede slaapkamer op de bovenverdieping.

Figuur 15: Plannen Double Module Young 56 m² (bron: madihome)

Double Module – Luxury /46 m² Deze versie is de luxueuzere variant van de dubbele modulewoning. Ze is tien vierkante meter kleiner

maar bevat betere kwaliteitsmaterialen en meubelair. Dit model heeft een aparte hoofdingang langs de voorkant met een hal. Vanuit de woonkamer is er toegang via schuifdeuren tot het terras. Er zijn ook twee slaapkamermogelijkeden boven.

Figuur 16: Plannen Double Module Luxury 46 m² (bron: madihome)

Page 33: Innovatieve prefabwoningen als woontypologie: inpassing en ......Innovatieve prefabwoningen als woontypologie: inpassing en meerwaarde in de Vlaamse wooncultuur. Buysschaert Birger

33

Triple Module – Family /84 m²

De ruimste mogelijkheid is

de woning bestaande uit 3 gekoppelde modules, wat het een uitstekend maakt als vast verblijf en voor gezinnen. Dit type heeft naast twee slaap-kamers op het eerste verdiep ook nog een slaapkamer met dressingruimte op het gelijk-vloers en biedt zo slaap-gelegenheid aan 6 personen. De woonkamer is ruimer en er is ook nog een klein extra terras op het eerste verdiep.

Figuur 17: Plannen Triple Module Family 84 m² (bron: madihome)

Triple Module – Cottage /70 m² De tweede variant van

de woningen bestaande uit drie modules is de Cottage stijl. Deze heeft een kleinere oppervlakte dan de family en heeft geen derde slaapkamer op het gelijk-vloers. Er is een ruime en een kleine slaapkamer op het eerste verdiep en tevens heeft deze woning een groter voorterras en ook een klein terras op het eerste verdiep.

Figuur 18: Plannen Triple Module Cottage 70 m² (bron: madihome)

Page 34: Innovatieve prefabwoningen als woontypologie: inpassing en ......Innovatieve prefabwoningen als woontypologie: inpassing en meerwaarde in de Vlaamse wooncultuur. Buysschaert Birger

34

5.4. AREA LEGNO

Eerder werd aangehaald dat het idee en ontwerp afkomstig is van ene Italiaanse architect genaamd Renato Vidal. De uitwerking van het idee daarentegen en de opbouw/plaatsing van de woningen wordt verzorgd door Area Legno, een Italiaanse bouwonderneming en houtspecialist gesitueerd in Città S. Angelo, een gemeente in de Abruzzen, centraal Italië. Hier bevindt zich ook het hoofdkwartier van M.A.DI. Home waar de woningen worden geprefabriceerd.

Figuur 19: Voorbeeld M.A.DI. Triple woningen (Bron: M.A.DI.)

Page 35: Innovatieve prefabwoningen als woontypologie: inpassing en ......Innovatieve prefabwoningen als woontypologie: inpassing en meerwaarde in de Vlaamse wooncultuur. Buysschaert Birger

35

Het oorspronkelijke idee was om een afspraak te plannen met het bedrijf Area Legno die de woningen bouwt. Na een wekenlange periode van mailen en trachten de verantwoordelijken te bereiken zonder antwoord, was het nodig om het over een andere boeg te gooien. Daar het een nieuw concept is dat veel belangstelling geniet uit talrijke landen in Europa en zelfs daarbuiten, was de mailingsdienst wellicht druk bezet. De echte geïnteresseerden (klant-kopers) zullen hier wellicht van voorrang genieten. Op die manier ging het zeer moeilijk lukken en dus was er een andere manier nodig om deze mensen te bereiken. Het was sowieso nodig om meer te weten te komen over het concept en alles errond, want ook via mail kon zeer moeilijk informatie verkregen worden.

Toen bleek dat er een outdoorbeurs was in Milaan in verband met design, waar enkele modulaire- en

‘Tiny House’ ontwerpers net als M.A.DI. Home hun woningen promoten. De beslissing om een weekend tussen de stage door naar Milaan te gaan, was snel gemaakt. Dit was niet enkel een handige manier om enkele vragen aan het bedrijf achter M.A.DI. te stellen, maar ook een ideale opportuniteit om een kijkje te nemen welke soortgelijke concepten er zijn. Hierop wordt verder ingegaan onder “Deel C: Modulair of prefab bouwen en wonen”.

De volgende pagina’s omvatten een uitgebreide uitleg van de praktische kant van de woningen: de opbouw, technische aspecten, materialen, prijzen, enz. Een groot aandeel in bronnen van dit deel is dus het interview met een M.A.DI.-vertegenwoordiger op de Inhabits Design Village te Milaan. (Zie bijlage 1)

6.1. M.A.DI. IN DE PRAKTIJK

M.A.DI. Home is nog steeds een vrij jong concept. Het idee kwam pas aan het licht in 2017. Er zijn enkel woningen in Italië gerealiseerd, maar er is grote belangstelling vanuit landen wereldwijd. Het team is druk bezig met de aanleg van een internationaal distributienetwerk. De vraag naar de verschillende designs is erg gevarieërd door de belangstelling bij een zeer breed doelpubliek. Zowel alleenstaanden en oudere koppels die vaak kiezen voor kleinere woningen als jonge gezinnen die iets meer ruimte nodig hebben, tonen interesse. Het design dat voorlopig net iets meer is gerealiseerd, is de ‘Double Module – Young’ van 56 m².

In Italië is er een bouwvergunning nodig voor deze verplaatsbare woningen als vaste woonst. Voor

meer informatie over dergelijke noodzakelijke documenten en verplichtingen wordt best ten rade gegaan bij de bevoegde instanties van het land in kwestie. Enkel zo is er voldoende zekerheid alvorens stappen te zetten in de aankoop van een woning. Dit hangt sterk af van land tot land, maar in de meeste gevallen is een vergunning wel verplicht. Al zijn er toch mogelijkheden om dit woontype te gebruiken zonder deze formaliteiten, maar onder bepaalde strikte voorwaarden. Deze zijn ook afhankelijk van het land waar de woning wordt gerealiseerd. Deze voorwaarden slaan vooral op het kunnen aantonen van de verplaatsbaarheid en tijdelijkheid van de woonst. Zo kan dit mogelijk worden indien de woning niet aan de grond is vastgemaakt en het om een tijdelijke plaatsing gaat, maar dit zijn slechts twee van de voorwaarden.

6 . D E P RAKT ISC HE KA NT

Page 36: Innovatieve prefabwoningen als woontypologie: inpassing en ......Innovatieve prefabwoningen als woontypologie: inpassing en meerwaarde in de Vlaamse wooncultuur. Buysschaert Birger

36

6.2. VAN FABRIEK TOT BOUWPLAATS: HET PROCES

Modulair bouwen is een bouwtechniek waarbij een goot deel van het bouwproces in het fabriek gebeurd. Hier worden reeds grote modules samengesteld die dan met een vrachtwagen tot op de bouwplaats worden gebracht. Op de bouwplaats kunnen deze in een veel kortere termijn dan bij de standaard manier van bouwen worden gemonteerd. Tijdens de prefab fase spelen weersinvloeden of andere moeilijkheden op de bouwwerf geen rol, waardoor er minder problemen kunnen optreden. Hieronder een bondig overzicht van het bouwproces:

Samenstelling van de prefab modules. Bij elk modulair woningtype verloopt het bouwproces in grote lijnen gelijk, maar zijn de methodes,

materialen en bouwtijden verschillend naargelang het concept van de woning. Dit ontvouwbare en verplaatsbare woonconcept heeft zo ook zijn eigen methode van samenstelling en plaatsing. In de fabriek van het bedrijf Area Legno worden de modules afzonderlijk ineen gezet. Deze bestaan uit volledig opgebouwde zijwanden, daken en vloer via een ontvouwbare verbindingstechniek aan elkaar bevestigd. Eens deze is afgewerkt, wordt het opgevouwen om later vervoerd te kunnen worden. Afhankelijk van de grootte van de te realiseren woning worden er één of meerdere modules gebouwd. Zoals beschreven bij de verschillende designs zorgt één module voor 27m² netto-vloeroppervlakte (NVO). Op onderstaande foto is deze ‘flatpack’ en zijn ontvouwingstechniek te zien.

Figuur 20: ontvouwingstechniek van de modules: van flatpack tot woning (Bron: M.A.DI.)

Naast deze ontvouwbare modules worden ook de voor- en achtergevel op voorhand gedeeltelijk modulair gebouwd in de fabriek. De materialen en opbouw zijn deels afhankelijk van de keuzes van de klant en worden uitvoerig besproken in het volgende deel van dit hoofdstuk. Deze delen – dubbele houten wand met isolatie, gevelafwerking, alle leidingen en kabels – worden wel pas op de bouwplaats volledig in elkaar gezet. De standaarddesigns worden op regelmatige basis gemaakt en zijn vaak continu beschikbaar. In dit geval is de levering mogelijk binnen de week. Indien het model niet op voorraad is, wordt een termijn van 30 à 40 dagen in acht genomen tot de levering. Allereerst moeten de tekeningen goedgekeurd worden en dan pas kan van start gegaan worden met het aanbrengen van de materialen en de opbouw. Het vervoer van de geprefabriceerde modules gebeurt met een vrachtwagen. Hiervoor wordt meestal gebruik gemaakt van een vrachtwagen met laadkraan, waardoor op de bouwplaats geen extra kranen of machines nodig zijn voor het opzetten.

De installatie op de bouwplaats.

Eens alle onderdelen op de bouwplaats zijn gearriveerd, is er slechts een kleine dag nodig voor de

installatie en oplevering van de woning met amper 3 bouwvakkers. Al is het eerst nodig om de fundering en betonbasis te installeren. De schroefpalen worden in de grond geboord en hierop wordt de betonplaat bevestigd. Op deze betonplaat komen rails waarop de één of meerdere ontvouwbare modules als ‘flatpacks’ tenslotte worden neergezet met behulp van een laadkraan van de vrachtwagen. Vervolgens wordt zo’n module ook omhoog getrokken door de laadkraan en komt deze tot stand via de ontvouwingstechniek zoals op voorgaande figuur. Indien de woning bestaat uit meerdere modules, worden deze voorzien van aanhechtingspunten (joints) in de wanden en op die manier aan elkaar

Page 37: Innovatieve prefabwoningen als woontypologie: inpassing en ......Innovatieve prefabwoningen als woontypologie: inpassing en meerwaarde in de Vlaamse wooncultuur. Buysschaert Birger

37

bevestigd. Vanaf dan start de plaatsing van de voor- en achtergevel en binnenwanden alsook de afwerking van de woning door de bouwvakkers. De tijd en methodes voor deze stap zijn afhankelijk van het design en de keuzes van de klant. Op onderstaande afbeeldingen zijn de stappen te zien nadat de geprefabriceerde modules zijn gemaakt in de fabriek. (Bron van afbeeldingen: M.A.DI. Home)

Figuur 21: Voorbereidingen in de fabriekshal Figuur 22: vervoer naar de bouwplaats

Figuur 23: Plaatsing flatpacks op basis Figuur 24: ontvouwing module met laadkraan Figuur 25: Afwerking wanden en gevels

6.3. TECHNISCHE KANT VAN DE WONING

Fundering en betonbasis Als het gaat om een tijdelijk verblijf op een grond die voldoende sterk is, kunnen de woningen opgezet

worden zonder funderingen. Dit wordt echter niet aangeraden en voor een langer of permanent verblijf zijn funderingen wel van groot belang. Hiervoor wordt gebruik gemaakt van het zogenaamde ‘T-Block ground fixing system’. Dit is een ankersysteem met schroefvormige funderingspalen die in de grond worden gedraaid en niet zichtbaar zijn. Deze methode zou geen impact hebben op de grond, is eenvoudig te verwijderen en voor 100% herbruikbaar. Er wordt ook geen beton in de bodem gebruikt. De schroeven worden over de volledige lengte van de woning in 2 evenwijdige rijen de grond ingeboord. Deze rijen liggen op een afstand van elkaar die iets kleiner is dan de breedte van de woning. Hierop wordt vervolgens de betonplaat vastgemaakt waarop rails gevestigd zijn voor de plaatsing van de modules. De schroeven kunnen variëren in dikte en lengte afhankelijk van de grootte - en dus ook het gewicht - van de woning en het type bodem. Gezien deze zeer lichte constructie wordt hier gebruik gemaakt van kortere en fijnere schroeffunderingen dan gemiddeld.

Figuur 26: Schroeffundering ankersysteem

Page 38: Innovatieve prefabwoningen als woontypologie: inpassing en ......Innovatieve prefabwoningen als woontypologie: inpassing en meerwaarde in de Vlaamse wooncultuur. Buysschaert Birger

38

Materialen en kwaliteiten Voor de wanden wordt gebruik gemaakt van Cross Laminated Timber (CLT) van 87 mm dikte. CLT is

een meerlagige opbouw van massieve houtplaten waarvan de lagen telkens kruiselings worden verlijmd. De grote voordelen hiervan zijn dat het een zeer snelle bouwmethode is omdat het al in de fabriek makkelijk bewerkt kan worden. Daarbij kan gedacht worden aan de openingen voor leidingen of uitsnijdingen voor ramen. Het is een relatief licht bouwmateriaal en toch zeer sterk en goed van kwaliteit. Er zijn ook veel mogelijkheden voor de afwerking ervan. De voor- en achterwanden zijn geïsoleerd met steenwol en worden standaard bekleed met dennehouten latten, meer precies Lariks (Lork). Voor deze gevels is er vrijheid van afwerking waarover verder meer. De zijwanden bestaan eveneens uit CLT en op de schuine dakwanden komt er bovenop het hout een sandwichpaneel van 100 mm dik. Dit bestaat uit PUR-isolatieplaten met als afwerking metalen dakbladen (trapeziumplaten). Voor de binnenwanden wordt standaard gebruik gemaakt van gipsvezelplaten. Deze zijn zeer licht, goedkoop, gemakkelijk te plaatsen en hebben geen dragende of steunende functie.

Dankzij de combinatie van de vorm en materialen zijn deze woningen aarbevingbestendig. De houten

constructie in CLT is sowieso zeer sterk en beter bestand tegen aardverschuivingen dan de klassieke gemetste woningen. De driehoeksvorm zorgt daarbovenop dat de constructie uitermate sterk is en zo lichte aardbevingen kan weerstaan.

Daarnaast zijn de woningen ontworpen met veel aandacht voor het milieu. Door de combinatie van de

houtstructuur met de isolatie behalen deze vlot de hoogste isolatiestandaarden. PUR-platen en steenwol zijn twee van de betere isolatievormen. Het Lorkhout dat als gevelafwerking wordt gebruikt is dan weer de meest duurzame en hardste Europese naaldhoutsoort. Met zijn duurzaamheidsklasse 3 is dit een ideaal materiaal voor constructies of gevelbekledingen. De woningen bestaan uit geprefabriceerde delen waarvoor voornamelijk lichte en milieuvriendelijke materialen worden gebruikt. Hierdoor vervalt de milieu-impact van bepaalde bouwmaterialen en ook het bouwproces is beduidend korter. In hun standaardversie behoren de gebouwen tot energieklasse B, maar op verzoek kunnen deze tot klasse A en A+ worden aangepast.

Standaard worden de woningen ook voorzien met een afvoersyteem en aansluiting op het net. Maar

deze woningen kunnen ook grotendeels zelfvoorzienend zijn indien nodig. Met behulp van zonnepanelen, een warmtepomp en zonneboiler kan alle nodige energie uit hernieubare bron gehaald worden en via een composttoilet kunnen ze volledig off-grid zijn.

6.4. KEUZEVRIJHEID IN DESIGN EN AFWERKING

In een vorig hoofdstuk werden de verschillende standaarddesigns van het befrijf aangekaart. Dit wil echter niet zeggen dat de klant tussen deze designs moet kiezen. Er zijn enorm veel mogelijkheden in de keuze van zowel grootte als materialen. Standaard zijn er enkel woningen bestaande uit één, twee of drie modules, maar deze kunnen evengoed uit een groter aantal modules bestaan. Hiervoor is enkel een grotere betonbasis nodig en natuurlijk meer ruimte in het algemeen. Aangezien het bedrijf Area Legno sterk inzet op het betaalbare, compacte en ecologische aspect van wonen worden voornamelijk de designs met een grootte van maximum drie modules gepromoot.

Figuur 27: Mogelijk interieurlook (Bron: MADI)

Page 39: Innovatieve prefabwoningen als woontypologie: inpassing en ......Innovatieve prefabwoningen als woontypologie: inpassing en meerwaarde in de Vlaamse wooncultuur. Buysschaert Birger

39

Aangezien men door de typische vorm en het natuurlijke idee van het concept aan een bepaalde look gebonden is, is het belangrijk om wel veel keuzevrijheid te geven op vlak van de afwerking en materialen. Zo kan iedereen de woning personaliseren en volgens eigen smaak een eigen thuis creëren. Voor het interieur kan gekozen worden hoe de woning wordt ingericht naarmate de vorm en grootte dit toelaten. Daarbij is er ook een grote keuze tussen materialen voor de binnenafwerking. Een betegelde badkamer, de standaard houten vloer of parket, de binnenwanden in een kleur geverfd of naturel, enz. Het meubilair is volledig volgens de keuze van de klant aangezien dit niet in de prijs inbegrepen zit. Hiermee kan de woning ook sterk gepersonaliseerd worden. Badkamer en keuken kunnen worden ingericht met alle producten die op de markt te verkrijgen zijn. Standaard wordt voor het interieur voor een houten en naturelle look gegaan, daar dit het best in het ecologische en natuurlijke concept past.

