LEXICON VAN HET NEDERLANDSE LANDSCHAP

  • View
    301

  • Download
    19

Embed Size (px)

Text of LEXICON VAN HET NEDERLANDSE LANDSCHAP

  • LEXICON

    VAN HET

    NEDERLANDSE LANDSCHAP(v oorlopige versie)

    -\nnc Bakkeri m e i i O Q ;

    Dit werkdocument bevat een grove inventarisatie van termen met betrekking tot het Nederlandse laagland-landschap, l itdrukkelijk zn vernield dat het een voorlopige versie betreft waarbij beschrijvingen dienen teworden aangevuld en de koppeling van termen nog te worden nagetrokken, voordat ik de betrouwbaarheidaanvaardbaar acht. Om tot een definitieve versie te komen, zou ik in dit stadium suggesties en adviezenomtrent gebruiksvriendelijkheid en het voorgestelde kader op prijs stellen.

  • Lexicon van het Nederlandse Landschap

    Voorwoord

    Eik willekeurig grootschalia topografisch kaartblad, zoals van de Topografische Atlas van Nederland(schaal 1: xUW). bevat naast symbolen en kleuren die in de legenda verklaard worden, een typologie vanplaats-, water- en veldnamen. Interpretatie van deze bijschriften vergt enige aardrijkskundige basiskennis ensoms achtergrond-informatie van de locale cultuurhistorie. Zonder deze kennis zal gemakkelijk over deze.vaak belanenike informatie heen worden gelezen. Dit lexicon beoogt daartoe een handreiking te bieden. Zebevat een inventarisatie van kleine en grotere landschapselementen en topomemen die voorkomen in hetlaagland van het Nederlandse taalgebied. Niet alleen worden hierin termen verklaard maar ook wordenbegrippen met elkaar in verband gebracht, vergeleken en verwezen. Toch blijft voorzichtigheid geboden bi)vergelijken van specifieke streektermen omdat er vaak vele dialectische schrijfwijzen bestaan, en eenzelfdebecrip soms in een ander eehied een volledig andere, soms zelfs tegengestelde betekenis toegekend kreee.Om hiervoor te waken dienen kaartbladen bij de hand te worden gehoudc 1; de typologie dient 'logisch' opde kaartbladen teruL' te vinden zijn.

    Naast bovengenoemde elementen zijn ook intirepen en processen opgenomen die een duidelijke neerslagin het landschap opleveren, zoals hodemprocessen en ontginnmgsv.ijzen. Ook zijn enkele veel voorkomendevoor- en achtervoegsels bij aardrijkskundige plaats-, water- en veldnamen (topomemen) vermeld. Dialectischafgesleten uitgangen zijn zo veel mogelijk vermeden. Tenslotte zijn topomemen waarvan de betekenis enetymologie nog duidelijk ter discussie staan met een '.' weergegeven, hiervoor zie de naslagwerken die in deliteratuurlijst staan vermeid.

    De formule die in dit lexicon wordt gehanteerd c.n de toegevoegde code bestaat achtereenvolgens uit:

    term i-treek, vakgebied): omschrijving; tegengestelde variant: voor- of achiervoesselvorm: Ikleinere

    een tekstv er\\ ijzing e?

    een Vergelijkend beL'np a

    J ! " " : " r?- 1 1 " 1 "- aiM'riini.-cn: \na in nei jLsrcmccni. vg! vei rdi jk i . io\ [en opzichte van). @L (latijnse herkomst). g:G (srcrmaaiisj.- G l ;-s ; !1 |1^hl- U " N D oin.V!. IVMI g j i i ^ : ; i . idcnik '-' i!; : ; ;K.:nJt . \ eend ;\ eender ; ] i. v e^ tmb ' v e s [ m h o u u i .uaterb va te rhouu. i

    RK room katholiek.

