Van basis- naar voortgezet onderwijs Geert Driessen et al.

  • Published on
    01-Nov-2014

  • View
    1.091

  • Download
    3

Embed Size (px)

DESCRIPTION

 

Transcript

  • 1. Dit rapport beschrijft de resultaten van een aantal deelstudies waarin uiteenlopende aspecten van deze fase onder de loep worden genomen. Onderwerpen zijn: de rol van ouders en scholen bij de totstandkoming van de adviezen voor voortgezet onderwijs; de relatie tussen de prestaties, het gedrag en de houding van de leerlingen en hun adviezen; de voorbereiding door de school op het advies, in algemene en in specifieke zin; de schoolkeuze-ondersteuning en contacten tussen basis- en voortgezet onderwijs; de voorspellende waarde van het advies voor de loopbaan in het voortgezet onderwijs. Voor de studies is gebruik gemaakt van gegevens die zijn verzameld in het PRIMA-cohortonderzoek. Dit onderzoek wordt tweejaarlijks uitgevoerd door onderzoekers van het ITS van de Radboud Universiteit Nijmegen en het SCO-Kohnstamm Instituut van de Universiteit van Amsterdam. Er zijn steeds ongeveer 600 basisscholen en 60.000 leerlingen bij betrokken. Het onderzoek wordt gefinancierd door de Programmaraad voor Onderwijsonderzoek (PROO) van de Nederlandse Organisatie voor Wetenschappelijk Onderzoek (NWO) in opdracht van het Ministerie van OCW. Van basis- naar voortgezet onderwijs De overgang van basis- naar voortgezet onderwijs markeert een cruciale fase in de schoolloopbaan van kinderen. Met de in die periode gemaakte keuzes worden immers de latere mogelijkheden en kansen in het onderwijs en vervolgens op de arbeidsmarkt voor een belangrijk deel vastgelegd. G. Driessen, J. Doesborgh, G. Ledoux, M. Overmaat, J. Roeleveld & I. van der Veen Van basis- naar voortgezet onderwijs G. Driessen e.a. ISBN 90 5554 282 2 NUR 840
  • 2. VAN BASIS- NAAR VOORTGEZET ONDERWIJS
  • 3. ii
  • 4. Van basis- naar voortgezet onderwijs Voorbereiding, advisering en effecten G. Driessen J. Doesborgh G. Ledoux M. Overmaat J. Roeleveld I. van der Veen ITS - Nijmegen / SCO-Kohnstamm Instituut - Amsterdam
  • 5. Uitgave en verspreiding: ITS Postbus 9048 6500 KJ Nijmegen Tel.: 024-3653500 http://www.its.ru.nl SCO-Kohnstamm Instituut Wibautstraat 4, Postbus 94208, 1090 GE Amsterdam Tel.: 020-5251357 http://www.sco-kohnstamminstituut.uva.nl CIP-GEGEVENS KONINKLIJKE BIBLIOTHEEK DEN HAAG Driessen, G., Doesborgh, J., Ledoux, G., Overmaat, M., Roeleveld, J.,Veen, I. van der. Van basis- naar voortgezet onderwijs. / Driessen, G., Doesborgh, J., Ledoux, G., Overmaat, M., Roeleveld, J. & Veen, I. van der Nijmegen: ITS ISBN 90 5554 282 2 NUR 840 2005 ITS, Radboud Universiteit Nijmegen / SCO-Kohnstamm Instituut - Universiteit van Amsterdam Behoudens de in of krachtens de Auteurswet van 1912 gestelde uitzonderingen mag niets uit deze uitgave worden verveelvuldigd en/of openbaar gemaakt door middel van druk, fotokopie, microfilm of op welke andere wijze dan ook, en evenmin in een retrieval systeem worden opgeslagen, zonder de voorafgaande schriftelijke toestemming van het ITS van de Radboud Universiteit Nijmegen. No part of this book/publication may be reproduced in any form, by print, photoprint, microfilm or any other means without written permission from the publisher. iv