De voor- en achtergevel van de woning zijn ook aanpasbaar naar wens binnen het mogelijke. Naast de standaard houten gevel met Lariks latten, kan ook een volledig glazen gevel voorzien worden. Een combinatie van de twee biedt ook mogelijkheden, zoals een deur en raam of grote terrasdeuren. De standaardafwerking van de gevel is tevens aan te passen door de houten latten te schilderen of door de gevelafwerking in gips, aluminium of zelfs moerasriet te laten maken.

Figuur 28: Foto's van mogelijke gevelafwerkingen (bron: M.A.DI. Home)

6.5. KOSTENPLAATJE

De prijs is voornamelijk afhankelijk van de grootte van de woning en de afwerkingsgraad. Bij de uiteenzetting van de standaarddesigns waren modellen te zien van 27 m² tot 84 m². Bij een standaard afwerkingsgraad, dus bijvoorbeeld niet de ‘luxury’ versie, liggen de prijzen op ongeveer 800 à 900 euro per vierkante meter. Voor de ‘Tiny’ woning van 27 m² bestaande uit één module komt de prijs neer op zo’n 25.000 euro. Hiermee is dit de goedkoopste onder de M.A.DI. woningen die geproduceerd worden. De grootste standaardvariant, de ‘Family’ woning van 84 m², heeft een prijs van om en bij de 67.000 euro. Afhankelijk van de keuze voor een luxueuzere afwerkingsgraad en duurdere materialen kan de prijs nog verhogen.

Deze bedragen vormen de prijs voor de woning met de installatie van airconditioning, aansluitingen

voor water, elektriciteit en afvoer. Enkel het meubilair en de keukenelementen zoals een koelkast, oven en wasmachine zijn niet inbegrepen. De basis van de keuken wordt wel in de prijs ingebouwd. Daarnaast moet de betonbasis ook zelf worden betaald. Alle bouwkosten, zowel in de fabrieksfase als de opbouw ter plaatse, zitten ook in de prijs voor de woning verwerkt. Wel dient er rekening gehouden te worden met belastingen. Die zullen wel overal geheven worden, maar deze bedragen zijn afhankelijk van het land waarin de woning worden gebouwd.

Page 40: Innovatieve prefabwoningen als woontypologie: inpassing en ......Innovatieve prefabwoningen als woontypologie: inpassing en meerwaarde in de Vlaamse wooncultuur. Buysschaert Birger

40 Bij het bedenken van nieuwe concepten wordt uitvoerig bestudeerd welke extra waarde deze kunnen

geven of hoe ze zich kunnen onderscheiden van de rest. Die zaken vormen belangrijke voordelen waardoor een businessidee een succes kan worden op de markt. Eerst en vooral worden de grote voordelen van dit woonconcept geanalyseerd en op een rijtje gezet.

7.1. LOW BUDGET HUISVESTING

Een eerste belangrijk voordeel van dit woontype is het feit dat ze zeer betaalbaar zijn. Zoals eerder aangehaald schommelen deze prijzen tussen de 25.000 en 67.000 euro voor een woning tussen de 27 m² en 84 m². Deze prijzen rechtstreeks vergelijken met de prijzen van de verkopen van appartementen, woonhuizen of villa’s in Vlaanderen is niet volledig opgaand aangezien bij deze laatste de prijs voor de grond meegerekend is. Daarom worden deze prijzen op twee andere manieren met elkaar vergeleken om zo een idee te creëren van de betaalbaarheid van deze woningen tegenover de Vlaamse woningen.

Om te beginnen wordt er een vergelijking gemaakt tussen deze herverkoopprijzen van 2017 en de

prijs voor een M.A.DI. woning gecumuleerd met de grondprijzen in Vlaanderen. Zo wordt het verschil min of meer duidelijk tussen de prijs in aankoop van een bestaande woning in Vlaanderen en de aankoop van een M.A.DI. woning op Vlaamse grond. In figuur 29 ‘woningprijzen in België uit verkopen 1992-2017’ is te zien dat de gemiddelde woningprijs voor gewone woonhuizen in 2017 in het Vlaams Gewest 234.397 euro bedraagt. De waarde van appartementen, villa’s of woonhuizen zijn niet dezelfde, onder andere door het verschillend aandeel in grond. Appartementen kunnen al worden uitgesloten, gewone woonhuizen komen het dichtst in de buurt. Deze vergelijking is dus moeilijk interpreteerbaar, maar geeft wel een eerste globaal zicht op de betaalbaarheid van dit woningtype. Ook is de term ‘gewone woonhuizen’ vaag. In de notarisbarometer is het gemiddeld bedrag voor ‘woonhuizen’ 266.199 euro, maar dit zijn ook villa’s zonder inbegrip van luxevilla’s, boerderijen of opbrengsteigendommen. Grondprijzen in Vlaanderen zijn sterk afhankelijk van factoren zoals de regio en ligging van de bouwgrond. In figuur 30 ‘grondprijzen in België 1992 – 2014’ is het bedrag van 178,12 euro per m² te zien als gemiddelde prijs voor een bouwgrond in het Vlaams Gewest in 2014. Dit is de laatste officiële meting volgens de statistieken van de overheid. Deze prijzen zijn de voorgaande jaren gestegen en er werd ook verwacht dat deze na 2014 een verdere stijging zouden ondergaan. Volgens de Notarisbarometer 32 is de gemiddelde prijs van een bouwgrond per vierkante meter in Vlaanderen dan ook 236,6 euro. Dit is momenteel het hoogtepunt en lijkt voorlopig enkel te gaan stijgen. Twee van de streefdoelen van het M.A.DI. team is de compactheid onder het motto ‘less is more’ en het ecologische. Een zeer ruime bouwgrond past dan ook niet binnen de visie van dit concept, maar dit hangt uiteraard volledig af van de keuze van de klant, de behoeften van de vlaming. In deze vergelijking wordt gekeken naar de verhouding tussen de gemiddelde grootte de woning ten opzichte van de bouwgrond in Vlaanderen. De cijfers: 133 m² voor de woning en 3 are voor de bouwgrond van een vrijstaande woning. Hieruit komt de volgende verhouding: 4 op 9 voor de grootte van de woning t.o.v. de grootte van de grond. Zo komt de bouwgrond bij de kleinste versie van 27 m² uit op een grootte van 60,75 m² en die van 84 m² op een grootte van 189 m². Maal de gemiddelde grondprijs van 236,6 euro per vierkante meter komt dit neer op respectievelijk 14.373,45 euro en 44.717,40 euro. Wanneer dit tenslotte opgeteld wordt bij de prijs voor de woning zelf zijn de eindresultaten respectievelijk 39.373,45 euro en 111.717,40 euro. Hier komen wel nog kleine kosten bij voor de betonbasis en meubilering van de woning maar ook bij de koop van een bestaande woning zijn extra aankopen en kosten mogelijk.

7 . V O O R - EN NA DEL EN IN D E W E EG SC HAA L

Page 41: Innovatieve prefabwoningen als woontypologie: inpassing en ......Innovatieve prefabwoningen als woontypologie: inpassing en meerwaarde in de Vlaamse wooncultuur. Buysschaert Birger

41

Figuur 29: woningprijzen in België uit verkopen 1992-2017 (bron: Statbel) Figuur 30: grondprijzen in België 1992 – 2014 (bron: Statbel)

Page 42: Innovatieve prefabwoningen als woontypologie: inpassing en ......Innovatieve prefabwoningen als woontypologie: inpassing en meerwaarde in de Vlaamse wooncultuur. Buysschaert Birger

42

Nieuwbouw- en herverkoop woningen zijn qua prijs ook niet altijd vergelijkbaar. Daarom wordt er ook vergeleken met de kosten om een nieuwbouwwoning te laten oprichten in België, de zogenaamde bouwkosten. Afhankelijk van de afwerkingsgraad, het gebouwtype en de energienormen variëren deze kosten gemiddeld tussen de 1.500 en 1.800 euro per vierkante meter. Meer of minder is altijd mogelijk, maar voor een vrijstaande woning van middelmatige grootte en standaard afwerkingsgraad is dit de geschatte norm. Dit is alles inbegrepen, dus naast de kost van de materialen ook de nodige installaties, werkuren van de aannemer(s) en het ereloon van de architect. Met de strengere energie-eisen tegen 2021, de ‘BEN’-norm, zal deze totale bouwkost nog eens met 6 à 7% stijgen, aldus de bouwfederatie Bouwunie.

Ter vergelijking: De prijs per vierkante meter van een M.A.DI.-woning ligt tussen de 800 à 900 euro

wat betreft de bouwkosten. Dit is amper de helft van de bouwkosten van een nieuwbouw in Vlaanderen, en daar zijn twee grote redenen voor. Enerzijds is het bouwproces veel korter en eenvoudiger met een gelijk aantal bouwvakkers en zijn er geen verschillende aannemers nodig. Dit zorgt ervoor dat de werkuren van die aannemers en het ereloon van de architect zeer laag blijven. Anderzijds zijn de eenheidsprijzen voor de gebruikte materialen ook lager. Concreet, voor een vrijstaande nieuwbouwwoning van 84 m² in Vlaanderen zou men naar schatting gemiddeld tussen de 126.000 euro en de 151.200 euro betalen. Dit is het dubbele van de Italiaanse, modulaire woning van dezelfde grootte.

7.2. VOORDELEN PREFAB BOUWPROCES

Prefab bouwen in hout heeft tegenover het traditioneel metselen van een woning tal van voordelen. Deze gelden voor alle vormen van prefab woningen in het algemeen, maar op vlak van tijds- en geldbesparing is dit concept nog verschillend aan de rest. De algemene voordelen worden eerst kort uitgelegd.

De grote redenen van het snelle bouwproces met zijn voordelen worden als eerste aangekaart. Dankzij

het productieproces op voorhand in de fabriek kan er veel sneller gewerkt worden op de bouwwerf. Prefab is een droge bouwmethode en heeft dus geen droogtijden te respecteren zoals de traditionele methode in metselwerk. Hier dient men rekening te houden met deze termijnen voor het drogen van de constructie om te starten met de binnenafwerking. Ook is er veel minder kans op weerverletdagen door slechte weersomstandigheden tijdens de opbouw van de constructie. Bij een houtskeletbouw duurt de effectieve montage van de prefabwoningen tot een woning op de bouwwerf slechts een tweetal weken. Voor deze fase wordt alles voorbereid in de fabriek en daarna start de fase van de technieken en binnenafwerking waarbij geen rekening meer dient gehouden te worden met mogelijk nadelige weersinvloeden. Bij M.A.DI.-woningen is dit slechts een dag. Een houten constructie is ook tot vijf keer lichter dan metselwerk wat voor een vlottere opbouw en minder zware fundering zorgt. Dit staat ook gelijk aan tijdswinst bij de bouw. Gemiddeld gezien wordt voor een traditionele nieuwbouwwoning al snel minstens een jaar gerekend, bij een gemiddelde prefabwoning in houtskelet gaat het over een termijn van enkele maanden. Bij deze M.A.DI. woningen werd al eerder aangetoond dat de kortste termijn een maand bedraagt onder andere door de handige uitvouwtechniek.

Een ander voordeel is de kwaliteit en duurzaamheid van de afgewerkte prefabwoning. Dankzij de

geconditioneerde werkomstandigheden in een atelier is de kwaliteit van de uitvoering zeer hoog en constant. Prefabwoningen scoren vaker beter op vlak van luchtdichtheid omdat er minder koudebruggen voorkomen dan bij traditionele metselwerken. Daarnaast is het ook eenvoudig om te voldoen aan akoestische isolatienormen voor woningen, ondanks ze vaak onderdeden voor de zwaardere, gemetselde contructies. Met een goede planning en juiste uitvoering zorgen de materialen, goede luchtdichtheid en isolatieschil voor een goede akoestiek.

Page 43: Innovatieve prefabwoningen als woontypologie: inpassing en ......Innovatieve prefabwoningen als woontypologie: inpassing en meerwaarde in de Vlaamse wooncultuur. Buysschaert Birger

43

Het hoofdmateriaal dat wordt gebruikt bij prefab woningen is veel duurzamer en milieubewuster dan het gebruik van baksteen. Hout biedt tal van voordelen voor het milieu waarover in het volgende punt meer uitleg wordt gegeven. De woningen scoren ook zeer sterk op vlak van energieprestatie. Op andere vlakken zijn er ook nog een paar voordelen. Soms kan men zich op voorhand een beter idee scheppen over hoe de woning er uiteindelijk zal uitzien, doordat sommige firma’s kijkwoningen hebben. Tevens is er weinig beperking in keuze van materialen, architecturale uitvoering of afwerking van prefab constructies. Al is het wel belangrijk op voorhand zeker te zijn over dergelijke beslissingen want achteraf zijn die vaak niet meer aan te passen. Wat tenslotte nog zeer belangrijk is, is de prijs voor de oprichting van een nieuwbouwwoning. Een houten prefabwoning heeft een gunstig effect op de totale kostprijs van een woning en dit aan dezelde kwaliteit. Hout is op zich een goedkoper materiaal dan bakstenen, maar daarnaast zijn er nog andere redenen voor de lagere prijs. De veel kortere bouwtermijn op de bouwplaats zorgt voor een grote reductie in arbeidsuren van de bouwvakkers en dus een veel lagere aannemerskost. Doordat de woning lichter is, zijn minder grote en zware funderingen ook mogelijk, wat de prijs ook weer doet zakken. Een ander voordeel op vlak van de kostprijs is dat de totale eindprijs van in het begin gekend is en normaalgezien onveranderd blijft. Bij de standaard opbouw van een nieuwbouw komen bijna altijd onvoorziene extra kosten kijken. Het M.A.DI. concept verschilt dan nog eens veel meer in prijs dan de gemiddelde prefabwoning dankzij de zeer efficiënte en compacte bouw. De prijzen werden in het voorgaande punt besproken en vergeleken met traditionele niewbouw of herverkoop woningen in Vlaanderen. Het is moeilijk om een gemiddelde prijs van prefabwoningen te geven aangezien hier enorm veel verschillen in zijn.

7.3. HET MILIEUBEWUSTE ASPECT

Een derde, zeer belangrijk en toekomstgericht voordeel van de prefab M.A.DI. woningen is te situeren op gebied van energieprestatie en duurzaamheid. Tegenover de grote meerderheid van de bestaande woningen hebben deze een veel kleinere impact op de natuur en zijn ze duurzamer gebouwd. Dit heeft uiteraard tal van redenen.

Gebruik van duurzame materialen Een eerste belangrijke reden zijn de materialen waaruit deze prefabwoningen grotendeels vervaardigd

zijn. De woning is voornamelijk opgericht in hout en dit is een voorbeeld van een nagroeibaar of teeltbaar materiaal binnen de bio-ecologische materialen. Dit zijn materialen die nagenoeg onuitputtelijk zijn bij een goed beheer omdat deze bestaan uit hernieuwbare grondstoffen. Daarom wordt hout gezien als een zeer duurzaam materiaal, een materiaal dat in elke fase van het gebruiksproces een minimale milieustoring veroorzaakt en weinig energie vergt. Dit geldt voor zowel de productie-, constructie-, gebruiks- en sloopfase. Ze zorgen niet voor afvalproblemen en kunnen eenvoudig hergebruikt worden voor andere projecten. Op vlak van duurzaamheid scoort metselwerk ook nog steeds zeer goed. In de European Architectural Barometer, een internationaal onderzoek onder 1.600 Europese architecten, bleek in 2013 nog dat in de meeste landen baksteen als meest duurzame materiaal werd aangeduid. Enkel in Engeland en Frankrijk kwam hout op de eerste plaats, gevolgd door baksteen. De laatste jaren is er echter enkel vooruitgang geboekt op het vlak van bouwen in hout. Beton en gevelpanelen uit composiet op High Pressure Laminate werden als minst duurzame materialen gezien. Hout verbruikt ook het minste energie om te verwerken en te vervoeren. Op onderstaande figuur wordt gekeken naar de CO2-uitstoot bij de productie van verschillende materialen waaronder ook hout (framing lumber en MDF). Hierop is te zien dat hout zo goed als CO2-neutraal is doordat er niet enkel zeer weinig koolstofdioxide wordt gerbuikt voor de productie, maar ook door de opslag van koolstofdioxide in het materiaal.