  • A

    aa (Dr Gld NBr) natuurlijke afwatering v d hoge-re zandgrond [loopje < aa < diep) *stroom "Sfac

    aachte (Z-Lb) ondergrondse kruipgang met kleineverblijfholten, als vluchtgang onder een kasteelof boerden] "haagt, hagedochte

    aag(t) (Gr Frl) laaggelegen weiland [aagt < broek]"men. man. made. beemd. meersch. eewas. oeie. her.ne.ouw. vvar S -age (SOF: aech

    aakvlaai (Hld) insteekgeultje of delling voor eenboerenaak (schouw) bij weiland i/h veenweide-gebied [aakvlaai < insteekhaven] *selh'nge. vergatc*aanlegpiaats

    aalstal 1 natuurlijke dam onder water door aan-slibbing ontstaan of onder oude boomstronkengevormd, waar zich aal bij voorkeur ophoudt[aalstal < paaigrondj "toom 3*dam. leg; 2 (Ov Gld) netdat de gehele doorsnede v e beek afzet met eenfuikconstructie om de geslachtsnjpe paling ophaar trek naar zee te vangen (augustus; *dichizet.w ar

    aalten jeneverbesstruiken "wake! @G. haiahdrja'wachtelboom'

    aaltsloot verzamelplaats v h vocht dat uit koemestsijpelt (aal), vgl gierkelder. beerput (welbewust)"bmge. giersloot. soe @OND; adel 'mest'

    aambeeld bovenstuk bij een buienwolk. ook opzichzelf voorkomend (valse cirrus) [aambeeld 20m bedraagt; 2 (Hld) achtervoegsel bij eenplaats- of veldnaam voor opduiking v/e vasteondergrond 5 -berg *loo, donk *"opduiking; 3 burg

    berghoezem wateropslagplaats dat door kaden isomgeven, vaak buiten de polder, vr een(zee)spui

    bergvrede toren, vooral als verdedigingswerk*belfort

    beridinge (Zld) formalistische melding v nieuwepolders voor schotbepaling *landmeting

    berijt grondgebiedberinging / het omgeven me (ring)dijk beteuge-

    ling; 2 dijk ter afsluiting v/e doorbraak; j klein-schalige omdljking [heringing < polder] *vorsche

    berkensingel berkenzoom rondom naaldhoutboster vermindering v brandgevaar (grondvuur-bestrijding) en insektenwenng. gewoonlijk 5-10m breed

    berm 1 dikke laag modder in gracht of sloot: 2strook grond aansluitend en soms ter ondersteu-ning v/e dijk, spoorweg of weglichaam. Hetlandelijk oppervlak beslaat ca 40.000 ha, waaron-der wegbermen (plaagstrook. wegkant, boord), spoor-berm ('banket, brand strook), dljkbermen (borstwering,talud, aveling. voetelink), aa rdbermen (balk. rabat. reen.

    Uiinwal) en Waterbermen (rijp. reep. boord. zoom.

    s 'har. banket, rijsberm)

    berningsteen soort barnsteen *gele amber a-barnsteenberoeren water door beweging troebel makenberriegang pad voor mestvervoer *bruutweg. mest-

    bert (Gr) toponiem voor buurt @G: beritha 'huizen-groep'

    bescharen zoveel vee e weide brengen als zekan voeden

    bescheit / grens, afscheiding; 2 aandeel, toege-wezen gronddeel

    beschermisse gebied v/e stad *stadsvnjheid. bivancbeschieting (bosb) regelmatige bedekking v/d

    grond m/e dunne laag zand, als beschermingtegen zaaingen

    beschoeing betrekkelijk dunne wand tegen af-stortende grond mn a d waterkant (grondwering)*bestadboming

    beschot / afscheiding; 2 opbrengst v veldvruch-ten. mn graan en aardappelen "beslag

    beschutplaats opper *luwte. lieu. gelei

    beslag / dichte vloering v net en rijshout vastge-legd met stenen als oeverbekleding; 2 opbrengstv gewassen *beschot

    beslot omheining, speciaal als afsluiting v/eklooster ommuring

    besneden veen; met wijken doorgraven veenlandbesprek (Wienngen) wisselland dat, in gemeen-

    schappelijk bezit, elk jaar een andere eigenaarkreeg toegewezen *tuk, tjuch

    besproeiing fijne beregening als wijze van irriga-tie, bevloeng of nachtvorstwering