  • 6. Inhoud 1 Introductie op het thema 1.1 De voorbereiding op het voortgezet onderwijs 1.2 Het PRIMA-cohortonderzoek 1.3 Opzet van de studie Literatuur 1 1 4 6 9 2 De rol van ouders en scholen bij de totstandkoming van de adviezen voortgezet onderwijs 2.1 Inleiding 2.2 Methode 2.2.1 Steekproef 2.2.2 Instrumenten 2.2.3 Analyse-opzet 2.3 Resultaten 2.3.1 Onderwijsondersteuning ouders 2.3.2 Factoren die het advies bepalen 2.3.3 Inbreng ouders bij het advies 2.3.4 De opvolging van het advies 2.4 Conclusies en discussie 2.4.1 Conclusies 2.4.2 Discussie Literatuur 11 11 14 14 15 15 17 17 20 26 30 33 33 35 36 3 Relaties tussen achtergrondkenmerken en competenties van leerlingen en hun advies voor voortgezet onderwijs 3.1. Inleiding 3.2 Methode 3.2.1 Steekproef 3.2.2 Instrumenten 3.2.3 Analyse-opzet 3.3 Resultaten 3.3.1 Adviezen beschreven 3.3.2 Adviezen verklaard 3.4 Conclusies en discussie 3.4.1 Conclusies 3.4.2 Discussie Literatuur 39 39 43 43 43 46 46 46 54 63 63 65 68 v
  • 7. 4 Het onderwijs in groep 8: vergelijking met eerdere leerjaren en invloed van milieu 4.1 Inleiding 4.2 Methode 4.2.1 Steekproef 4.2.2 Analyse-opzet 4.2.3 Verantwoording van de variabelen 4.3 Resultaten 4.3.1 Tijdsbesteding 4.3.1.1 Vergelijking met eerdere leerjaren 4.3.1.2 Samenhang met milieu, prestaties en advies 4.3.2 Huiswerk en studievaardigheden 4.3.2.1 Vergelijking met eerdere leerjaren 4.3.2.2 Samenhang met milieu, prestaties en advies 4.3.3 Methodegebruik en werkwijze 4.3.3.1 Vergelijking met eerdere leerjaren 4.3.3.2 Samenhang met milieu, prestaties en advies 4.3.4 Planmatig handelen 4.3.4.1 Vergelijking met eerdere leerjaren 4.3.4.2 Samenhang met milieu, prestaties en advies 4.3.5 Leerkrachtkenmerken 4.3.5.1 Vergelijking met eerdere leerjaren 4.3.5.2 Samenhang met milieu, prestaties en advies 4.3.6 Klasgrootte 4.3.6.1 Vergelijking met eerdere leerjaren 4.3.6.2 Samenhang met milieu, prestaties en advies 4.4 Conclusies en discussie 4.4.1 Beantwoording van de onderzoeksvragen 4.4.2 Discussie Literatuur 71 71 73 73 74 75 81 81 81 82 84 84 87 88 88 92 93 93 97 98 98 99 100 100 100 102 102 104 106 5 Specifieke voorbereiding en differentieel aanbod 5.1 Inleiding 5.2 Methode 5.2.1 Steekproef 5.2.2 Analyse-opzet 5.2.3 Verantwoording van de variabelen 5.3 Resultaten 5.3.1 Voorbereiding op andere werkwijze 5.3.1.1 Overzicht 5.3.1.2 Samenhang met milieu, prestaties en advies 109 109 111 111 112 113 116 116 116 117 vi
  • 8. 5.3.2 Differentieel aanbod 5.3.2.1 Overzicht 5.3.2.2 Samenhang met milieu, prestaties en advies 5.4 Conclusies en discussie 5.4.1 Beantwoording van de onderzoeksvragen 5.4.2 Discussie 5.4.2.1 Achterstandsbestrijding of de ongelijke school 5.4.2.2 Nogmaals: de spanning tussen effectief en adaptief onderwijs Literatuur 6 Schoolkeuze-ondersteuning en contacten bij de overgang van basis- naar voortgezet onderwijs 6.1 Inleiding 6.2 Methode 6.2.1 Data 6.2.2 Instrumenten 6.2.3 Analyse-opzet 6.3 Resultaten 6.3.1 Keuze-ondersteuning, voorlichting en contacten met het voortgezet onderwijs 6.3.1.1 Keuze-ondersteuning en voorlichting 6.3.1.2 Contacten met scholen voor voortgezet onderwijs 6.3.2 Keuze-ondersteuning, voorlichting en contacten met het voortgezet onderwijs en tevredenheid over advies en aandacht voor schoolkeuze bij ouders en leerlingen 6.3.3 Keuze-ondersteuning, voorlichting en contacten met het voortgezet onderwijs en onderwijssucces in het tweede leerjaar van het voortgezet onderwijs 6.4 Conclusies en discussie Literatuur 7 Effecten van advies en bezochte basisschool op de positie in het vierde jaar voortgezet onderwijs 7.1 Inleiding 7.2 Methode 7.2.1 Data 7.2.2 Variabelen 7.2.3 Analyse-opzet 7.3 Resultaten 7.4 Conclusies en discussie Literatuur 119 119 123 125 125 127 127 128 129 131 131 134 134 135 139 142 142 142 146 148 152 154 158 161 161 163 163 164 168 168 174 176 vii
  • 9. viii