Page 44: Innovatieve prefabwoningen als woontypologie: inpassing en ......Innovatieve prefabwoningen als woontypologie: inpassing en meerwaarde in de Vlaamse wooncultuur. Buysschaert Birger

44

Figuur 31: CO2-verbruik bij bouwmaterialen

Grotere verschillen met bakstenen constructies zijn er in andere eigenschappen van de materialen te

vinden. Hout is een uitstekende isolator met een lage thermische geleidbaarheid dankzij de poreuse eigenschappen en de aanwezigheid van holle vezels. Het houten oppervlak koelt traag af en warmt traag op waardoor er weinig verschil is in temperatuur met de omgeving . Er moet bijgevolg minder verwarmd worden en dit vormt een groot verschil op de energierekening. Als bewijs kan gekeken worden naar de lambda-waarde die de warmtegeleidbaarheid van materialen aangeeft. Hoe lager de lambda-waarde, hoe beter het materiaal isoleert. Bij hout varieert deze waarde tussen de 0,07 en 0,3 W/mK, de kruiselings verlijmde massieve platen uit vuren laten een waarde noteren van 0,13 W/mK. Daarmee is dit één van de betere houtconstructies op vlak van isolatie. Ter vergelijking met andere bouwmaterialen: baksteen heeft een lambda-waarde tussen de 0,22 en 0,81 W/mK, beton en kalksteen respectievelijk 1,4 en 1,7 W/mK en metalen gaan richting de 100 W/mK en meer. Cellenbeton is dan weer een goed isolerend materiaal, vergelijkbaar met de waarden van hout. Deze waarden zijn af te lezen in onderstaande tabellen afkomstig van Lambda, erkend bureau als EPB-verslaggever door het Vlaams Energieagentschap.

Figuur 32: Lambda-waarden bouwmaterialen hout en stenen

Page 45: Innovatieve prefabwoningen als woontypologie: inpassing en ......Innovatieve prefabwoningen als woontypologie: inpassing en meerwaarde in de Vlaamse wooncultuur. Buysschaert Birger

45

Figuur 33: Lambda-waarde massief houten panelen (vuren)

Het verschil in thermische kwaliteiten tussen de verschillende bouwmaterialen zijn aangetoond, maar

daarnaast is ook de keuze van isolatiemateriaal zeer belangrijk. Samen met de constructie-elementen bepaalt dit hoe goed isolerend de woning is. In onderstaande tabel zijn alle isolatievormen met bijhorende isolatiewaarde te zien. Deze variëren van 0,007 tot 0,056 W/mK, waarvan de meeste tussen de 0,02 en en 0,045 liggen. In de M.A.DI.-woningen maakt Area Legno voor de wanden en voor de daken/vloer gebruik van respectievelijk rotswol en PUR-platen. De poyurethaan isolatie scoort zeer goed, de rotswol eerder gemiddeld. Samen met de goede isolerende eigenschappen van de houten constructie hebben deze woningen in het algemeen zeer goede thermische kwaliteiten en draagt dit zeker bij aan het milieu.

Figuur 34: Lambda-waarden isolatiematerialen

Dankzij de goede werkomstandigheden in het fabriek en bij een goede uitvoering op de bouwplaats

sluiten de CLT-panelen zeer goed op elkaar aan en treden er zeer moeilijk koudebruggen op. Met hout bouwen zorgt dan ook voor de beste luchtdichtheid. Hout wordt ook gezien als een materiaal dat zorgt voor een uitstekend binnenhuisklimaat. Studies tonen aan dat het natuurlijk absorptievermogen van hout garant staat voor een stabiele luchtvochtigheid wat zorgt voor een beter leefcomfort. Hout voelt ook warm aan in tegenstelling tot bijvoorbeeld bakstenen.

Daarnaast zijn er nog een paar andere voordelen van een dergelijke houten constructie die de woning

duurzamer maken. Ondanks het lichte karakter is hout een zeer sterk materiaal dat niet hoeft onder te doen voor steen. Een levensduur van enkele honderden jaren is niet ongewoon en die kan uitgebreid verlengd worden door de juiste behandelingen. Ook zijn ze goed bestand tegen trillingen en vervormingen waardoor ze bij seismische gevallen veel minder kans hebben op instorten dan traditionele metselwerken of constructies in beton. Voor de veiligheid van bouwwerken in hout dienen de materialen te voldoen aan een CE-kwaliteitsmarkering. Volgens de regelgeving wordt structuurhout verdeeld in sorteerklassen en sterkteklassen afhankelijk van prestaties als buigweerstand, druksterkte en elasticiteit. Vuren is een

Page 46: Innovatieve prefabwoningen als woontypologie: inpassing en ......Innovatieve prefabwoningen als woontypologie: inpassing en meerwaarde in de Vlaamse wooncultuur. Buysschaert Birger

46

houtsoort met goede eigenschappen voor constructieve doeleinden en dankzij de verlijming tot massiefe CLT-platen worden ze nog sterker. Hout heeft in het algemeen ook goede brandeigenschappen in tegenstelling tot het stereotiepe idee van de goede brandbaarheid van hout. Als hout verbrandt, vormt het en houtskoollaag aan de buitenkant waarmee het zichzelf beschermt en de verbranding vertraagt. Concreter gezien is de diktevermindering van hout gemiddeld gezien 0,7 mm per minuut voor gelijmd gelamelleerd naaldhout. Omgerekend zou dit 42 mm per uur zijn. Anders bekeken, kan gezegd worden dat het met een vijflaags CLT-paneel mogelijk is om de brandwerendheidsklasse REI60 te behalen. Dit betekent dat een bouwcomponent voor een tijsduur van 60 minuten het vuur en de rook kan tegenhouden en belemmeren naar aan andere ruimte over te slaan.

Een nadeel van houten constructies is dan weer de uitzetting of krimp bij verandering in vochtigheid.

Bij CLT wordt dit sterk beperkt dankzij de kruiselingse verlijmingstechniek van het kruislaaghout. Een ander aandachtspunt bij gelamelleerd hout is het gebruik van formaldehydelijmen met fomol en de daaruit komende vorming van formaldehydegas dat schadelijk kan zijn voor de gezondheid. Voor dergelijke lijmen geldt de laatste jaren een sterke Europese normering, maar bij dit concept is dit zelfs niet van toepassing. De lamellen van de CLT-panelen worden aan elkaar verlijmd met Polyurethaanlijm. Houtplaten met PU-lijm behoren tot een betere klasse en kunnen enkel potentieel schadelijk zijn voor allergieën of bij eventuele hypergevoeligheid.

Respectvolle verbinding met de omgeving Naast de duurzaamheid van de materialen wordt er nog op andere manieren rekening gehouden met

een zo laag mogelijke impact op het milieu. Het verplaatsbare karakter van het woontype zorgt ervoor dat de woningen vlot terug afgebroken kunnen worden zonder dat de grond schade of vervuiling ondervindt. Er is geen uitvoerig afbraakproces zoals bij traditionele gebouwen uit stenen of beton. Er zijn regelgevingen die ervoor zorgen dat de sloop en ontmanteling zo weinig mogelijk bouwafval opleveren door het sorteren en hergebruiken van bepaalde materialen. Zo kunnen materialen zoveel mogelijk worden gescheiden en gemakkelijk gebuikt worden voor de opbouw van nieuwe bouwmaterialen. Op die manier is de verwerking gemakkelijker en beter voor het milieu en ontstaat een goede materialenkringloop. Maar door het veelvuldig gebruik van composietmaterialen, spuitisolatie en verlijmde materialen in de laatste decennia, wordt dit selectief slopen en verwerken van het bouwafval moeilijker. In Vlaanderen wordt jaarlijks 5 miljoen ton bouwpuin geproduceerd, goed voor de oppervlakte van 10 voetbalvelden en 30 meter in de hoogte. 87% van het bouwafval in België zou wel worden hergebruikt en daarmee is België één van de betere landen, samen met Nederland en Denemarken. Maar toch moet het nog beter, en daarbij kunnen verplaatsbare prefabwoningen zoals M.A.DI.-woningen van nut zijn. Hierbij

vervalt ook het volledige recyclageproces waardoor er geen energie nodig is in de recyclage van de materialen.

Naast de bouwmaterialen bovengronds zijn er ook de funderingen die verwijderd moeten worden. Bepaalde funderingen zijn moeilijk of zelfs niet te verwijderen in vergelijking met andere funderingstypes. Stalen funderingspalen zijn veelal goed te verwijderen en hergebruiken, maar het slopen van bijvoorbeeld een betonnen fundering vergt vaak veel energie. In ‘figuur 35: tabel met duuzaamheidsaspecten van funderingssystemen’ staan de verschillende hedendaags toegepaste

Figuur 35: tabel duurzaamheidsaspecten funderingssystemen (Bron: abt)

Page 47: Innovatieve prefabwoningen als woontypologie: inpassing en ......Innovatieve prefabwoningen als woontypologie: inpassing en meerwaarde in de Vlaamse wooncultuur. Buysschaert Birger

47

paalfunderingen met een bijhorende evaluatie op vlak van onder meer de verwijderbaarheid en de mogelijkheden tot hergebruik. Vele van deze paaltypes zijn wel te verwerken tot secundaire bouwstof of granulaat maar enkel de stalen buispaal is volledig te hergebruiken of recycleerbaar. Tenzij deze met beton zou worden gevuld. Stalen buispalen zijn dan ook vrij vlot verwijderbaar, terwijl heel wat types niet of moeilijk te verwijderen zijn. Al worden deze ook veel minder vaak gebruikt. Een vergrote paalvoet of gedeeltelijke wapening over de lengte van de paal kunnen het verwijderen ook moeilijker maken. Bij het uit de grond halen wordt de grond ook niet in alle gevallen hersteld of neemt het volledige herstel van de bodem enige tijd in beslag.

De prefabwoningen van Area Legno zijn zoals eerder vermeld opgericht op milieuvriendelijke en herbruikbare fundering die geen impact heeft op de grond. Dankzij de beperking in gewicht en grootte van de constructie zijn deze stalen funderingsschroeven ook korter en minder dik dan gemiddeld. Dit wil zeggen: minder materiaal en een kleinere CO2-uitstoot voor de productie. De typische schroefpalen zijn zeer makkelijk opnieuw te verwijderen en rechtstreeks opnieuw te gebruiken. Ze dienen niet te worden gerecycleerd of verwerkt tot granulaat.

Compact wonen Een andere logische reden die zorgt voor een beter energieniveau en lagere belasting van het milieu

is het feit dat de woningen compact zijn. Het voordeel van klein wonen is dat het een kleinere ecologische voetafdruk met zich meebrengt. Ze verbruiken minder energie en kunnen met behulp van autonome systemen zo goed als zelfvoorzienend zijn. Compacter wonen zorgt op grotere schaal ook voor denser wonen in bepaalde gebieden en ook dit is beter voor het milieu. Zo wordt er minder ruimte ingenomen dan bij de klassieke vrijstaande woningen. Hoogbouw blijft dan wel nog veel denser en dichtbevolkter, maar dat heeft ook zo zijn nadelen. Kleine ecologische woningtypes zoals de M.A.DI.-woningen zijn daar mogelijks een tussenoplossing in: denser en compacter wonen, en toch met het nodige comfort en buitenruime in dichte relatie met de natuur.

Algemene energieprestatie Woningen hebben een bepaald jaarlijks energieverbruik dat meestal wordt uitgedrukt in kilowattuur

per vierkante meter per jaar. Volgens deze energieprestaties worden ze in verschillende landen onderverdeeld in klassen en krijgen ze een europees energielabel gaande van A tot en met G (of soms F). Een gebouw in energieklasse G verbruikt zeer veel energie en een woning in de groene klasse A is zeer energiezuinig. Er bestaan ook al labels A+ en A++ voor zeer energiezuinige gebouwen zoals passieve woningen en BEN-woningen. De grenswaarden van deze klassen verschillen van land tot land afhankelijk van de regelgeving en eisen op vlak van energieprestatie, maar komen wel in grote lijnen overeen. Ook zijn er vaak verschillende onderverdelingen van de energieklassen. De energiezuinigheid van woningen in dezelfde klassen zijn niet in alle landen vergelijkbaar. In Vlaanderen wordt het EPC certificaat tegen 2019 ook omgevormd naar een EPC+ met uitgebreidere informatie en krijgen woningen ook een energielabel. Vanaf 1 januari 2018 is er al de woningpas. Het huidige EPC certificaat bevat een balk van groen tot rood met aanduiding van hoe ecologisch het verbruik is. Op onderstaande figuur is en voorbeeld te zien van de verschillende klassen voor woningen in italië. Vroeger onderscheidden we de klassen A+ tot G, nu is er op het EPC certificaat een verdere onderverdeling in de klasse A met nummers.

Page 48: Innovatieve prefabwoningen als woontypologie: inpassing en ......Innovatieve prefabwoningen als woontypologie: inpassing en meerwaarde in de Vlaamse wooncultuur. Buysschaert Birger

48

Figuur 36: Energieprestatie woningen Italië voor en na 2015 (Bron: Riqualificazioneenergetica)

Volgens de producent voldoen de M.A.DI.-woningen standaard aan energielabel B, maar op vraag

kunnen deze zeker de klasse A tot A++ halen. Met de nodige extras, nog energiezuinigere installaties of apparaten zouden de beste klassen dus haalbaar moeten zijn. Dit is nog uitgedrukt met de onderverdeling A+ en A++ in plaats van het nieuwe systeem om gemakkelijker Europees te kunnen situeren. Met het gerbuik van zonnepanelen en warmtecollectoren zou de woning zelfs volledig energiezelfstandig kunnen zijn. De waarden voor het energieverbruik van woningen in kilowattuur zijn onmogelijk vergelijkbaar met het E-peil van de EPB dat wordt gebruikt voor nieuwbouwwoningen. Wel zijn ze een goede vergelijking met de Vlaamse doelstelingen omtrent de nieuwe EPC+ in de woningpas. Beter dan enkel naar het label te kijken, want deze zijn voor elk land verschillend. In Italië is de schaal veel kleiner omdat de woningen over het algemeen veel energiezuiniger zijn dan in Vlaanderen. Klasse A in Vlaanderen komt hier ongeveer overaan met klasse C à D.

7.4. VERPLAATSBAARHEID EN AANPASBAARHEID

Als laatste grote voordeel van dit concept wordt de verplaatsbaarheid besproken. Dit is een zeer

unieke en innovatieve karaktereigenschap dat momenteel in de bouwwereld nog bijna onbestaande was. Een woning wordt opgericht en na verloop van tijd verkocht om ergens anders te gaan wonen. Dit is dikwijls afhankelijk van het werk, de gezinssituatie, partner of andere privéredenen. Na een nog langere termijn wordt de woning ouder en is de algemene staat zo verslechterd dat deze gerenoveerd of verbouwd moet worden. Dit brengt vaak zeer veel kosten en tijd met zich mee. Wanneer de woning te oud is en de staat te slecht, moet de woning worden gesloopt om uiteindelijk op diezelfde grond andere gebouwen neer te zetten. Opnieuw een zeer tijdrovend en vooral milieuvervuilend proces met zeer veel afvalstoffen. Dit zou verleden tijd kunnen zijn met de verplaatsbare woningen van M.A.DI. Home.

Voorgaand werd uitvoerig besproken hoe deze geprefabriceerde onderdelen in een dag tot een

afgwerkte woning kunnen worden gevormd. Dit geldt net zo goed voor de afbraak, in een zestal uur is de woning door drie personen weer volledig uit elkaar gehaald. Dit biedt veel mogelijkheden voor zowel het plaatsen van tijdelijke gebouwen of het verhuizen van een permanente woonst. Als de eigenaar van een dergelijk huis wil of moet verhuizen vanwege een nieuw baan of privéredenen, is het mogelijk om het huis

Page 49: Innovatieve prefabwoningen als woontypologie: inpassing en ......Innovatieve prefabwoningen als woontypologie: inpassing en meerwaarde in de Vlaamse wooncultuur. Buysschaert Birger

49

mee te nemen naar deze plaats. Dit zou de verhuis zeer vlot kunnen laten verlopen en het is niet nodig om een nieuwe woning aan te kopen. Zo blijft de opgebouwde emotionele band met de eigen woning bestaan. Wat dan wel verkocht en opnieuw aangekocht moet worden is een bouwgrond. Naast de woning zelf, die bestaat uit de ontvouwbare modules, is het ook mogelijk om de schroeffunderingen mee te nemen. Deze funderingen zijn, zoals voorgaand uitgelegd, volledig herbruikbaar en laten geen impact na op de grond. De betonnen basis kan in principe ook opnieuw gebruikt worden, naargelang de grootte en het gewicht om dit te kunnen vervoeren. De termijn voor de verplaatsing van de woning zou bestaan uit: de tijd voor het leegmaken van het huis, een zestal uur voor de afbraak, de transporttijd, een kleine dag voor het opnieuw opzetten van het huis na de plaatsing van de fundering en betonbasis en het opnieuw inrichten van de woning.