    bestadbomen schoeien v/d waterkantbestand de bezetting v/e perceel of bedrijf met

    planten, soms met vee ""bezetting, gewas, opstandbestek l (veend) afmeting v/d te graven turf, een

    dijk turf; 2 (zeev) dagelijkse geografische posi-tiebepaling v/e schip op zee

    bestikken het bepoten v/e zandplaat met stikhout(twijgen met stro)

    bestrating wegverharding *kotenbestrating. casseien.kinderkpkes

    beterdinge afmeting v/e afstand door afpassing(schreden tellen) ""opmeting

    beteugeling (waterb) dichting v geulen en krekenbij bedijkingen "heringing

    beting sterk houten of ijzeren gestel ter vastleg-ging v/e tros of kabel

    hetuinen / omheinen; 2 een rijswerk bezetten metvlechttuinen of doorgevlochten palen als oever-verdediging

    betuwe vruchtbare landstreek, tgv veluwe @OND:baat + ouwe

    betwist gebied gebied met vroeger onduidelijkeeigendomsbegrenzing en aanleiding gevende tottwisten *kibbelslag. kijfakker. krakeelveld, strijland

    beugel (Frl) palenrij a/d zeedijk 'S8kustverdedigingbeugelen ophalen v bagger en slijk uit sloot of

    laagveengat *ieikenbeuggrond ondiepe plaats i/d Noordzee waar

    gevist (geheugd) wordtbeulskamp plaats v/e gerechtelijke vonnisvoltrek-

    kmg S3"gerechtsplaats

    beun (NHld) watersteiger "aanlegpiaatsbeurk (Z-Lb) vuur, op halfvasten door de jeugd

    ontstoken S"t'akkelzondagbeversen bezouten land dmv een dijk v zeewater

    afsluiten ""bedijkenbevestigen een nederzetting versterken, in staat v

    verdediging brengenhevloeien kunstmatig verstrekken v water a/d

    bodem voor landbouw (bevochtiging, bemes-ting, grondvorst-verdrijving, ontzilting) "irrigatie.beming. onderloping. overstroming

    bevredigen (Gr/Frl) het afsluiten v/e erfbewaring provinciaal kadasterkantoorbeweiden grasland door vee laten begrazen

    1 1

  • bewolking samenvattende term voor zowel dehoeveelheid als de aard der wolken die op elktijdstip de hemel bedekken. Ze vertoont eenduidelijke jaarlijkse en dagelijkse gang: Nldbezit een maximum (16% in dec) i/d winter eneen minimum i'h voor- en najaar (60% in mei ensept), terwijl dagelijks een maximum overdagen een minimum i/d voor nacht wordt aange-troffen (het sterkst bij lagere wolksoorten)

    bezanden met zand bedekken, een veel toegepas-te werkwijze bij ontginning v veen of veenachti-ge gronden ter vergroting v/d draagkracht,vermindering v verdamping (uitdroging) enbescherming tegen grondvorst

    bezetten een dijk met zoden versterken "bekledingbezinkveld (Gr) een met dammen v rijshout en

    palen afgesloten vak (400x400m), door de Staatna 1935 aangelegd om aan- of opslibbing a/hwad te bevorderen

    bezoedeling (VI) vervuiling, verontreiniging vwater en lucht

    bezoen klomp klei (handvorm) voor metselsteenbezouten met zeewater overstroomdbicht omheind, afgeperkt terrein *vreding @G-

    bihe^an

    biddag v/h gewas (Dr) tweede woensdag inmaart

    bidprocessie (RK) ommegang door de velden omGods zegen te smeken voor de komende oogst(ma/di/wo voor Hemelvaart)

    biel (Gld) jachtplaats *belebienstede bijenstalbiert (ZHld) slikbies koude, noordenwindbiest (Kempen) dorpsplein rondom een gemeen-

    schappelijke drinkwaterput voor de dieren,waarin biezen groeien *dobbe: teithing

    biestdorp (Lb) brinkdorpbiggelzand kiezelzand, grof zand, griesbij-