De 8 typen van Jung - Boek Psychologische typen C.G. Jung Carl Gustav Jung – Psychologische typen

  • View
    1

  • Download
    0

Embed Size (px)

Text of De 8 typen van Jung - Boek Psychologische typen C.G. Jung Carl Gustav Jung – Psychologische...

  • Carl Gustav Jung

    Psychologische typen

    Lemniscaat

    Hoofdstuk X

  • Carl Gustav Jung – Psychologische typen – Lemniscaat – Hoofdstuk X / Pagina 2 van 42

    Inhoudsopgave A) INLEIDING ....................................................................................................................................................... 3 B) HET EXTRAVERTE TYPE ............................................................................................................................ 4

    B1 DE ALGEMENE HOUDING VAN HET BEWUSTZIJN ............................................................................................... 4 B2 DE HOUDING VAN HET ONBEWUSTE ................................................................................................................. 6 B3 DE BIJZONDERHEDEN VAN DE PSYCHOLOGISCHE ELEMENTAIRE FUNCTIES BIJ DE EXTRAVERTE LEVENSHOUDING ................................................................................................................................................... 9

    b3.1 Het denken ............................................................................................................................................... 9 b3.2 Het extraverte denktype .......................................................................................................................... 11 b3.3 Het voelen .............................................................................................................................................. 15 b3.4 Het extraverte gevoelstype ..................................................................................................................... 16 b3.5 Samenvatting van de rationele typen .................................................................................................... 18 b3.6 De gewaarwording ................................................................................................................................. 19 b3.7 Het extraverte gewaarwordingstype ...................................................................................................... 20 b3.8 De intuïtie ............................................................................................................................................... 21 b3.9 Het exttaverte intuïtieve type .................................................................................................................. 22 b3.10 Samenvatting van de irrationele typen ................................................................................................. 24

    C) HET INTROVERTE TYPE ........................................................................................................................... 25 C1 DE ALGEMENE HOUDING VAN HET BEWUSTZIJN ........................................................................................... 25 C2 DE ONBEWUSTE HOUDING ............................................................................................................................. 27 C3 DE BIJZONDERHEDEN VAN DE PSYCHOLOGISCHE ELEMENTAIRE FUNCTIES BIJ DE INTROVERTE LEVENSHOUDING ................................................................................................................................................. 28

    c3.1 Het denken ............................................................................................................................................. 28 c3.2 Het introverte denktype ........................................................................................................................ 30 c3.3 Het voelen .............................................................................................................................................. 32 c3.4 Het introverte gevoelstype ...................................................................................................................... 33 c3.5 Samenvatting van de rationele typen ..................................................................................................... 34 c3.6 De gewaarwording ................................................................................................................................. 35 c3.7 Het introverte gewaarwordingstype ....................................................................................................... 36 c3.8 De intuïtie .............................................................................................................................................. 37 c3.9 Het introverte intuïtieve type .................................................................................................................. 39 c3.10 Samenvatting van de irrationele typen ................................................................................................. 40 c3.11 Hoofdfunctie en hulpfunctie ................................................................................................................. 41

  • Carl Gustav Jung – Psychologische typen – Lemniscaat – Hoofdstuk X / Pagina 3 van 42