Wanneer men niet verhuist, maar de woning wil uitbreiden of verkleinen, kan dit eenvoudig door het

toevoegen of wegnemen van extra modules. De voor- of achtergevel wordt losgemaakt en er wordt een extra module aangehecht of verwijderd, waarna de gevel terug wordt aangebouwd. Voor de uitbreiding geldt opnieuw een termijn voor de voorbereiding en levering afhankelijk van de keuze tussen een standaardtype of een eigen gekozen model. Deze eenvoudige aanpasbaarheid zorgt er net als bij de oorspronkelijke aankoop voor dat een aanbouw veel vlotter en goedkoper verloopt dan een traditionele aanbouw. Op die manier kan men een woning aanschaffen die levenslang gebruikt en bewoond kan worden. De woning wordt uitgebreid wanneer een persoon een gezin sticht en kinderen krijgt en wanneer die het huis uit zijn, kan het opnieuw worden verkleind. Als men wat ouder en minder mobiel wordt, kan het eventueel nog verkleind worden zodat er geen overbodige ruimtes zijn en er minder onderhoudswerk is.

Een andere mogelijkheid biedt dit concept voor de oprichting van tijdelijke gebouwen. Hierbij kan

gedacht worden aan tijdelijke wijken of dorpen voor evenementen of medische eerstehulpverlening na natuurrampen. Hier wordt niet verder op ingegaan.

Alle grootste voordelen van dit innovatieve woonconcept werden hiervoor onderzocht. Maar veelal is er een keerzijde van de medaille, zodus ook hier. Deze worden in de volgende punten aangekaart.

7.4. VERBONDEN AAN VORM EN BEPERKTE RUIMTE

Wat net als één van de grote voordelen op vlak van milieubewuster wonen werd bestempeld, is voor veel mensen dan weer een serieus nadeel. Een groot deel van de bevolking over verschillende landen leeft al generaties lang in een ruime woning op een groot stuk grond. Dit woonidee is ook bij Vlamingen, die nog steeds een baksteen in de maag blijken te hebben, al lange tijd zeer populair. Dit werd ook aangetoond in het eerste deel over de hedendaagse manier van wonen in Vlaanderen en het woononderzoek. Net dat is één van de redenen waarom er nu innovatieve, compacte en ecologische woonconcepten worden bedacht om het milieu opnieuw minder te belasten. De mens zou zich daar naar moeten schikken, maar het is allesbehalve eenvoudig mensen te overtuigen van de nadelige gevolgen van de manier van wonen tot op nu. Het individuele bouw- en woonidee van vele mensen volledig omgooien en iedereen kleiner en gelijker laten wonen is dus de grote uitdaging, ook van dit concept.

De oppervlakte van de standaardmodellen van 27 m² t.e.m. 84 m² zijn aan de lage kant in vergelijking

met de gemiddelde woonoppervlakte van bestaande woningen. De grootste variant van de M.A.DI.- woningen, de ’Triple Family’ ligt in de buurt van de woonoppervlakte van jongeren (tot 34 jaar) of ouderen

Page 50: Innovatieve prefabwoningen als woontypologie: inpassing en ......Innovatieve prefabwoningen als woontypologie: inpassing en meerwaarde in de Vlaamse wooncultuur. Buysschaert Birger

50

(vanaf 65 jaar), maar is net eerder bedoeld als gezinswoning. De eengezinswoning van Vlamingen van middelbare leeftijd is gemiddeld 100 m² groot. Er is ook een duidelijk verschil in de bewoonbare oppervlakte per persoon. Deze ligt voor de ouderen en jongeren dan weer rond de 50 m² per persoon terwijl het concept aantoont dat men met een compacte woning van 27 m² of 46 m² over voldende leefcomfort kan beschikken voor een jong of oud koppel (zonder kinderen)

Daarnaast is men ook verbonden aan het idee van het concept en de daarbij horende typische vorm.

Doordat de woningen bestaan uit geprefabriceerde modules in een vaste vorm is er weinig vrijheid in de keuze of het aanpassen van het model en de afmetingen. De enige mogelijke vorm van uitbreiden of verkleinen is door extra modules toe te voegen in de lengte van de woning. De typische A-vorm zorgt er ook voor dat er niet in de hoogte kan worden gebouwd. Het gebouw blijft dus beperkt tot maximum twee bouwlagen. Op het eerste niveau is de ruimte ook ietwat beperkter vanwege het schuine dak. Naast de vorm is men ook verbonden aan de algemene, natuurlijke look van de woning, al is er veel keuzevrijheid in afwerking.

In het algemeen zijn er dus minder mogelijkheden met de prefabwoningen van M.A.DI. dan met een

nieuwbouw dat men volledig zelf kan laten oprichten. Een woning als ‘projectje’ om in te klussen is hier dan ook niet mogelijk.

7.5. NADELEN PREFAB BOUWPROCES

Dat er veel voordelen zijn van prefab bouwen is bij de voordelen uiteengezet, maar ook hier is er een keerzijde. Bij het prefab bouwproces worden grote bouwcomponenten tot op de werf gebracht en daar vlot in elkaar gezet. Een probleem doet zich echter voor wanneer de ligging van de werf niet optimaal en dus moeilijk bereikbaar is. Voor de constructie van de M.A.DI.-woningen moet de vrachtwagen met de laadkraan tot vlak naast of zelfs op het perceel kunnen en dit is niet altijd mogelijk. Wanneer de woning of het stuk bouwgrond in het algemeen niet voldoende bereikbaar is, kan het mogelijk zijn dat de laadarm niet ver genoeg rijkt. De modules kunnen ook niet enkel door de bouwvakkers van de vrachtwagen geladen en verplaatst worden.

Een ander belangrijk minpunt aan bouwen in prefab is het feit dat er eens de werken zijn begonnen, nog weinig aanpassingsmogelijkheden zijn. Veel elementen zijn al op voorhand gemaakt en ook op de werf verloopt alles volgens een voorbereide procedure. Zeker bij M.ADI.-woningen , waarbij de opbouw op de werf slechts een dag in beslag neemt, is dit haast onmogelijk. Bovendien heb je ook mensen die graag zelf de bouw van hun woning (deels) voor hun rekening nemen .

Page 51: Innovatieve prefabwoningen als woontypologie: inpassing en ......Innovatieve prefabwoningen als woontypologie: inpassing en meerwaarde in de Vlaamse wooncultuur. Buysschaert Birger

51

C DEEL MODULAIR EN COMPACT BOUWEN EN WONEN.

INLEIDING

In dit deel wordt er een vergelijkende blik geworpen op soortgelijke, hedendaagse en innovatieve

woonconcepten aan de hand van concrete voorbeelden. Niet enkel gelijkaardige modulaire woontypes, maar ook andere lowbudget of compacte woningen en tiny houses zijn interessant. Op die manier worden alle aspecten van het woonconcept vergeleken en onderzocht. Welke voordelen brengen die met zich mee en hoe hebben ze zich op de vastgoedmarkt geprofileerd?

Page 52: Innovatieve prefabwoningen als woontypologie: inpassing en ......Innovatieve prefabwoningen als woontypologie: inpassing en meerwaarde in de Vlaamse wooncultuur. Buysschaert Birger

52

8.1. TINY HOUSES IN NL, BELGIË EN DE VS

Tiny House Movement M.A.DI. Home is een compacte vorm van wonen en op hun website wordt de term tiny houses ook

gehanteerd. Een éénduidige definitie of duidelijke regels zijn er niet betreffende tiny houses, maar algemeen wordt vaak de maximumoppervlakte van 46 m² gebruikt. Al beweren sommigen dat een woning slechts tot dit type behoort als de oppervlakte kleiner is dan 28 m². De kleinste standaardvarianten van de M.A.DI.-woningen hebben een grootte van 27 m² en 46 m² en kunnen als tiny house geklasseerd worden, al hebben ze ook modellen die groter zijn en meer als normale woning worden gezien. Er zijn zeker verschillen daar deze tiny houses vaak een onafhankelijk en mobiel karakter hebben. Bij M.A.DI.-woningen is dit niet altijd het geval en vergelijken op vlak van regelgeving is daarom minder relevant. Al zijn concrete regelgevingen omtrent tiny houses er op de meeste plaatsen nog niet (zoals in Europa). Daar verder op ingaan en vergelijken heeft bijgevolg weinig zin. In Amerika worden alle woningen onder 46 m² als tiny houses beschouwd, maar in Nederland gaat het dan weer vaker iets meer over het ‘woonwagenkarakter’. Het is wel een uitstekende manier om te bekijken of mensen effectief kunnen en willen duurzamer leven met minder ruimte en of deze levenswijze een toekomst heeft, ook in Vlaanderen.

Tiny Houses is ontstaan uit een Amerikaanse trend vanaf de economische crisis in de huizenmarkt in

2008. Vele mensen begonnen hun eigen, kleine huisjes te bouwen die in eerste instantie op een trailer werden gebouwd. Dit om onder de regelgeving van woonwagens te vallen en de wetgevingen op vlak van de minimumgrootte van woningen te omzeilen. Dit werd gedaan door de behoefte om niet enkel goedkoper, maar ook flexibeler en onafhankelijk te gaan wonen. En zo groeide de ‘Tiny Houses Movement’. In de Verenigde Staten is het ondertussen al een vrij populair woonidee. Een dergelijke woning werd al aangekocht door een 10.000 tal Amerikanen en er zijn ondertussen bouwteams in alle staten die deze woningen ontwerpt. Er is dus zeker een doelpubliek voor het kleiner wonen. Sommige van deze huisjes beginnen zelfs al vanaf 15 m², wat bewijst dat het zeker niet onmogelijk is om te leven in bijvoorbeeld een M.A.DI.-woning van 27 m².

Nu is deze kleine woonvorm niet enkel in trek om financiële redenen, maar ook vanwege het duurzame

aspect en de bewustere levenswijze. Ook in Europa begon het concept de laatste jaren te groeien en dit is vooral te zien bij de noorderburen. Daar zijn de laatste jaren ook enkele ontwerpers van tiny houses te zien en werden al zo’n woningen gerealiseerd. Maar om het dan toch kort over de regelgeving te hebben: er zijn om te beginnen regels omtrent de minimale oppervlakte van woningen en de afzonderlijke kamers en daarnaast heeft elke gemeente afzonderlijk nog eens andere bouwreglementen. Zonder concrete wetten voor de zogenaamde Tiny Houses is het vaak niet mogelijk om deze kleine huisjes neer te zetten op bepaalde plaatsen. Maar dat betekent niet dat het onmogelijk is. In enkele gemeenten worden kleine, en vaak tijdelijke wijken voorzien voor de oprichting van tiny houses en op andere plaatsen worden ‘tiny house straatjes’ gebouwd. Een concreet voorbeeld bevindt zich in de gemeente Leeuwarden in het uiterste Noorden van Nederland: Tiny Houses Techum.

8 . S O O RT GEL IJKE INN O VAT IE VE W O O N TY PES

Page 53: Innovatieve prefabwoningen als woontypologie: inpassing en ......Innovatieve prefabwoningen als woontypologie: inpassing en meerwaarde in de Vlaamse wooncultuur. Buysschaert Birger

53

Tiny Houses Techum

Dit project maakt de realisatie van 10 totaal verschillende Tiny Houses mogelijk op een autovrij gebied, waarvan de kavels begin april 2018 werden verloot tussen geïnteresseerden. De verloting gebeurde op basis van de ontwerpen die belanghebbenden moesten indienen voor 15 januari. Binnenkort worden deze kleine woningen opgericht en ontstaat er op die manier een diverse, maar zeer duurzame gemeenschapswijk. De verschillende woningen moeten uiteraard wel aan enkele regels voldoen. Dit is onder andere een maximale oppervlakte van 40 m² waarop gebouwd mag worden met een maximum hoogte van 6 meter en inhoud van 150 m³. De gevel moet voor meer dan 70% uit glas en hout bestaan en er moet gekozen worden uit een kleurenpallet voor de look van het gebouw. Deze woningen zullen ook voldoen aan de minimale eisen van het bouwbesluit op vlak van afmetingen van alle kamers en thermische kwaliteiten van de buitenwanden.

Figuur 38: Woningontwerpen Tiny Houses Techum (Bron van afbeeldingen: tinyhousestechum.nl)

Naast dit project tonen nog enkele andere projecten aan dat er zeker vraag is naar dergelijke woningen en dat deze ook ingewerkt kunnen worden in de omgeving. Het grote verschil echter tussen Nederland en Vlaanderen is de geschiedenis van de ruimte-inname en het ruimtegebruik. In dit project is te zien dat er in Nederland nog de mogelijkheid is om vrij open te bouwen en te verkavelen omdat er veel minder sprake is van een tekort aan open ruimte en natuurgebied. In Vlaanderen daarentegen is de bebouwing enorm verspreid over het volledige platteland waardoor de wetgeving zeer strenge eisen stelt op vlak van ruimtegebruik. Maar deze vorm van verkavelingen is zeker ook mogelijk met M.A.DI.-woningen, weliswaar rekening houdende met een iets beter en compacter gebuik van de gemeenschappelijke ruimtes.

Puur op basis van vorm en opbouw van modulaire woningen is het Wikkelhouse, ontworpen door een

Amsterdams bedrijf, de beste vergelijking. Dit bestaat ook uit modules die naast elkaar worden bevestigd op een onderliggende rail. De segmenten van slechts 1,2 meter diep kunnen eenvoudig worden bijgevoegd en weggehaald om extra of net minder ruimte aan de woning te geven. Dit is zo mogelijk nog flexibeler dan de M.A.DI.-woningen en toont aan dat er een toekomst kan zitten in een levenslange woning die vlot aan de veranderende behoefte van grootte is aan te passen. Dit concept is op figuur 43 rechts te zien in het volgende deel.

Figuur 37: Planinrichting Tiny Houses Techum

Page 54: Innovatieve prefabwoningen als woontypologie: inpassing en ......Innovatieve prefabwoningen als woontypologie: inpassing en meerwaarde in de Vlaamse wooncultuur. Buysschaert Birger

54

Doorbraak naar België?

In tegenstelling tot in Nederland of Amerika zijn tiny houses in Vlaanderen nog veel minder populair en worden deze al zeker niet door de overheid gestimuleerd. Al zijn er wel ondernemingen die zich met de bouw van dergelijke woningen bezighouden. Zo is er het bedrijf ‘Tiny Houses Belgium’, opgericht in 2016. Het team van drie personen bouwt compacte en zeer duurzame huisjes op maat met een prijs tussen de 20.000 à 55.000 euro inclusief BTW. De prijs hangt af of het gaat om een volledig afgewerkt huis of om een woning die door de klant zelf gebouwd kan worden onder begeleiding van het team. Er is ook de gulden middenweg waarbij de klant enkel nog de binnenafwerking voor zijn rekening neemt. De meeste modellen die worden gebouwd, hebben een oppervlakte van minder dan 30 m². Verder bieden ze trailers aan rond de prijs van 3.000 à 4.000 euro afhankelijk van de grootte en toegelaten massa. Sommige modellen worden op een trailer gebouwd, maar andere worden dan weer voorzien om op de begane grond te plaatsen. Ze kunnen volledig off-grid gebouwd worden, dat wil zeggen dat er geen aansluiting is op het elektriciteitsnet. Deze woningen zijn dan ook deels zelfvoorzienend a.d.h.v. het opwekken van eigen energie met zonnepanelen, het gebruik van een luchtwarmtepomp, een systeem voor wateropvang en filtratie en een chemische of composttoilet. De afvoer van de wasbak of douche gebeurt dan weer met een tank onder het tiny house. Ze kunnen ook aangesloten worden aan het net via een verlengkabel en een tuinslang voor water. Op vlak van isolatie liggen deze woningen dicht bij de bouwnormen al zijn er hier momenteel geen eisen voor. Het grote probleem in Vlaanderen is de afwezigheid van concrete wetten omtrent tiny houses. Deze woonvorm wordt wettelijk niet als een woning gezien, maar valt onder de categorie van woonwagens en caravans. Voorlopig is het dan ook niet mogelijk om een bouwgrond te kopen om daar een tiny house op te zetten en installatie in een bos of weide is ook niet toegestaan. Daarom worden de realisaties van Tiny Houses Belgium voorlopig enkel neergezet in de tuin van familie of vrienden. Ook hiervoor zijn echter regels die verschillend kunnen zijn bij elke gemeente, dus navraag doen is zeer belangrijk. Daardoor staat dit concept nog steeds in de kinderschoenen.

Figuur 39: Voorbeeld van een tiny house op trailer in een tuin (Bron: Tiny Houses Belgium)

Kleiner of compacter wonen kan ook nog andere, kleinere voordelen bieden die niet bij de voor- en nadelen van M.A.DI.-woningen zijn besproken. Deze zijn nog toepasselijker op de echte kleine woningen zoals tiny houses. Er zijn zaken waar men zich bewust kan van maken en die ook een invloed kunnen hebben op de gezondheid en het milieu. De beperkte nood aan onderhoud van de woning die zorgt voor besparing van tijd die kan besteed worden aan andere zaken zoals sport of andere hobby’s of meer samenzijn. Er is ook beperkte opslagruimte, wat kan aanzetten tot een bewustere kijk op consumeren. Deze manier van wonen spoort ook meer aan tot gemeenschapsleven volgens het Tiny Houses Belgium team.