  • 10. 1 Introductie op het thema Geert Driessen 1.1 De voorbereiding op het voortgezet onderwijs De overgang van basis- naar voortgezet onderwijs markeert een cruciale fase in de schoolloopbaan van kinderen. Met de in die periode gemaakte keuzes worden immers de latere mogelijkheden en kansen in het onderwijs en vervolgens op de arbeidsmarkt voor een belangrijk deel vastgelegd (vgl. Bosker, 1990; Tesser, 1986). Dit in sterke mate deterministisch mechanisme heeft eigenlijk altijd al een belangrijke rol gespeeld, maar zal in de toekomst alleen maar zwaarder gaan drukken op de perspectieven van jonge mensen. Immers, met het recentelijk in gang gezette overheidsbeleid waarbij het stapelen van onderwijsniveaus, het met omwegen proberen te voltooien van een onderwijstraject en tweede-kansonderwijs effectief worden ontmoedigd, is het maken van de juiste keuze in de beginfase van de onderwijsloopbaan steeds meer een halszaak geworden. Het maken van de juiste keuze is natuurlijk voor alle kinderen van belang, maar voor sommige groepen kinderen toch weer belangrijker dan voor andere groepen. Veel kinderen vinden door bijvoorbeeld hun eigen intellectuele capaciteiten en in onderwijsondersteunend opzicht gunstige omstandigheden thuis toch wel de voor hen meeste geschikte weg. Er zijn echter ook grote groepen kinderen die dergelijke compensatiemogelijkheden in meerdere of mindere mate moeten missen. Het betreft dan in het bijzonder kinderen uit de lagere sociaal-economische milieus en - voor een belangrijk deel met deze groep samenvallend - allochtone kinderen (Meijnen, 2003, 2004). Vooral voor deze kinderen heeft een eenmaal gemaakte foutieve keuze vaak negatieve gevolgen voor de rest van hun leven. Dat is daarmee niet alleen een persoonlijk drama, maar evenzeer ook een groot maatschappelijk probleem. Immers, verkeerde keuzes kunnen leiden tot demotivatie, voortijdig schoolverlaten en daarmee zelfs tot werkloosheid. Dit betekent dat een goed inzicht in de wijze waarop voor deze groepen van kinderen de overstap gestalte krijgt van groot belang is. Centraal bij de overgang van basis- naar voortgezet onderwijs staat het advies dat het kind in groep 8 krijgt. Dat advies wordt gegeven door de groepsleerkracht en/of directeur van de betreffende basisschool. Omdat het advies een subjectief element kan bevatten, namelijk het oordeel van de leerkracht dat mogelijk benvloed wordt door diens kennis van de gezinsomstandigheden en de relatieve positie die een kind in1
  • 11. neemt in de klas, wordt daarnaast ter onderbouwing ook nog gebruik gemaakt van een tweede oordeel. Volgens de wet mag dit een toelatingsexamen zijn, een proefklas, een psychologisch onderzoek of een schoolvorderingenonderzoek. In de praktijk gebeurt meestal het laatste. Scholen maken daarbij vooral gebruik van de bekende Eindtoets basisonderwijs van het Cito. In hoeverre de uitslag van die toets daadwerkelijk een rol speelt bij het advies varieert sterk. Sommige scholen zoeken in de uitslag alleen maar een bevestiging van hun eigen oordeel, andere gebruiken hem als steun bij het omgaan met twijfelgevallen, terwijl nog andere er een doorslaggevende betekenis aan toekennen. Bij het adviestraject zijn echter niet alleen de basisschool en het kind betrokken, maar ook de ouders en de school voor voortgezet onderwijs. V.o.-scholen willen graag van te voren weten wat voor leerlingen ze binnen krijgen en stellen soms toelatingseisen wat betreft een minimumscore op de toets. Soms doen v.o.