    Algemene beschrijving van de typen

    A) Inleiding In het navolgende wil ik trachten een algemene beschrijving te geven van de psychologie der typen. In de eerste plaats van de twee algemene typen, die ik introvert en extravert heb genoemd. In aan- sluiting daarop zal ik dan nog trachten een zekere karakteristiek te geven van die meer speciale typen wier eigen geaardheid ontstaat doordat het individu zich, hoofdzakelijk met behulp van de meest gedifferentieerde functie, aanpast of oriënteert. Ik zou de eerste de algemene typen willen noemen, die worden gekenmerkt door de richting van hun belangstelling, hun libidobeweging, en de laatste daarentegen de functionele typen. De algemene typen onderscheiden zich, zoals in de voorafgaande hoofdstukken herhaaldelijk is besproken, door hun typische verhouding tot het object. Het introverte type neemt daartegenover een abstraherende houding aan en is er in laatste instantie steeds op uit om de libido aan het object te onttrekken, alsof het zich tegen een overmacht van het object te verweren heeft. Het extraverte type daarentegen neemt een positieve houding aan ten aanzien van het object. Het erkent zijn betekenis in zulk een sterke mate dat het zijn subjectieve houding voortdurend op het object oriënteert en betrekt. In laatste instantie is het object voor dit type nooit waardevol genoeg, zodat de betekenis ervan moet worden verhoogd. De beide typen lopen zo sterk uiteen en hun tegenstelling is zo opvallend, dat hun bestaan ook de leken op psychologisch gebied spontaan opvalt wanneer men er hun aandacht eenmaal op heeft gevestigd. Iedereen kent die gesloten, moeilijk te doorgronden, dikwijls schuwe naturen die het scherpst mogelijke contrast vormen met die andere, open, vlotte, dikwijls vrolijke of althans vriendelijke en toegankelijke karakters die met iedereen overweg kunnen, of soms ook overhoop liggen, maar er toch mee in contact staan, invloed op de anderen uitoefenen en hun invloed ondergaan. Men is natuurlijk geneigd om dergelijke verschillen aanvankelijk slechts te beschouwen als individuele gevallen van typische karaktervorming. 360 Wanneer men evenwel in de gelegenheid is om vele mensen grondig te leren kennen, komt men spoedig tot de ontdekking dat men bij deze tegenstelling geenszins te maken heeft met op zichzelf staande individuele gevallen, maar met twee typen die veel algemener zijn dan men op grond van een beperkte psychologische ervaring aanvankelijk geneigd zou zijn te veronderstellen. Inderdaad hebben wij hier, zoals uit de voorafgaande hoofdstukken al duidelijk zal zijn geworden, te maken met een fundamentele tegenstelling die meer of minder duidelijk aan de dag treedt, maar die altijd zichtbaar is wanneer het gaat om individuen die enigszins uitgesproken persoonlijkheden zijn. Dergelijke mensen treffen wij niet alleen aan onder de ontwikkelden, maar zij komen in alle lagen van de bevolking voor, zodat wij onze typen evengoed tegenkomen onder de arbeiders en boeren als onder de meest gedifferentieerde volksgenoten. Ook het verschil in geslacht doet aan dit feit niets toe of af. Dezelfde tegenstelling treedt immers op onder de vrouwen uit alle bevolkingsgroepen. Een dusdanig algemene verspreiding zou moeilijk kunnen optreden wanneer het een kwestie van het bewustzijn betrof, dat wil zeggen een bewust en opzettelijk gekozen houding. In dat geval zou ongetwijfeld een bepaalde, door overeenkomstige opvoeding en ontwikkeling samenhangende en dus ook plaatselijk begrensde bevolkingsgroep de drager van een dergelijk type zijn. Dit is evenwel hoegenaamd niet het geval; veeleer treden de typen naar het schijnt volkomen willekeurig op. In hetzelfde gezin is het ene kind introvert en het andere extravert. Aangezien het type in overeenstemming met deze feiten, als algemeen en willekeurig verspreid verschijnsel, moeilijk een kwestie van bewust oordeel of bewuste bedoeling kan zijn, moet zijn bestaan dus wel aan een onbewuste, instinctieve oorzaak toe te schrijven zijn. De tegenstelling tussen de typen moet dus, als algemeen psychologisch verschijnsel, op de een of andere manier haar biologische voorloper hebben. De verhouding tussen subject en object is, biologisch gezien, altijd een kwestie van aanpassing, waarbij iedere verhouding tussen subject en object modificerende werkingen van het ene op het an- dere veronderstelt. Deze modificaties vormen tezamen het aanpassingsproces. De typische houdingen ten aanzien van het object zijn dus aanpassingsvormen. De natuur kent twee fundamenteel verschillende methoden van aanpassing en van het daardoor mogelijk 361 geworden voortbestaan der levende organismen. De ene is die van grotere vruchtbaarheid bij een betrekkelijk ger