Page 55: Innovatieve prefabwoningen als woontypologie: inpassing en ......Innovatieve prefabwoningen als woontypologie: inpassing en meerwaarde in de Vlaamse wooncultuur. Buysschaert Birger

55

Het M.A.DI-concept is niet altijd volledig te vergelijken met de oorspronkelijke tiny houses, maar Nederland is wel een goed voorbeeld van wat mogelijk is met een dergelijk compact en duurzaam woningtype. Zo zouden er in Vlaanderen ook kleine ecologische wijken, verkavelingen of straten met gemeenschapsruimte gevormd kunnen worden met deze woningen. Na analyse van de startende onderneming in België valt wel op dat er nog zeer weinig mogelijkheden zijn met de tiny houses. Dit komt doordat ze niet als woningen worden gezien en er bijgevolg gebrek is aan toegepaste wetten. Al lijkt daar verandering in te komen met de eerder omschreven experimenten met nieuwe woonvormen sinds dit jaar. Het grote verschil met de M.A.DI.-woningen is dat deze een minder mobiel en ‘tiny’ karakter hebben en bijgevolg wellicht wel als woning gezien zullen worden. Ze hebben namelijk minder het uitzicht van een woonwagen, zijn meestal groter en vaak wel verbonden aan de grond. Ook in België is er alleszins wel enige interesse voor deze levenswijze en is de doorbraak niet uitgesloten.

8.2. THE NE[S]T LIVING

Een vergelijkbaar Italiaans woonconcept op vlak van duurzaamheid en ecologische levenswijze in relatie met de natuur is het ‘Ne[s]t Living’ van architect Paolo Scoglio. Dit kan een handige vergelijking zijn om te zien of er de wil is bij de bevolking om de denkwijze en het idee van het wonen te veranderen. Dit is dan ook de visie van de ontwerper van dit innovatieve concept. De toekomst van het wonen is het erkennen van de behoefte aan natuur voor menselijke activiteit, door mensen een tijd te laten bezinken op een natuurlijke plaats en deze ongewijzigd te laten (Scoglio, 2018). Wat deze woningen ook zo vergelijkbaar maken met de M.A.DI.-woningen is dat ze ook eenvoudig aanpasbaar zijn aan de behoeftenevolutie van de mens. Ze zijn eenvoudig te installeren en af te breken, zonder enige schade aan de omgeving. Ze maken ook vooral gebruik van natuurlijk afgeleide materialen, zoals hout of stenen en worden aangedreven door hernieuwbare energie. Op vlak van duurzaamheid is dit dus een zeer goed voorbeeld. Een enorm verschil is dan weer het vrijere karakter van deze woningen met zijn diverse designs, groottes en mogelijkheden. Ook is het doel niet enkel woningen, maar ook tal van andere functionele gebouwen. In Vlaanderen zou dit weinig meerwaarde betekenen op vlak van ruimtelijk beleid gezien de ruimte-inname en het idee van leven in de natuurlijke omgeving. Al won de Italiaanse architect wel de SmartCity Award 2017. Wel tonen de talrijke opgerichte projecten zoals treehouses, tiny living units, container houses of andere prefab houses aan dat compact en duurzaam wonen meer dan ooit aan belang wint bij de bevolking.

8.3. POP-UP WONINGEN

Een ander woningtype dat veel meer aansluit bij de M.A.DI.-woningen zijn de Pup-Up woningen. Meer gezegd, M.A.DI.-woningen kunnen zelfs onder de term Pop-Up woning gebracht worden, want de algemene betekenis hiervan is een duurzaam, goedkoop en snel te bouwen huis. Met slimme en duurzame materialen kunnen deze woningen in enkele dagen worden neergezet en daarnaast zijn ze nog eens zeer goedkoop. Dit is reeds populair in meerdere landen binnen en buiten Europa. De oorsprong van het concept ligt in Frankrijk, waar een bedrijf genaamd PopUp Houses als eerste deze passieve woningen vlot en goedkoop kan neerzetten. In 2012 bedacht oprichter Corentin Thiercelin het idee van een woning waarbij de isolatie reeds verwerkt zit in de houtskeletwand aan de hand van blokken uit planken, polystyreenisolatie en verbindingsschroeven. De woningen zijn goedkoper dan de traditionele bouwstijl maar de prijs per vierkante meter ligt hoger dan bij het M.A.DI. Home concept. Op vlak van bouwsnelheid en duurzaamheid zijn deze woningen vergelijkbaar, maar in dit geval wordt niet ingespeeld op het verplaatsbare karakter en al zeker niet op de compactheid van wonen. Dit bedrijf heeft standaardmodellen in het assortiment van zowel 95 m² als 224 m². Het tiny house concept is hier dus duidelijk niet in te zien, wat bij M.A.DI. wel meer het geval is.

Page 56: Innovatieve prefabwoningen als woontypologie: inpassing en ......Innovatieve prefabwoningen als woontypologie: inpassing en meerwaarde in de Vlaamse wooncultuur. Buysschaert Birger

56

Figuur 40: PopUp House Frankrijk (Bron: Popup-house.com) Figuur 41: MicroHouse (WikiHouse.cc)

Al is dit soms wel het geval bij PopUp Houses. Zo is er het Wikihouse van de Engelse architect Alastair

Parvin dat een sleutelrol speelt in deze trend. Op deze website kunnen ontwerpen worden uitgewisseld en gedownload. Zo is er onder andere het Microhouse, een zeer duurzaam en compacte woning dat eenvoudig en snel te monteren is en rond de € 42.000 à € 51.000 ligt.

In China is er dan weer een andere variant, de Plug-in House genaamd van People’s Architecture

Office. Ook hier is de compactheid belangrijk en bestaat de woning ook grotendeels uit prefabonderdelen, waardoor het in één dag gebouwd kan worden. Met één stuk gereedschap dan nog, de inbussleutel. Het eerste exemplaar werd in 2016 opgericht in een stadje in de buurt van Bejing. De slechte betaalbaarheid van woningen in Beijing lag aan de basis voor de oprichting van deze woning voor eigenares Mrs. Fan. De prijs van het huisje, met een 11.000 euro aan materiaal, zou maar liefst dertig keer lager liggen dan dat van een standaard appartement op diezelfde locatie, Daarnaast evenaart of overstijgt de levensstandaard en energie efficiëntie dat van een nieuw appartementsgebouw. De woning heeft een oppervlakte van slechts 28 m² en is gebouwd op een klein stuk grond tussen andere gebouwen. Maar het heeft wel alle nodige comfort en telt twee kleine slaapkamers. De buurt heeft geen riolering, dus een off-grid composttoilet wordt gebruikt. Door het architecturaal ontwerp is er echter voldoende lichtinval en wordt het lichtinval van de buren niet afgenomen. Geprefabriceerde plugin panelen met isolatie ingewerkt, die oorspronkelijk voor binnenshuisrenovaties zijn gemaakt, maken het huis zo goedkoop. Het nieuwe systeem is waterbestendig en kan ook buiten gebruikt worden. Deze maken het ook gemakkelijk om snelle werken en aanpassingen uit te voeren aan de woning. Deze Plug-in huisjes tonen aan dat klein en toch comfortabel wonen in de stad zeker mogelijk is en dat op die manier gebouwd kan worden binnen de kleine bestaande bebouwde ruimtes.

Figuur 42: Plug-In House exterieur en interieur China (Bron: People's Architecture Office)

Page 57: Innovatieve prefabwoningen als woontypologie: inpassing en ......Innovatieve prefabwoningen als woontypologie: inpassing en meerwaarde in de Vlaamse wooncultuur. Buysschaert Birger

57

D

DEEL MEERWAARDE IN WOON-TOEKOMST VLAANDEREN EN MOGELIJKE INPASSING.

INLEIDING

In deel A werd de wooncultuur in Vlaanderen onderzocht, gevolgd door een analyse van het M.A.DI. concept in deel B. Daarnaast werd in het derde deel ook onderzoek gedaan naar enkele voorbeelden van vergelijkbare concepten. De informatie en resultaten die uit deze onderzoeken voortkomen, worden samengelegd en vormen de nodige basis voor de formulering van de mogelijke meerwaarde en inpassing van dit woontype in Vlaanderen.

Page 58: Innovatieve prefabwoningen als woontypologie: inpassing en ......Innovatieve prefabwoningen als woontypologie: inpassing en meerwaarde in de Vlaamse wooncultuur. Buysschaert Birger

58

Alvorens concreet te gaan denken en kijken waar en op welke manier dit woningtype ingepast kan worden in Vlaanderen, is het van belang te polsen naar de mogelijkheid hiervan. Voldoen deze woningen aan de hedendaagse Vlaamse normen en reglementeringen omtrent bouwen en wonen? Daarnaast moeten ze uiteraard met het oog op de toekomst passen binnen het beleid op meerdere domeinen. Tenslotte is ook het subjectieve niet onbelangrijk. Is het woonidee van de Vlaming ruim en innovatief genoeg om anders te gaan wonen? Hier worden naast een toetsing ook de redenen en de daaruitvolgende meerwaarden voor Vlaanderen weergegeven.

9.1. TOETSING AAN HET DE HUIDIGE REGELGEVINGEN

Om te beginnen dient er een toetsing te gebeuren aan de huidige normen en regels van het wonen en bouwen. In het eerste deel van dit werk werd onderzoek uitgevoerd naar de huidige woonsituatie, waarbij enkele normen werden besproken. De Vlaamse Wooncode, dat zowat de grondwet is voor het Vlaamse woonbeleid, legt deze normen op. Een belangrijk aandeel zijn de kwaliteitseisen waar woningen aan moeten voldoen. Een belangrijk punt tevens in het beleid voor de toekomst. Er zijn onder andere eisen op vlak van veiligheid, stabiliteit en gezondheid. In deel B werden de algemene voordelen van M.A.DI.-woningen al toegelicht, waaronder het milieuaspect. Uit die analyse is gebleken dat deze nieuwe woningen dankzij de materiaalkeuzes zeer stevig en veilig zijn en ook een zeer gezond binnenklimaat hebben. Er leidt geen twijfel dat deze woningen voldoen aan de minimale normen van de Vlaamse Wooncode. Een ander belangrijk punt binnen de kwaliteitsnormering van woningen is de woningbezetting. Er worden minimumeisen gesteld aan de minimumgrootte van de woning en het minimaal aantal woonruimtes, afhankelijk van het aantal inwoners. In de tabellen van figuur 10 konden deze cijfers geraadpleegd worden. Gezien de compactheid van de M.A.DI.-woningen kan dit wel een probleem vormen. In een woning met een nettovloeroppervlakte van 27 m², zoals het kleinste model, zijn er nog net maximum 2 inwoners toegelaten. Het model bestaande uit twee modules heeft een oppervlakte van 46 m², wat goed is voor 3 personen. Deze twee-slaapkamerwoning zou letterlijk genomen niet met een gezin van 2 ouders en 2 kinderen bewoond mogen worden. Al is het ook belangrijk te vermelden dat de totale nettovloeroppervlakte bij deze norm enkel gaat om de ruimtes die een duidelijke woonfunctie hebben. Hierbij worden dus enkel meegerekend: de woonkamer, keuken en slaapkamers. De wc, badkamer en hal in de woning worden hiervan afgetrokken. Zo komt dit eerste model van 27 m² ook niet aan de bezettingsgraad van 2 personen. Voor de grotere modellen (vanaf 56 m²) zou er geen probleem zijn. Voorlopig is het dus opletten met de woningbezetting van deze tiny house modellen van M.A.DI, maar daar kan verandering in komen. Er werd uitgelegd dat er een experimentele fase aan de gang is met nieuwe, alternatieve woonvormen en dus ook de zogenoemde tiny houses. Minister Homans liet de mogelijkheid om de minimumeisen aan te passen indien dit positief kan zijn voor het toekomstige woonbeleid.

Naast de Vlaamse Wooncode is er ook een regelgeving voor de energieprestatie van woningen, het

EPB-decreet van 2016. Deze energienormen vormen echter geen probleem gezien het zeer duurzame karakter van dit woonconcept. Nieuwbouwwoningen in het algemeen voldoen ook zeer vlot aan deze energie-eisen. De grote aandacht hier gaat naar de bestaande woonvoorraad. De normen voor de toekomst hebben wel aandacht nodig, maar deze worden besproken in de toetsing aan het beleid.

Verder zijn er nog de specifiekere bouwreglementen op lager niveau. Zo heeft elke stad of gemeente

haar eigen stedenbouwkundige verordeningen. Dit kan gaan van brandveiligheid tot inplanting van

9 . M EE RW AA RD E EN M OGE L I JKHEDEN B IN NEN REG EL GE V ING E N BE LE I D

Page 59: Innovatieve prefabwoningen als woontypologie: inpassing en ......Innovatieve prefabwoningen als woontypologie: inpassing en meerwaarde in de Vlaamse wooncultuur. Buysschaert Birger

59

woningen en kunnen verschillen van elkaar. Zo is er geen absolute zekerheid dat deze woningen op elke mogelijke plaats neergezet kunnen worden, dus is informeren zeer belangrijk. Als deze woningen hun meerwaarde bewijzen voor het Vlaams Woonbeleid, zal er indien nodig vanuit de overheid inspanningen moeten geleverd worden om dit woningtype mogelijk te maken.

9.2. TOETSING AAN HET TOEKOMSTBELEID IN VL

Meerwaarden voor het Woonbeleidsplan 2050 Een eerste beleidsdomein voor de toekomst waarin deze woningen moeten passen, is het Wonen

Vlaanderen. De Vlaamse regering keurde op 23 maart 2018 het beleidsplan goed met de strategische doelstellingen voor 2050. Deze moeten stapsgewijs een oplossend antwoord bieden aan de huidige problematieken, aangetoond in onderzoeken. Uit het GWO 2013 bleek dat er op verschillende vlakken problemen waren in de woningmarkt. Een eerste grote problematiek is de betaalbaarheid van woningen in Vlaanderen. Het onderzoek wees uit dat de woningprijzen alsmaar stijgen en figuur 8 en 9 toonden aan dat er een vrij groot percentage van de huishoudens betaalbaarheidsproblemen ondervindt. Eén van de grote doelstellingen voor 2050 is dan ook het voorzien van betaalbare woningen voor iedereen. Dit is uiteraard niet eenvoudig en daar kan een goedkoop prefabconcept een oplossing bieden. Bij de voordelen van het concept in deel B werden de prijzen vergeleken met die van de gemiddelde bestaande of nieuwbouwwoningen in Vlaanderen. De oprichtingskost van een traditionele nieuwbouw van dezelfde grootte ligt ongeveer dubbel zo hoog als die van een M.A.DI.-woning. Dit kwam onder andere door het envoudige en zeer snelle bouwproces en de materiaalkeuze. Indien gekozen wordt voor compactere modellen, betaalt men uiteraard nog minder. De laagste prijs (voor het model van 27 m²) ligt rond de € 25.000. In vergelijking met de aankoop van een bestaande woning liggen de prijzen ook ver uit elkaar, gezien de gemiddelde prijs van een woonhuis volgens de laatste meting op ongeveer € 235.000 ligt. Dit is uiteraard met de bouwgrond inbegrepen, maar de prijsberekening van een M.A.DI.-woning van 84 m² op een bouwgrond tot dezelfde verhouding werd ook uitgevoerd. Deze prijs zou een kleine € 112.000 bedragen. Kortom, de realisatie van deze woningen zou voor veel huishoudens met betaalbaarheids-problemen een goed alternatief op de woningmarkt kunnen vormen.

Een tweede belangrijke doelstelling tegen 2050 is om ervoor te zorgen dat alle woningen kwaliteitsvol

genoeg zijn. Deze doelstelling speelt vooral in op de renovatie van bestaande gebouwen, aangezien deze de oorzaak zijn van het hoge percentage woningen die niet voldoen aan de nodige kwaliteit. De M.A.DI.-woningen zijn innovatief en voldoen zeker aan deze kwaliteitseisen op vlak van comfort, veiligheid en stabiliteit. Maar dit geldt tegenwoordig voor alle nieuwbouwwoningen in Vlaanderen. Hiier kan het Italiaans woonconcept dus geen specifieke extra bijdrage leveren tot de realisatie van deze doelstelling. Al zijn de woningen wel nog duurzamer en gaan ze langer mee zonder grote renovatiewerken.