- en ba.o.scholen dat gezamenlijk en is er sprake van lokale of zuilaire afspraken over toelatingsregels (Ledoux e.a., 2002). Daarbij speelt ook een rol dat bepaalde scholen meer in trek zijn dan andere en vanwege capaciteitsproblemen niet alle kandidaten kunnen plaatsen. In dat geval zullen de scholen dus keuzes moeten maken. De rol en invloed van ouders varieert sterk. In een aantal gevallen conformeren ze zich zonder meer aan het advies van de basisschool; in andere gevallen echter nemen ze geen genoegen met een in hun ogen te laag advies en oefenen ze druk uit op de school om een hoger advies te krijgen (Dronkers e.a., 1998; Van der Werf & Kuyper, 2004). Dit heeft soms tot consequentie dat kinderen hogere adviezen krijgen dan hun prestaties rechtvaardigen, een fenomeen dat ook wel wordt aangeduid met overadvisering (Driessen, 1991). Overadvisering komt overigens niet alleen tot stand ten gevolge van pressie van ouders. Het vindt ook plaats doordat leerkrachten andere factoren dan alleen het actuele prestatieniveau een rol laten spelen bij de totstandkoming van het advies. Dit speelt met name als het gaat om allochtone kinderen. Leerkrachten verwachten dan waarschijnlijk dat deze leerlingen er ondanks een eventueel nog tekort schietende Nederlandse taalvaardigheid wel in zullen slagen een hoger niveau voortgezet onderwijs te realiseren, waarbij zich laten leiden door het ontwikkelingspotentieel en sterke motivatie van de betreffende leerlingen. Over de gevolgen van dergelijke adviespraktijken bestaat onduidelijkheid; in het algemeen overheerst echter het idee dat de consequenties eerder negatief dan positief zijn. Over de rol die het advies speelt als voorspeller voor het later bereikte onderwijsniveau is overigens berhaupt nog niet veel bekend. Zo weten we nog weinig over hoe adviezen zich verhouden tot de cognitieve en niet-cognitieve competenties van kinderen en gezinsstructurele en -culturele kenmerken. Ook is nog nauwelijks iets bekend over de invloed van de basisschool op het schoolsucces in het voortgezet onderwijs. Aan de overstap van basis- naar voortgezet onderwijs gaat altijd een lang traject vooraf. De kinderen hebben al ten minste 8 jaar op school gezeten en met name in de hoogste twee groepen krijgt de voorbereiding op de overstap veel gerichte aandacht. 2
  • 12. In groep 7 wordt bijvoorbeeld vaak de Cito-Entreetoets afgenomen om een eerste beeld te krijgen van het niveau van de leerlingen, maar ook om te weten of er nog hiaten weggewerkt moeten worden. In groep 8 worden oude versies van de Eindtoets geoefend, worden de kinderen steeds meer geconfronteerd met huiswerk om hen alvast te laten wennen, vindt de afname van de Eindtoets of een andere toets plaats en wordt het advies gegeven. Verder worden er voorlichtingsbijeenkomsten belegd voor ouders, worden v.o.-scholen bezocht, worden soms deze scholen onder meer via rapporten van de Inspectie van het Onderwijs op de samenstelling van hun leerlingenpopulatie en hun rendement vergeleken, wordt via de schoolgidsen nagegaan welke speciale faciliteiten ze hebben, en wordt overlegd met klasgenoten en hun ouders over hun keuze, etc. Over wat basisscholen precies doen om de overstap voor te bereiden is echter maar weinig bekend. Hoeveel en welke voorlichting ze geven, welke contacten ze daarbij onderhouden met scholen voor voorgezet onderwijs, en of die voorlichting ook resulteert in betere keuzes en gunstiger loopbanen in het voortgezet onderwijs zijn nog onbeantwoorde vragen. De basis van de voorbereiding op het voortgezet onderwijs is natuurlijk gelegen in de kwaliteit van de basisschool zelf. Het on...

Recommended

View more >