Woonzekerheid is een derde thema dat een problematiek met zich meedraagt. Van alle onderzochte

huishoudens bleek 7% onzeker te zijn om in de woning te kunnen verblijven zolang men het wenst. Hier situeren zich de meeste gevallen weliswaar binnen de private huurmarkt, maar toch kan de opkomst van een alternatief woontype hier hulp bieden. De woonzekerheid hangt grotendeels vast aan de betaalbaarheid en de kwaliteit van de woning. Twee grote voordelen van het M.A.DI. concept zijn dat het zeer goedkope woningen zijn en dat de kwaliteits- en duurzaamheidsgraad zeer hoog ligt. Hierdoor kan men zich gemakkelijk een woning veroorloven en is er minder onderhoud nodig. Bij eigenaarsschap treden bijgevolg minder problemen op voor het betalen van de onderhoudkosten en de huidige huurders worden gestimuleerd een woning aan te kopen. Een andere reden waardoor er meer woonzekerheid kan ontstaan is het feit dat een M.A.DI.-woning zeer eenvoudig aanpasbaar is aan de behoeften. Deze kan gedurende de volledige levenscyclus worden bewoond. Een jong koppel zonder kinderen kan in een klein model wonen en wanneer er kinderen in het gezin komen, kan de woning eenvoudig en goedkoop worden

Page 60: Innovatieve prefabwoningen als woontypologie: inpassing en ......Innovatieve prefabwoningen als woontypologie: inpassing en meerwaarde in de Vlaamse wooncultuur. Buysschaert Birger

60

uitgebreid. Als de kinderen opnieuw het huis uit zijn, kan de woningen indien nodig opnieuw worden verkleind. Nu gaat men vaak als alleenstaande of ouder koppel een woning huren omdat de woning te groot is geworden. Bij oudere mensen die op pensioen zijn, treden dan weer regelmatig betaalbaarheidsproblemen op door de hoge huur. Tenslotte kan ook het verplaatsbare karakter van deze woningen een extra woonzekerheid bevorderen. Personen verhuizen soms door persoonlijke of professionele redenen en moeten dan op zoek naar een nieuwe woning. Deze verplaatsbare woningen kunnen vlot worden afgebroken en vervoerd naar een nieuwe locatie, al is daarvoor wel de ruimte nodig. Dit is enkel mogelijk wanneer er in Vlaanderen een groot netwerk is uitgebouwd met dergelijke woningen en er op diverse plaatsen specifieke ruimtes hiervoor vrijgehouden worden. Het verplaatsbare karakter heeft bijgevolg voorlopig weinig meerwaarde in Vlaanderen, maar een innovatief systeem dat hierop inspeelt in de toekomst lijkt niet onmogelijk.

De laatste grote doelstellingen van het Woonbeleid zijn de afstemming van de vraag en het aanbod

op mekaar en het gelijk recht op toegang tot de woningmarkt voor iedereen. Uit het woononderzoek kon geconcludeerd worden dat de woningmarkt een vrij statische markt is en dat de woningvoorraad het aantal huishoudens volgt. Dit gaat over het kwantitatieve aanbod, maar er moet vooral aandacht besteed worden aan de kwalitatieve afstemming van die voorraad aan de behoeften van de mens. Zo er is door zaken als vergrijzing, gezinsverdunning en nieuwe samenlevingsvormen nood aan een breed woonaanbod en moet dit flexibel zijn. Door de eenvoudige aanpasbaarheid van het Italiaans concept, zoals eerder aangegeven, kan dit deels worden opgevangen. Zo is het mogelijk om een volledige levenscyclus in de modulaire woning te wonen en in plaats van het algemene woonaanbod verandert de woning zelf naargelang de woonbehoefte van het huishouden. Uiteraard zijn er wel andere woonvormen nodig, maar dit zou al een hulp zijn voor de vervanging van een flexibeler aanbod naar grootte.

Meerwaarden binnen het Energiebeleid Een ander belangrijk domein dat hier nauw bij aansluit, is het energiebeleid. Dit beleid zet zich met

zijn normering sterk in op duurzamer bouwen en wonen in de toekomst. Vanuit Europa werden de lidstaten verplicht zich in te zetten om tegen 2021 enkel nog BEN-woningen op te richten. Dit zorgt voor een verstrenging van de huidige energieregelgeving uit het EPB-decreet. Het maximale E-peil van nieuwbouwwoningen is momenteel E-40 en tegen 2021 wordt dit verlaagd tot E-30. Daarnaast is er de verplichting om een minimaal aandeel van de nodige energie uit hernieuwbare bron te halen. Het peil is internationaal moeilijk vergelijkbaar, maar er is ook nog een tweede normering volgens het effectieve energieverbruik van een woning. Volgens het vernieuwde EPC+ certificaat in de woningpas worden gebouwen onderverdeeld in klassen en krijgen ze een energielabel. De Vlaamse doelstelling voor 2050 is om alle woningen in de hoogste energieklasse A te krijgen, terwijl de gemiddelde woning nu het label F heeft, wat zeer energieonzuinig is. Het doel van dit beleid is voornamelijk om de bestaande woningen te verbeteren aangezien nieuwbouwwoningen vlot aan deze eisen voldoen. Zo ook de M.A.DI.-woningen. De energieklassen zijn internationaal niet overal vergelijkbaar, maar er worden wel grenzen aangeduid voor het verbruik in kilowattuur. Wanneer het energieprestatiecertificaat van Italië en Vlaanderen naast elkaar worden gelegd, zijn duidelijke verschillen waarneembaar. Zo ligt de energiezuinigheid van huizen in Italië veel hoger dan hier, zoals op de schaalverdelingen in figuur 43 te zien is. De doelstelling van label A tegen 2050 in Vlaanderen komt overeen met een maximum verbruik van 100 KWh / m² jaar, terwijl deze grens in Italië in klasse D ligt. Volgens het team van de M.A.DI.-woningen behoren de standaardmodellen tot de klasse B en kunnen ze eventueel met de nodige installaties verbeterd worden tot klasse A of A+ in het oude systeem. Het energielabel B heeft een maximumverbruik van 58 KWh / m² jaar en zo voldoet dit zeker aan de Belgische doelstelling. De redenen voor de duurzaamheid van deze woningen werden uitgewerkt bij de voordelen in deel B van dit onderzoek. Dit voldoet niet enkel aan de normen, maar loopt op de toekomst vooruit en maakt Vlaanderen iets duurzamer met zijn hoge energie-efficiëntie.

Page 61: Innovatieve prefabwoningen als woontypologie: inpassing en ......Innovatieve prefabwoningen als woontypologie: inpassing en meerwaarde in de Vlaamse wooncultuur. Buysschaert Birger

61

Figuur 43: Vergelijking energielabels Vlaanderen en Italië (Bron: zie fig. 13 en 34)

Meerwaarden binnen het Ruimtelijk beleid Tenslotte dient het woonconcept ook binnen het Ruimtelijk beleid te passen. Hier is het van belang

dat de realisatie van deze woningen bijdraagt aan de doelstellingen in het Witboek Beleidsplan Ruimte Vlaanderen dat de ruimte-inname drastisch wil verlagen. Tegen 2025 dient die te verkleinen naar 3 ha per dag en moet die in 2040 volledig verdwijnen. Deze woningen zouden niet op gelijk welke plaats gebouwd kunnen worden, zoals bijvoorbeeld in Italië wel meer het geval is. Daar komt het concept van ‘natuurwoning’ volledig tot zijn recht door de milieuvriendelijke plaatsing in een natuurrijke omgeving. In Vlaanderen moeten naar concrete oplossingen gezocht worden om deze woningen in dit beleid te integreren om de ruimte-inname niet te vergroten. Aangezien het vrijstaande woningen zijn die niet in de hoogte gebouwd kunnen worden, is de stad al geen goede locatie. De inname van ruimte is door de compactheid van de woningen sowieso wel kleiner dan bestaande (half-)vrijstaande woningen. Aan de stadsrand of in gemeenten zijn er dus wel mogelijkheden als de ruimte optimaal wordt benut. Huidige kavels of buurten met oude, vrij grote huizen kunnen omgevormd worden naar verkavelingen of inbreidingen met de compacte M.A.DI.-woningen en gemeenschapsruimte. Concretere ideeën en mogelijkheden hierover worden uitgewerkt in het volgende hoofdstuk.

9.3. AANSLUITING BIJ HET VLAAMSE WOONIDEE

Na een toetsing aan de regelgeving en het beleid werd aangetoond dat er zeker mogelijkheden met dit woningtype zijn. Van even groot belang is echter het concept aan de man brengen. Uit het GWO 2013 bleek dat maar liefst 90% tevreden is met zijn woonst en dus de manier waarop hij nu woont en een latere studie van het VCB toonde aan dat de woonwens voor een nieuwbouwproject nog steeds een grote woning is. Om dit eeuwenoud, Vlaams woonidee bij de bevolking te doen veranderen, is er sensibilisering nodig vanuit de overheid voor de hedendaagse milieuproblemen en bijgevolg klimaatopwarming door deze manier van wonen én leven. Al geven deze woningen nog steeds de sfeer van een vrijstaande woning met open ruimte, terwijl ze door hun grootte toch bijdragen aan de beperking van ruimte-inname.

VLAANDEREN:

ITALIË: Tot 2015 Vanaf 2015

Page 62: Innovatieve prefabwoningen als woontypologie: inpassing en ......Innovatieve prefabwoningen als woontypologie: inpassing en meerwaarde in de Vlaamse wooncultuur. Buysschaert Birger

62

10.1. RUIMTELIJKE INPASSING IN VLAANDEREN

Tiny House inbreidingsprojecten in de stadsomgeving

De brede doelstelling van het Ruimtelijk beleid is de beperking en uiteindelijke stopzetting van extra

ruimte-inname voor de bouw van woningen. Daarom wordt er de laatste jaren enorm veel ingezet op het uitwerken van goede inbreidingsprojecten in de stad of in de omgeving van steden. Om in Vlaamse steden een hoge woondichtheid te creëren is er ook nood aan hoogbouw, daar kan men niet omheen. Dit kan echter niet overal evengoed ingepast worden en de stadsrand of stadsomgeving moet ook groen blijven. Een goede mix van middelhoge gebouwen met laagbouw en open groene ruimtes of tuinen zijn hier op zijn plaats. Deze omgeving bevat momenteel veel oudere rijwoningen, maar ook nieuwere wijken met (half-)vrijstaande woningen. Op stukken grond waar te oude of verwaarloosde gebouwen staan of waar gewoon plaats is voor de bouw van nieuwe projecten, kunnen de kleinere M.A.DI.-modellen ingewerkt worden in een inbreidingsproject. Deze laagbouw zal op een grond van bepaalde grootte minder gezinnen kunnen huisvesten dan een hedendaags nieuwbouwproject. Maar een mix van groene en gezonde open ruimtes en dichter bebouwde plaatsen is belangrijk. Daarnaast kunnen er dankzij het gebruik van de ‘tiny’ designs van M.A.DI., de 27, 46 of 56 m² modellen, toch meer huishoudens op een bepaalde oppervlakte wonen dan momenteel het geval is in de stadsrand. Met dit woonconcept kunnen gezinnen in een stadsomgeving toch in het groen wonen en hebben ze niet de indruk in of nabij de drukke, ongezonde stad te leven. Dat is ook een goede zaak voor gezinnen met kinderen. De huishoudens worden steeds kleiner, waardoor deze tiny huizen vaak voldoende comfort en ruimte bieden. Bij de verdere inwinning van bouwgrond vakbij in de buurt, kunnen sneller nieuwe woningen worden opgericht en zo deze duurzame woonlocaties worden vergroot. Bij de oprichting van dergelijke inbreidingsprojecten de dag van vandaag is steeds meteen nood aan een vrij groot stuk bouwgrond, waardoor er vaak een lange leegstandstermijn of afbraaktermijn is van bepaalde gebouwen. De M.A.DI.-projecten zijn ook zeer flexibel, kunnen vlot aangepast of verwijderd worden en zouden een zeer dynamisch project kunnen vormen. In combinatie met hoogbouw en middelhoge gebouwen zou de stad en zijn omgeving een interessante woon- en leefomgeving kunnen zijn voor elke bewoner. Tussen plaatsen met hogere gebouwen wordt de ruimte deels opgevuld met M.A.DI.-projecten en deels parken en andere groene zones voor alle buurtbewoners. Dit kan eenvoudig op elkaar aansluiten en een aangename en duurzame leefomgeving creëren. Er dient wel rekening gehouden te worden met één van de grote nadelen van dit concept, namelijk het feit dat de woning moet worden ontvouwen door een takelarm. De woning moet dus goed bereikbaar zijn met een vrachtwagen of ander mogelijk werktuig met laadkraan.

Groene en duurzame M.A.DI.-wijken of straten Net zoals de toepassing van de ecologische wijken en straten met Tiny House modellen in Nederland,

is dit met de M.A.DI.-woningen in Vlaanderen ook mogelijk. Al dan niet met de tiny modellen of de iets grotere woningen. In tegenstelling tot de voorgaande inbreidingsprojecten, zouden deze eerder van nut zijn in minder stedelijke omgevingen zoals gemeentes of dorpen. Een stuk grond zou verkaveld kunnen worden in een groter aantal percelen om zo veel meer compacte woningen op te zetten dan bij de huidige woonwijken. Kleiner wonen en leven is hier van belang, maar toch bieden de oppervlaktes van zowel woning als tuin nog steeds voldoende ruimte en leefcomfort. Nieuwe gronden verkavelen zal in de toekomst niet meer mogelijk zijn. Bestaande locaties waar ruimte vrijkomt, oudere gebouwen of woningen in slechte staat gesloopt moeten worden, kunnen wel gebruikt worden. Dergelijke verkavelingen of wijken

1 0. C O N C RE TE IN P AS S ING S I D EEË N

Page 63: Innovatieve prefabwoningen als woontypologie: inpassing en ......Innovatieve prefabwoningen als woontypologie: inpassing en meerwaarde in de Vlaamse wooncultuur. Buysschaert Birger

63

zouden een efficiëntere ruimte-inname tot gevolg hebben, zonder het algemeen uiterlijk van de omgeving te veranderen of verstedelijken. Autovrije zones kunnen gerealiseerd worden en een gemeenschappelijke groenzone in plaats van individuele tuinen is ook mogelijk. Zo kunnen uiterst duurzame woonwijken met een natuurlijke look, efficiënt ruimtegebruik en sterk gemeenschapsleven voor zowel mens als milieu zeer nuttig zijn. Dit hoeft niet enkel in wijkvorm te zijn. Deze woningen kunnen ook coherent toegepast worden in kleine(re) straten in gemeentes of dorpen. Een interessante en innovatieve woonvorm hierbij kan het delen van een tuin zijn, waarover verder meer uitleg volgt. Om de lange lintbebouwingen tussen de vele dorpskernen op termijn te doen verdwijnen, kan dit ook een hulpinstrument zijn. Deze lintbebouwing bevat tal van woningen op zeer ruime en vooral lange percelen. Deze modulaire woningen met een breedte van om en bij de 6 meter nemen, indien ze dicht en mooi naast elkaar geplaatst worden, veel minder plaats in. Daarnaast kan eventueel met de diepte van de gronden gespeeld worden, door bijvoorbeeld een tweede rij met huizen dieper op het perceel te plaatsen. Gemeenschappelijke tuinen kunnen hier ook een ineressante meerwaarde bieden. Kleine doorgangen om de zoveel woningen maakt de achterste rij bereikbaar. Op die manier kan dit woningtype op ruimtelijk vlak ook een mogelijke bijdrage leveren. Net zoals bij de tiny house wijken en straten in Nederland liggen hier in Vlaanderen veel mogelijkheden met de M.A.DI.-woningen tenzij de lokale overheden deze projecten niet mogelijk maakt.

Figuur 44: Voorbeeld van een duurzame wijk en tiny house inbreidingsproject (Bron: Tinyhousestechum en Wikkelhouse)

10.2. NIEUWE WOONMOGELIJKHEDEN?

Co-wonen met gedeelde tuin Gemeenschappelijk wonen is al enkele jaren een steeds bekendere woonvorm aan het worden. Nog

niet bijzonder populair bij het brede publiek, maar er is zeker interesse voor en het biedt enkele interessante voordelen. De meest bekende term is cohousing. Dit is een alternatieve woonvorm waarbij meerdere gezinnen of personen onder hetzelfde dak wonen en iedereen zijn eigen woondeel heeft, maar bepaalde ruimtes worden gedeeld. In de meeste gevallen zijn dit voorzieningen zoals een waskamer, keuken en eetkamer waarvan de verschillende inwoners gebruik kunnen maken. Co-wonen verschilt hier nog wat van, maar is ook een bepaalde vorm van gemeenschappelijk wonen. Bij co-wonen worden geen leefruimtes gedeeld, maar wel een tuin of bijvoorbeeld een aparte berging of wasplaats. Deze woonvorm biedt zeker mogelijkheden in combinatie met de M.A.DI.-woningen. Wanneer meerdere bouwkavels naast elkaar beschikbaar zijn, kunnen hier woningen gezet worden met een gedeelde tuin en eventueel berging, tuinhuis of fietsenstalling. Door de compactheid van de woningen, kunnen op een perceel zelfs meerdere huizen gezet worden met een gemeenschappelijke tuin. Het voordeel bij deze woningen is dat ze dankzij hun compactheid en gelijke vorm eenvoudig geschikt kunnen worden voor een optimale gedeelde tuinruimte. De huizen zijn dankzij hun gelijke vorm ook zeer samenhangend en hebben een natuurlijk uiterlijk waardoor de aanwezigheid minder storend is. Deze woonvorm beperkt de ruimte-inname en een ander groot voordeel is de beschikking over een vrij grote tuin waarbij de onderhoudswerken en -kosten toch beperkt blijven. Het onderhoud zoals het gras afrijden, planten of bomen snoeien, terrassen reinigen en onkruidbestrijding kunnen worden verdeeld. Naast het gedeeld tuinonderhoud kan er een sociale samenlevingsband ontstaan op andere vlakken. Er is meer sociale controle en een helpende hand is altijd in de buurt. Een ideale situatie tussen de samenwoners (buren) kan een familiale band zijn. Zo kunnen

Page 64: Innovatieve prefabwoningen als woontypologie: inpassing en ......Innovatieve prefabwoningen als woontypologie: inpassing en meerwaarde in de Vlaamse wooncultuur. Buysschaert Birger

64

de gepensioneerde ouders bijvoorbeeld beroep doen op de zoon voor het tuinonderhoud in ruil voor het oppassen op de kleinkinderen. Een alleenstaande gepensioneerde kan ook altijd samen eten met de familie en toch zelfstandig wonen. Een familiale band hoeft bij deze vorm van co-wonen zeker niet, al schrikt het feit van de dichte verbondenheid velen af. Een groot verschil met het samenwonen bij traditionele woningen, ligt bij M.A.DI. in het feit dat de verbondenheid minder vast of langdurig hoeft te zijn. Eén van de woningen kan bijvoorbeeld zeer makkelijk afgebroken en verplaatst worden en de lege plek kan ook weer snel ingenomen worden, uiteraard door eenzelfde woning. Opnieuw geeft de flexibiliteit van het woningtype hier weer een extra voordeel. Eén van de woningen kan uiteraard zelf ook gewoon van eigenaar wisselen.

Dit co-wonen is dus zeker geen nieuwe woonvorm die enkel mogelijk is bij M.A.DI.-woningen. Dit kan

met verschillende woningtypes, maar de prefabwoningen geven er wel een extra, nieuwe dimensie aan die het co-wonen eenvoudiger en interessanter kunnen maken.

Figuur 45: Voorbeeld van co-wonen met gedeelde tuin: 'Pocket Neighboorhoods' (Bron: Jackochikatana)

Sociale low-budgetwijken en samenlevingen voor jonge senioren Met behulp van deze woningen kunnen er ook wijken of gemeenschappen opgericht worden die zich

op een specifieke doelgroep richten. Enerzijds is er de mogelijkheid om sociale woonwijken te bouwen voor gezinnen of personen met een bescheiden inkomen. Deze vorm van huisvesting bestaat al zeer lang, maar hier zou men nog verder in kunnen gaan en enkel een selectieve doelgroep aanspreken met een zeer moeilijke financiële situatie. Een concreet voorbeeld kunnen migranten zijn die na een verblijf in een opvangcentrum op de arbeidsmarkt terechtkomen. Deze woningen kunnen zowel aan gunstig tarief verkocht worden als sociaal verhuurd worden aan een lage huurprijs.

Een andere doelgroep voor een dergelijke M.A.DI.-wijk of gemeenschap kunnen jonge senioren zijn.

Dit is de leeftijdsgroep van de bevolking die op pensioen is, geen grote woning meer kunnen of willen onderhouden, maar nog geen grote zorg nodig hebben zoals in het rusthuis. Ook alleenstaande ouderen die nood hebben aan meer sociaal contact kunnen hier terecht. Hier kunnen deze mensen kleiner, maar nog steeds zelfstandig blijven wonen in een gemeenschap waar toch ook de nodige zorg en ontspanning mogelijk is. Dit kan onder andere door een centraal punt voor sport, spel en medische hulp indien nodig. Het voordeel aan de eenvoudige opbouw, afbraak en verplaatsing van de woningen is dat het aanbod zeer flexibel kan zijn naargelang de vraag naar deze woonvorm.

Page 65: Innovatieve prefabwoningen als woontypologie: inpassing en ......Innovatieve prefabwoningen als woontypologie: inpassing en meerwaarde in de Vlaamse wooncultuur. Buysschaert Birger

65

Het doel van dit onderzoek was om de mogelijke meerwaarde van een innovatief, uitvouwbaar en verplaatsbaar modulair woningtype als M.A.DI. te vinden voor de typisch Vlaamse wooncultuur. In het eerste van de vier grote delen van dit werk werd onderzoek gevoerd naar die Vlaamse wooncultuur, zowel doorheen de geschiedenis als de huidige situatie en het toekomstbeleid. Vervolgens werd het woningconcept M.A.DI. Home zelf uitgebreid geanalyseerd om de grote voor- en nadelen van deze manier van wonen te ontdekken. Deze twee aparte onderzoeken vormen, samen met een vergelijking van soortgelijke woningtypes of woonvormen, een belangrijke aanleiding naar het laatste en concluderende deel dat een antwoord moet geven op de onderzoeksvraag. Welke meerwaarde kunnen modulaire M.A.DI.-woningen als innovatieve woontypologie betekenen voor de toekomstige Vlaamse wooncultuur? Dit vierde deel van het werk toonde aan of er al dan niet de mogelijkheid voor is, welke meerwaarde ze kunnen bieden en dacht ook na over concrete inpassingsmogelijkheden.

Eerst en vooral werd aangetoond dat dit woningtype grotendeels aansluit bij de normen van de

Vlaamse Wooncode en andere regelgevingen. Op vlak van woningbezetting kunnen de kleinste modellen momenteel niet optimaal worden bewoond, maar door de experimentele fase van de overheid met alternatieve woonvormen zijn er bepaalde aanpassingen mogelijk. De woningen bieden een enorme meerwaarde op vlak van betaalbaarheid, kwaliteit en duurzaamheid en lopen hier voor op de toekomstige normen. Een zeer betaalbare woning voor iedereen en een zo’n laag mogelijke impact op het klimaat zijn twee zeer belangrijke doelen van het Vlaams Woonbeleid. Op vlak van Ruimtelijke Ordening daarentegen speelt er een groot nadeel van deze woontypologie op. De vrijstaande woning, waarbij niet in de hoogte kan worden gebouwd, is niet meteen de beste manier van wonen volgens het Beleidsplan Ruimte Vlaanderen. Al kan de ruimte-inname wel sterk afnemen in stadsomgevingen en gemeentes aan de hand van duurzame inbreidingsprojecten of verkavelingen met deze compacte woningen. Een ander hekelpunt is het typisch Vlaamse woonidee dat nog steeds bij een groot deel van de bevolking speelt. De baksteen in de maag, het welvaartsidee van de grote vrijstaande woning op het platteland e.d. zorgden ervoor dat dit idee moet worden omgekeerd. Compacter en verstedelijkt wonen ligt aan de basis van duurzamer wonen en als de overheid de bevolking hiervan kan sensibiliseren, dan kunnen de M.A.DI.-woningen in de toekomstige Vlaamse wooncultuur inpassen. Dat het woonidee mogelijkheden heeft, werd gezien in de vergelijking met ander landen waar deze kleine vorm van wonen al verder staat. Woonvormen als co-wonen en sociale of zorgwijken zijn hier ook zeker mogelijk.

Kortom, er zijn voldoende meerwaarden voor zowel de mens, overheid als milieu aan deze

woontypologie verbonden. Al moet er de mogelijkheid komen vanuit die overheid om dit volledig te implementeren in het beleid. Zo kan deze woontypologie door het in de juiste locaties en op de juiste manier te gebruiken, het best tot zijn recht komen. Op die manier kunnen dan ook het onder andere zeer betaalbare en duurzame karakter van de woningen oplossingen bieden voor het toekomstgerichte beleid.

1 1. C O N CL US IE

Page 66: Innovatieve prefabwoningen als woontypologie: inpassing en ......Innovatieve prefabwoningen als woontypologie: inpassing en meerwaarde in de Vlaamse wooncultuur. Buysschaert Birger

66

DIGITALE BRONNEN

(2018, februari 20). Opgehaald van ENCYCLO.NL: http://www.encyclo.nl/ Agentschap Onroerend Erfgoed. (2017). Sociale huisvesting: eerste initiatieven voor betere

arbeidershuisvesting (1889-1914). Opgehaald van inventaris onroerend erfgoed: https://id.erfgoed.net/themas/125

Agentschap Onroerend Erfgoed. (2018, mei 05). Sociale huisvesting: de tuinwijkgedachte (1919-1926). Opgehaald van inventaris onroerend erfgoed: https://inventaris.onroerenderfgoed.be/themas/124

Agentschap Wonen-Vlaanderen. (2018). Woonbeleidsplan Vlaanderen . Area Legno. (2017). Opgeroepen op december 13, 2017, van Tiny House / Made in Italy:

http://www.madihome.com Danniau, F. (2010, augustus 19). Batavia. Opgehaald van UGentMemorie:

http://www.ugentmemorie.be/artikel/batavia De Caigny, S. (2010). Bouwen aan een nieuwe thuis: wooncultuur in Vlaanderen tijdens het interbellum.

Leuven: Universitaire Pers Leuven. De Schepper, S. (2018, februari 26). Een bachelorproef schrijven: Van helder in het hoofd naar helder

op papier. Hoe schrijf ik een goede bachelorproef? Gent: Sylvianne De Schepper. Opgeroepen op maart 08, 2018

De Schepper, S. (2018, februari 26). Informatie zoeken en vinden. Waar vind je de juiste bronnen voor je bachelorproef? Gent: Sylvianne De Schepper. Opgeroepen op maart 08, 2018

De Wulf, J., & Grommen, S. (2018, mei 17). Zoveel betaalt u vandaag voor een nieuwbouwwoning. Opgehaald van vrtNWS Economie: https://www.vrt.be/vrtnws/nl/2018/02/21/zoveel-betaal-je-vandaag-voor-een-nieuwbouwwoning/

dezuidlanden. (2018, mei 18). Opgehaald van Tiny Houses Techum: http://www.tinyhousestechum.nl/ FOD Economie. (2018, mei 17). Vastgoedprijzen. Opgehaald van STATBEL:

https://statbel.fgov.be/nl/themas/bouwen-wonen/vastgoedprijzen IMOG. (2018, mei 23). Bouwafval. Opgehaald van imog.be: https://www.imog.be/afval-

inzamelen/afvalpaspoorten/bouwafval/ NKN. (2017). Notarisbarometer 32 - T1 2017. Notaris.be. NKN. (2018). Notarisbarometer 36 - T1 2018. Notaris.be. People's Architecture Office. (2018, mei 22). Mrs Fan's plugin house. Opgehaald van peoples-

architecture: http://www.peoples-architecture.com/pao/en/project-detail/2 PopUp House. (2018, mei 22). Opgehaald van popup-house.com: https://www.popup-house.com/ Scoglio, P. (2018, mei 20). Opgehaald van The Nest Living: www.thenestliving.it Smienk, E. (2016, april). Duurzaamheidsaspecten bij funderingen en ondergronds bouwen state-of-the-

art. Opgehaald van ABT: https://www.abt.eu/bestanden/Afbeeldingen/Actueel/Publicaties/4882-1/GEO_April2016_Smienk_v3compressed.pdf

Steyaert, J. (2009, juli 23). 1889 Start sociale huisvesting. Opgehaald van Canonsociaalwerk. Van der Meulen, L. (2018, mei 18). Tiny Houses, big movement. Opgehaald van

gebiedsontwikkeling.nu: https://www.gebiedsontwikkeling.nu/artikelen/tiny-houses-big-movement/

Vandenberghe, D. (2018). Lambda-waarde van alle materialen. Opgehaald van Lambda: https://www.lambda.be/nl/energietips/lambda-waarde-van-alle-materialen

L ITE RAT UURL IJ ST

Page 67: Innovatieve prefabwoningen als woontypologie: inpassing en ......Innovatieve prefabwoningen als woontypologie: inpassing en meerwaarde in de Vlaamse wooncultuur. Buysschaert Birger

67

Vanhaute, E. (2003, Januari). Leven, wonen en werken in onzekere tijden. Patronen van bevolking en

arbeid in België in de 'lange negentiende eeuw'. BMGN, Low countries historical review, pp. 153-178.

Vlaams Energieagentschap. (2012). Actieplan Bijna-energieneutrale Gebouwen. VEA. Vlaamse Overheid. (2018, mei 19). Slim Wonen en Leven. Opgehaald van Vlaanderen:

https://www.vlaanderen.be/nl/vlaamse-regering/visie-2050/slim-wonen-en-leven Vlaamse Overheid. Departement Omgeving. (2018, mei 23). Beleidsplan Ruimte Vlaanderen.

Opgehaald van Ruimte Vlaanderen: https://www.ruimtevlaanderen.be/BRV Vlaamse Overheid. Team Duurzame Ontwikkeling. (2018, mei 19). Opgehaald van do.vlaanderen:

https://do.vlaanderen.be/ Vlaamse Overheid. Vlaams Energieagentschap. (2018, mei 19). Opgehaald van energiesparen:

https://www.energiesparen.be/ Vlaamse Overheid. Wonen-Vlaanderen. (2018). Woonbeleidsplan Vlaanderen 23.03.2018. WikiHouse Foundation. (2018, mei 22). Microhouse. Opgehaald van Wikihouse.cc:

https://wikihouse.cc/library/types/microhouse

NIET-DIGITALE BRONNEN

Avermaete, T., Van Herck, K., & andere. (2006). Wonen in welvaart. Woningbouw en wooncultuur in

Vlaanderen, 1948-1973. Antwerpen: CVAa. Braem, R. (1968). Het lelijkste land ter wereld. Leuven: Davidsfonds. De Meulder, B., Scheurs, J., De Cock, A., & Noteboom, B. (1999). Sleutelen aan het Belgische

stadslandschap. OASE #52, 78-113. Janssens, D. (2015-2016). Syllabus Stedelijke Ontwikkeling en Woonbeleid. Gent: Dieter Janssens. Janssens, D. (2016-2017). Syllabus Ruimtelijk Beleid en Woonbeleid . Gent: Dieter Janssens. Van Damme, K. (2015). Vastgoedonderzoek. Leuven: LannooCampus. Verlée, K. (2015-2016). syllabus bouwwetenschappen: bouwfysica . Gent: lr. Kathleen Verlée. Verlée, K. (2015-2016). syllabus bouwwetenschappen: materialenkennis . Gent: lr. Kathleen Verlée. Vogels, M. (2012). Het nieuwe wonen. Vlaams woonbeleid op nieuwe sporen. Leuven: LannooCampus. Winters, S., & e.a. (2015). Wonen in Vlaanderen anno 2013. Antwerpen: Garant.

PERSOONLIJKE COMMUNICATIE

verantwoordelijke, M. H. (2018, april 21). bezoek Design Village Milaan. (B. Buysschaert, Interviewer)

Page 68: Innovatieve prefabwoningen als woontypologie: inpassing en ......Innovatieve prefabwoningen als woontypologie: inpassing en meerwaarde in de Vlaamse wooncultuur. Buysschaert Birger

68

Beluik Een verzameling van kleine minderwaardige woningen meestal rond een pleintje of straatje bereikbaar via een smalle doorgang aan de straatkant ontstaan voor de arbeidersbevolking in het begin van de negentiende eeuw.

Cross Laminated Timber

Meerlagige opbouw van massieve houtplaten waarvan de lagen telkens kruiselings worden verlijmd

Formaldehyde Chemisch verontreinigende stof dat wordt gebruikt in oplossingen. Kent tal van toepassingen in afgewerkte producten.

Gelamelleerd hout Hout bestaande uit meerdere lamellen, dunne laagjes, vaak op elkaar verlijmd.

High Pressure Laminate

Een zelfdragende houten plaat op basis van thermohardende harsen, homogeen versterkt met op hout gebaseerde vezels en vervaardigd onder hoge druk en temperatuur.

Lambda(-waarde) De isolerende waarde van een materiaal. Geeft de warmtegeleidbaarheid aan van een materiaal.

Lariks Inheemse naaldboom (Lorkenboom)

Modulaire woning Een woning die wordt gemonteerd met behulp van in de fabriek op voorhand samengestelde modules.

Module Een onderdeel van een groter geheel, dat zef ook weer bestaat uit meerdere delen.

Netto-vloeroppervlakte

De oppervlakte van een ruimte of een groep van ruimten, gemeten op vloerniveau tussen de opgaande scheidingsconstructies die de betreffende ruimte(n) omhullen.

Off-grid Voor de eigen energievoorziening niet afhankelijk zijn van een verbinding met het elektriciteitsnet.

Proletariaat De arbeidersklasse, klasse van mensen die afhankelijk is van de eigen arbeid op de arbeidsmarkt voor hun levensonderhoud. Ontstaan door het kapitalisme en vooral door de industriële revolutie.

Polyurethaanlijm Watervaste houtlijm op polyurethaanbasis. Spleetvullend en uitstekend geschikt als constructielijm binnen- en buitenshuis.

PUR-isolatieplaat Vorm van isolatieplaat uit hard schuim van polyurethaan.

Sandwichpaneel Bouwpanelen die bestaan uit twee buitenplaten met een hoge dichtheid, met daartussen een licht kernmateriaal.

Startnota Slim Wonen en Leven

Startnota van de overheid dat het toekomstbeeld en de organisatorische aanpak voor het traject van Slim Wonen en Leven, één van de transitieprioriteiten op vlak van duurzaamheid, schetst

Steenwol Mineraal wolachtig materiaal dat toegepast wordt als isolatiemateriaal.

Visie 2050 Een langetermijnstrategie en toekomstvisie van Vlaanderen waarbinnen de transitieprioriteiten vallen.

Vuren Gemaakt van hout van de fijnspar

Witboek Een document dat beschrijft hoe een overheidsbeleid, een technologie, en/of product een specifiek probleem oplost.

Zeflvoorzienend Volledig op eigen basis de nodige energie produceren, water opvangen voor gebruik, e.d.

V E RKL A RE ND E W O O RDEN L IJS T

Page 69: Innovatieve prefabwoningen als woontypologie: inpassing en ......Innovatieve prefabwoningen als woontypologie: inpassing en meerwaarde in de Vlaamse wooncultuur. Buysschaert Birger

69

A.S.L.K. Algemene Spaar- en Lijfrentekas

BEN Bijna Energie Neutraal

BSP Belgische Socialistische Partij

CLT Cross Laminated Timber

CUG Collectie Universiteitsarchief Gent

CVP Christelijke Volkspartij

EPB Energieprestatie en Binnenklimaat

EPC Energie prestatie certificaat / Energy Performance Certificate

KAV Katholieke Arbeiders Vrouwenbeweging

KWh Kilowattuur

KWB Kristelijke Werknemersbeweging

M.A.DI. Modulo Abitativo Dispiegabile (ontvouwbaar behuizingsmodule)

NMGWW Nationale Maatschappij voor Goedkope Woningen en Woonvertrekken

NMKL Nationale Maatschappij voor Kleine Landeigendommen

NVO Netto-Vloeroppervlakte

RO Ruimtelijke Ordening

RSV Ruimtelijk Structuurplan Vlaanderen

PUR Polyurethaan

VCB Vlaamse Confederatie Bouw

L IJ ST VA N AF KO RT IN GEN

Page 70: Innovatieve prefabwoningen als woontypologie: inpassing en ......Innovatieve prefabwoningen als woontypologie: inpassing en meerwaarde in de Vlaamse wooncultuur. Buysschaert Birger

70

11.1. VERSLAG BEZOEK INHABITS DESIGN VILLAGE MILAAN –

INTERVIEW MADI VERTEGENWOORDIGER.

Van 18 tot en met 22 april 2018 vond de tweede editie van deze unieke tentoonstelling Inhabits Design

village plaats aan de rand van het wondermooie park Parco Sempione vlakbij het Castello Sforzesco. Een tentoonstelling in het teken van de week van het design in Milaan waar architecten hun innovatieve concepten omtrent modern en technologisch wonen, slimme en ecologische steden en verplaatsbare compacte woningen kunnen tonen aan het publiek. Ik nam de tijd om enkele vragen te stellen aan iemand van het team achter de M.A.DI.-woningen en een indruk op te doen van de woningen in de hoop met wat completere informatie aan mijn bachelorproef verder te werken. Het was zeer druk op de beurs in het weekend waardoor ik bij de andere concepten niet altijd evenveel informatie kon vergaren, maar toch kon ik een kijkje nemen in een paar andere innovatieve concepten om ze te ontdekken. Hieronder vindt u een uitgetypt en vertaald verslag van mijn interview.

Hoe ver staat het concept momenteel in de praktijk? Worden deze woningen momenteel al in andere

landen in Europa gerealiseerd of enkel nog in Italië? Momenteel zijn er enkel nog woningen opgericht in Italië, aangezien het nog een zeer jong concept

is. Maar er is zeer veel belangstelling vanuit verschillende Europese landen en zelfs buiten Europa en we zijn druk bezig met het aanleggen van een internationaal distributienetwerk binnen de komende maand.

Welke designs zijn het populairst, dus m.a.w. al het meest gerealiseerd in deze beginperiode? De vraag is momenteel zeer gevarieeërd aangezien iedereen hier wel iets in ziet. Dus zowel

alleenstaanden en oudere koppels alsook jongere gezinnen die iets meer ruimte nodig hebben, tonen interesse. Het design dat misschien al iets meer gerealiseerd is dan de anderen, zal de ‘Double Module – Young’ zijn van 56m².

Is er een vergunning nodig voor deze verplaatsbare woningen hier in Italië? Zoja, is dit gelijkaardig

aan een standaard bouwvergunning voor andere types gebouwen? Ja in Italië… Dit zal wellicht voor elk land verschillend zijn, maar u gaat ervan uit dat er zo goed als overal een

bouwvergunning zal nodig zijn? Voor meer informatie over verplichtingen en noodzakelijke benodigdheden gaat u best ten rade bij de

bevoedgde instanties in uw land. Dit hangt sterk af van plaats tot plaats, maar in de meeste landen zal een bepaalde bouwvergunning wel nodig zijn.

Enkele vraagjes over de technische kant. De standaard modules die jullie promoten bestaan uit één,

twee of drie modules, maar is er de mogelijkheid om meerdere modules aaneen te bevestigen?

B IJ LA GE N

Page 71: Innovatieve prefabwoningen als woontypologie: inpassing en ......Innovatieve prefabwoningen als woontypologie: inpassing en meerwaarde in de Vlaamse wooncultuur. Buysschaert Birger

71

Ja, voorlopig hebben we het altijd gehad over de woningen bestaande uit 1, 2 of 3 modules, maar meer is zeker ook mogelijk. Je kunt bij wijze van spreken oneindig veel modules op een rij aaneen blijven bevestigen waarvoor wel een grotere betonbasis nodig is. Maar dit promoten we gewoonweg niet omdat we veel belang hechten aan het betaalbare en compacte aspect van wonen en we hier sterk op in zetten met ons concept. Compact wonen is ook beter voor de impact op het milieu, waar innovatieve projecten veel rekening mee houden.

Op welke manier worden deze verschillende geprefabriceerde delen dan aan elkaar bevestigd? De modules die in het fabriek worden gemaakt, worden op de bouwplaats één voor één op rails op de

betonbasis bevestigd. Onderling worden ze in de muren met ‘joints’ met elkaar verbonden. Over die betonnen basis gesproken, die dient wellicht als fundering? Is fundering altijd nodig, zelfs als

het niet om een permanent verblijf gaat? Voor een permanant verblijf is het zeker nodig om een fundering te hebben. Indien de woning wordt

opgezet voor een kortere, tijdelijke periode op een sterke grond zou het ook zonder fundering kunnen, maar toch wordt door ons sterk aangeraden om met een fundering te werken. Maar de betonplaat is niet de fundering op zich, maar wel de basis die nodig is voor de plaatsing van de modules. De eigenlijke fundering bevindt zich onder de betonnen plaat.

Ik las iets op jullie website over een ‘T-Block Ground Fixing System’, is dat dan de fundering die jullie

gebruiken? De woning kan dus zonder fundering gezet worden enkel op een betonnen basis als het om een tijdelijk

verblijf gaat en de grondkwaliteit voldoende goed is. Maar bijna altijd en zeker voor permenente woonst werken we met funderingsschroeven. Dit zijn een soort schroefvormige funderingspalen (Screw pile anchoring system) die in de grond worden geboord en waarop de betonplaat wordt gevestigd. Dit nieuwe ankersysteem heeft geen impact op de bodem en is voor 100% herstelbaar. Deze methode gaat dus onder de naam “The T-BLOCK ground fixing system.”

Kunt u het proces van A tot Z, vanaf de vooropbouw in het fabriek tot de afwerking op de bouwplaats

eens kort samenvatten en hoeveel tijd deze in beslag nemen? In de fabriek worden deze verschillende modules op voorhand opgebouwd. Onze standaarddesigns

hebben we vaak continu beschikbaar en dus worden deze op regelmatige basis gemaakt. Hier wordt alles voorbereid en in elkaar gezet voor het transport naar de locatie, de modules gaan het fabriek dus buiten als opgevouwde delen van woningen. Dit omvat dus de volledige pregefabriceerde vloeren en zijwanden met dakafwerking. Deze onderdelen worden met een vrachtwagen vervoerd en op de bouwplaats wordt eerst het terrein bewerkt en de funderingen en betonbasis geïnstalleerd. Hierop komen een soort van rails waarop de module(s) met behulp van een takelarm (kan die van de vachtwagen zijn) worden gezet. Deze takelarm trekt ook het ‘flatpack’ omhoog waardoor het ontvouwen wordt. Vanaf de tweede module worden deze op een kleine afstand op de rails gezet en voorzien van de verbindingen en tenslotte in elkaar geschoven. De binnenwanden komen net als de voor- en achterwanden in geprefabriceerde stukken mee en worden dan op de bouwplaats allemaal ineen gezet. Van de standaardmodellen die in voorraad zijn, is de leveringstijd de tijd om zaken zoals het vervoer en de paatsing te regelen. Dit kan al minder dan een week zijn. Indien het model niet op voorraad is, zal het 30 tot 40 dagen duren vanaf de bestelling tot de levering. De installatie ter plaatse duurt zoals je wel wist slechts een dag met enkele bouwers.

Page 72: Innovatieve prefabwoningen als woontypologie: inpassing en ......Innovatieve prefabwoningen als woontypologie: inpassing en meerwaarde in de Vlaamse wooncultuur. Buysschaert Birger

72

Dan over de woning op zich, uit welke materialen zijn de muren opgebouwd? Voor de wanden wordt gebruik gemaakt van CLT-Hout, oftewel Cross Laminated Timber. Dat is een

meerlagige opbouw van massieve houtplaten waarvan de lagen telkens kruiselings worden verlijmd met een dikte van 87 mm. De grote voordelen hiervan zijn dat het een zeer snelle bouwmethode is doordat het ook op voorhand in het fabriek al makkelijk bewerkt kan worden (bv. voor de nodige openingen voor leidingen), het is licht en toch heel sterk en goed van kwaliteit en er zijn veel mogelijkheden voor de afwerking ervan. Op deze houten basiswanden uit CLT komt het 100 mm dikke dak, een sandwichpaneel bestaande uit PUR-isolatieplaten met als afwerking aan de buitenkant de metalen dakbladen (trapeziumplaten) bevestigd. Voor de voor- en achtergevel worden ook uit hout gemaakt, geïsoleerd met steenwol en standaard bekleed met dennenhouten latten van de Lariks (Lork). Al is een buitenafwerking niet altijd nodig. Deze gevels kunnen ook volledig uit glas zijn indien gewenst.

De woningen zijn zeer ‘eco-friendly’ heb ik vernomen, op welke manier kan ik dat interpreteren? Er zijn verschillende redenen waarom de woningen zeer milieuvriendelijk zijn. De combinatie van de

CLT-houtstructuur met de extra isolatie behalen deze woningen de hoogste isolatiestandaarden. Aangezien deze woningen ook grotendeels uit geprefabriceerde delen bestaan en hiervoor vooral lichte en milieuvriendelijkere materialen zoals hout worden gebruikt is de langdurige bouw zoals bij gemetste huizen overbodig en dus is dit kortere bouwproces ook beter voor het milieu. Iets anders dat ook belangrijk is - zoals eerder gezegd - is het feit dat bij deze woningen de grond veel minder belast wordt, of zelfs met behulp van het innovatieve funderingsmechanisme (T-Block schroeven) geen impact vertoont en er geen betonnen plaat nodig is.

En de binnenmuren zijn ook een soort hout of gipsplaat? Worden deze na het uitvouwen in de woning

gezet? De binnenmuren worden inderdaad nadat de modules zijn ontvouwen en bevestigd, in de woning

ingezet. Hiervoor wordt normaliter gebruik gemaakt van gipsvezelplaten. Deze zijn zeer licht, goekoop en gemakkelijk te plaatsen en hebben geen dragende of steunende functie uiteraard. Op deze video van de opbouw kan je dit ook zien.

Wat maakt deze woningen nu precies aarbevingbestendig? De grootste reden daarvoor is de combinatie van de vorm en de materialen. De houten constructie in

CLT is sowieso zeer sterk en veel beter bestand tegen aardbevingen en de driehoeksvorm zorgt dat de constructie uitermate sterk is en zo lichte aardbevingen kan weerstaan.

De vooropgestelde designs zijn afhankelijk van de grootte van de woning en het aantal modules

enerzijds, en van de afwerking anderzijds, maar is er verder vrijheid in de keuze van design, interieur en materialen?

Zeker! Er zijn enorm veel mogelijkheden waaruit de klanten kunnen kiezen wat betreft de afwerking

en designs van de verschillende woningen. Aangezien je door de vorm en het natuurlijke idee van het concept wel aan een bepaalde look gebonden bent, vonden we het belangrijk dat er verder toch veel mogelijk is om de woning te verpersoonlijken en je zelfgekozen thuis te maken volgens de eigen smaken. Op vlak van interieur kan gekozen worden hoe de woning wordt ingericht, naarmate de vorm en grootte dit toelaten. Daarbij is er ook een grote keuze tussen materialen voor de binnenafwerking. Het meubilair is uiteraard ook volledig een eigen keuze dus daarmee kan de woning ook sterk gepersonaliseerd worden volgens de eigen behoeften. Standaard wordt hier steevast voor een een houten en zeer natuurlijke look

Page 73: Innovatieve prefabwoningen als woontypologie: inpassing en ......Innovatieve prefabwoningen als woontypologie: inpassing en meerwaarde in de Vlaamse wooncultuur. Buysschaert Birger

73

gegaan, daar dit sterk binnen het ecologische en warme concept past. Maar dit is dus allemaal aanpasbaar, zo kunnen ook de badkamer en keuken volledig naar keuze worden aangepast en ingericht worden met alle mogelijke producten die op de markt te verkrijgen zijn. De voor- en achterzijde van de woning zijn ook volledig naar eigen keuze te ontwerpen, maar kunnen ook het standaard zijn dat wij maken. De combinatie van glas en hout biedt veel mogelijkheden, zoals volledig in glas, volledig in hout met enkel een deur en raam of gedeeltelijk hout met grote terrasdeuren zijn mogelijk. De houten standaardafwerking van deze wanden zijn de sparrenhouten planken en die kunnen in gelijk welk kleur naar keuze worden afgewerkt. Maar ook dit is niet verplichtend, zo zijn er ook mogelijkheden met gips of aluminium of zelfs moerasriet. Er zijn dus weinig regels of verbindingen aan onze standaardmodellen en de vrijheid van keuze in inrichting en uitzicht is voor ons zeer belangrijk.

De prijzen hangen dan wellicht ook af van het gekozen design, grootte en afwerkingsgraad, maar heeft

u een richtprijs voor deze woningen? Ik vernam dat de prijzen beginnen bij een kleine € 30.000 voor de kleinst mogelijke woning.

Ik heb hier geen prijslijsten liggen, maar kort gezegd kunt u noteren dat u de prijs moet verwachten op

ongeveer een 800 à 900 euro per vierkante meter. Prijslijst online? Wat zit allemaal inbegrepen in deze prijs? Ik denk dan aan installaties en meubilair. Deze bedragen vormen de prijs voor de woning met de installatie van airconditioning, aansluitingen

voor water, elektriciteit en afvoer. Enkel het meubilair en de keukenelementen zoals een frigo, wasmachine en oven zijn niet in deze prijs inbegrepen en moet dus zelf nog worden aangekocht. De basis van de keuken wordt dus wel ingebouwd. Waar ook nog apart voor moet worden betaald, is de funderingsbasis..

En dan komt er wellicht nog een klein percentage aan kosten bij, zoals de bouwkosten en belastingen? Alle bouwkosten zowel in de fabrieksfase als de opbouw ter plaatse zitten ingewerkt in de prijs die u

betaalt voor de woning. Belastingen zult u wellicht wel overal betalen, maar de bedragen daarvan zijn afhankelijk van het land waarin het gebouwd.

Dat zal het zowat zijn. Bedankt voor uw tijd en voor de heldere antwoorden. Tot ziens. Helaas hadden ze weinig informatie ter plaatse om mee te geven, zoals prijslijsten of info over

materialen of kwaliteiten zodat ik alles achteraf nog eens op het gemak kan bekijken en bestuderen, want op het moment zelf denk je niet altijd aan alles. Er zou mij nog informatie gestuurd worden via mail en in de periode van mijn bezoek en kort erna komt ook nog veel extra informatie online.

Hierna volgen enkele foto’s van het bezoek aan de M.A.DI.-stand om een indruk te geven. Helaas was

de modelwoning die speciaal hiervoor werd opgezet geen relevant voorbeeld aangezien dit een vereenvodigde versie zonder correcte opbouw van wanden is. Begrijpelijk voor een beurs van enkele dagen maar wel jammer om geen correcte indruk te zien van de woningen.

Page 74: Innovatieve prefabwoningen als woontypologie: inpassing en ......Innovatieve prefabwoningen als woontypologie: inpassing en meerwaarde in de Vlaamse wooncultuur. Buysschaert Birger

74

Page 75: Innovatieve prefabwoningen als woontypologie: inpassing en ......Innovatieve prefabwoningen als woontypologie: inpassing en meerwaarde in de Vlaamse wooncultuur. Buysschaert Birger

75